Home

Gerechtshof Amsterdam, 07-09-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2805, 200.278.180/01

Gerechtshof Amsterdam, 07-09-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2805, 200.278.180/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
7 september 2021
Datum publicatie
2 november 2021
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:2805
Zaaknummer
200.278.180/01

Inhoudsindicatie

Appel van ECLI:NL:RBNHO:2019:8689. Boekenonderzoek bij cliënt van accountant. Geen tekortkoming van de accountant. Bekrachtiging

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team handel I

zaaknummer : 200.278.180/01

zaak- en rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/271792 / HA ZA 18-193

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 7 september 2021

inzake

1 [X] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [Y] BEHEER B.V.

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellanten,

advocaat: mr. H. van Lingen te Alkmaar,

tegen

[A] ACCOUNTANCY B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. K. Straathof te Alkmaar.

Partijen worden hierna [appellanten] en [geïntimeerde] genoemd. [appellanten] worden ieder afzonderlijk aangeduid als [X] en [Y] .

1 De zaak in het kort

De belastingdienst heeft boekenonderzoek gedaan bij [X] . Naar aanleiding van het boekenonderzoek heeft de belastingdienst geconstateerd dat de administratie van [X] niet voldeed aan de wettelijke vereisten en naheffingsaanslagen en boetes opgelegd. [appellanten] hebben zich op het standpunt gesteld dat hun accountant [geïntimeerde] is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen hen bestaande overeenkomst. Zij hebben [geïntimeerde] aansprakelijk gesteld voor de door hen geleden schade en zij hebben een deel van de facturen van [geïntimeerde] onbetaald gelaten.

2 Het geding in hoger beroep

[X] en [Y] zijn bij dagvaarding van 14 april 2020 in hoger beroep gekomen van een tussenvonnis van 9 oktober 2019 en een eindvonnis van 29 januari 2020 van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, gewezen onder bovenvermeld zaak-/rolnummer. Het tussenvonnis is gewezen tussen [geïntimeerde] als eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie en [appellanten] als gedaagden in conventie tevens, samen met [Z] (hierna: [Z] ) als tussengekomen partij, als eiseressen in reconventie. Het eindvonnis is gewezen tussen [geïntimeerde] als eiseres en [appellanten] als gedaagden.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties;

- memorie van antwoord, met producties.

Partijen hebben de zaak ter zitting van 28 juni 2021 doen bepleiten, namens [appellanten] door mr. Van Lingen, voornoemd, en namens [geïntimeerde] door mr. Straathof, voornoemd, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd.

Tijdens de mondelinge behandeling van 28 juni 2021 is tevens het hoger beroep in de procedure met zaaknummer 200.271.890/01 – dat nauw samenhangt met het onderhavige hoger beroep – bepleit, namens [X] , [Y] en [Z] door mr. Van Lingen, voornoemd, en namens [geïntimeerde] door mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk, te Amsterdam, en mr. C. Pressili, te Amsterdam. Partijen hebben ermee ingestemd dat hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht voor beide zaken geldt, tenzij tijdens de mondelinge behandeling expliciet anders is vermeld.

Ten slotte is arrest gevraagd.

[appellanten] hebben geconcludeerd dat het hof de bestreden vonnissen zal vernietigen en alsnog de conventionele vorderingen van [geïntimeerde] zal afwijzen met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties.

[geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot bekrachtiging, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [appellanten] in de kosten van het geding in hoger beroep met nakosten en rente.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden

3 Feiten

4 Beoordeling

5 Beslissing