Gerechtshof Amsterdam, 17-03-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:862, 200.242.611/01
Gerechtshof Amsterdam, 17-03-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:862, 200.242.611/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 17 maart 2020
- Datum publicatie
- 3 april 2020
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2020:862
- Zaaknummer
- 200.242.611/01
Inhoudsindicatie
Faillissementsrecht. Op de dag van faillietverklaring van een vennootschap doet de bank in opdracht van de (indirect) bestuurder van de vennootschap betalingen aan crediteuren van de vennootschap. Het faillissementsvonnis wordt uiteindelijk vernietigd. Voordien sluiten de curator en de bank een overeenkomst in verband met de gedane betalingen. Voordat het arrest waarbij het faillissementsvonnis wordt vernietigd, in kracht van gewijsde gaat, laat de bank beslag leggen. De vennootschap komt tegen een en ander in rechte op, maar tevergeefs.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.242.611/01
zaak- en rolnummers rechtbank Amsterdam : C/13/598227 / HA ZA 15-1084 en
C/13/605659 / HA ZA 16-358
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 17 maart 2020
inzake
1 NESIA HOLDING B.V.,
gevestigd te Hoboken, België,
2. HSK B.V.,
gevestigd te Hardenberg,
appellanten,
advocaat: mr. H. Loonstein te Amsterdam,
tegen
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. A. van Hees te Amsterdam.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna Nesia, HSK en Rabobank genoemd. Nesia en HSK worden gezamenlijk ook Nesia c.s. genoemd.
Nesia c.s. zijn bij dagvaarding van 13 maart 2018 in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 13 december 2017, onder bovenvermelde zaak- en rolnummers gewezen tussen Rabobank als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en (onder meer) Nesia c.s. als gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven;
- memorie van antwoord.
Partijen hebben de zaak ter zitting van 20 december 2019 doen bepleiten, Nesia c.s. door mr. Loonstein voornoemd en Rabobank door mr. D.S. van Lith, advocaat te Utrecht, ieder aan de hand van pleitnotities waarvan exemplaren zijn overgelegd.
Ten slotte is arrest gevraagd.
Nesia c.s. hebben geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en de vorderingen van Rabobank alsnog zal afwijzen en – uitvoerbaar bij voorraad – de vorderingen van Nesia c.s. alsnog zal toewijzen, met veroordeling van Rabobank in de kosten van het geding in beide instanties.
Rabobank heeft geconcludeerd, naar het hof begrijpt, dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen, met hoofdelijke veroordeling – uitvoerbaar bij voorraad – van Nesia c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep, met nakosten.
2 Feiten
De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 3.1-3.23 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen ook het hof tot uitgangspunt. Samengevat en aangevuld met andere vaststaande feiten komen de feiten op het volgende neer.
De heer [X] (hierna: [X] ) is enig bestuurder en aandeelhouder van Nesia.
Nesia is bestuurder van HSK. HSK exploiteerde een keten van kledingwinkels.
Coöperatieve Rabobank Amsterdam U.A. is een rechtsvoorgangster van Rabobank en wordt hierna eveneens aangeduid als Rabobank.
In 2013 heeft Rabobank een rekening-courantovereenkomst met Nesia en een rekening-courantovereenkomst met HSK gesloten.
Bij vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 2 september 2014 is HSK in staat van faillissement verklaard, met aanstelling van [curator] als curator.
In de ochtend van 2 september 2014 heeft [X] namens HSK opdracht aan Rabobank gegeven tot betaling van bedragen van in totaal € 143.612,83 aan diverse crediteuren van HSK. Rabobank heeft die opdrachten op dezelfde dag uitgevoerd.
HSK heeft verzet aangetekend tegen het faillissementsvonnis van 2 september 2014. Dit verzet is ongegrond verklaard bij vonnis van 11 september 2014. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het verzetvonnis bekrachtigd. Bij HR 5 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1473, is het arrest van dat hof vernietigd en het geding verwezen naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Op verzoek van de curator heeft Rabobank € 143.612,83 naar de faillissementsrekening overgemaakt in verband met de hiervoor in rov. 2.4 bedoelde betalingen van 2 september 2014. Rabobank heeft getracht de crediteuren van HSK ertoe te bewegen de op 2 september 2014 in opdracht van HSK aan hen betaalde bedragen terug te betalen aan Rabobank. Dit is bij vijf crediteuren gelukt voor bedragen van in totaal € 44.597,65. Een van die vijf crediteuren is Tenstone B.V. (hierna: Tenstone). Tenstone heeft op 2 april 2015 € 31.008,99 terugbetaald.
Nadat het arrest van de Hoge Raad van 5 juni 2015 was gewezen, zijn de curator en Rabobank op bevel van de rechter-commissaris overeengekomen dat de curator € 143.612,83 van de faillissementsrekening zou overmaken naar een tussenrekening bij Rabobank en dat dit bedrag aan Rabobank zou toekomen, indien het faillissementsvonnis zou worden vernietigd. Op 24 juni 2015 heeft de curator € 143.612,83 van de faillissementsrekening overgemaakt naar een tussenrekening bij Rabobank.
Op 5 augustus 2015 bedroeg het saldo van Nesia op de rekening-courant bij Rabobank € 30.860,19 debet.
Bij e-mailberichten van 4 en 7 augustus 2015 heeft mr. Loonstein Rabobank gesommeerd hem te bevestigen dat Rabobank na vernietiging van het faillissement geen enkele betaling van het naar Rabobank overgemaakte bedrag van € 143.612,83 zal doen zonder toestemming van [X] .
Op 16 september 2015 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland verlof aan Rabobank verleend om conservatoir "derdenbeslag" ten laste van HSK te leggen onder " [curator] en/of [Y] Advocaten en Notarissen B.V."
Bij arrest van 17 september 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3641, heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het faillissementsvonnis van 2 september 2014 en het verzetvonnis van 11 september 2014 vernietigd en het faillissementsverzoek alsnog afgewezen.
Op 22 september 2015 is op verzoek van Rabobank uit kracht van het op 16 september 2015 verleende verlof beslag ten laste van HSK gelegd onder " [curator] , in zijn hoedanigheid als voormalig curator van de failliete vennootschap HSK B.V."
Bij e-mailbericht van 24 september 2015 heeft een gerechtsdeurwaarder, optredend voor Tenstone, Rabobank in de gelegenheid gesteld om binnen veertien dagen € 31.008,99 te voldoen, met rente, bij gebreke waarvan Tenstone aanspraak maakte op betaling van buitengerechtelijke kosten en wettelijke handelsrente.
Rabobank heeft het in totaal van de vijf crediteuren van HSK ontvangen bedrag van € 44.597,65 (zie rov. 2.6 hiervoor) aan de vijf crediteuren terugbetaald.
Op 1 oktober 2015 bedroeg het saldo van HSK op de rekening-courant bij Rabobank € 29.584,31 debet.