Gerechtshof Amsterdam, 02-02-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:338, 200.266.179/01
Gerechtshof Amsterdam, 02-02-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:338, 200.266.179/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 februari 2021
- Datum publicatie
- 19 februari 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:338
- Zaaknummer
- 200.266.179/01
Inhoudsindicatie
Bestuurdersaansprakelijkheid (Beklamel). Aannemingsbedrijf nam opdracht aan nadat de bank had aangekondigd het krediet te gaan bevriezen. Wetenschap dat de BV haar verplichtingen niet kon voldoen en geen verhaal zou bieden? Stelplicht.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.266.179/01
zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : 7032323 CV EXPL 18-5235
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 2 februari 2021
1 [appellant sub 1] ,
2. [appellante sub 2] ,
wonend te [woonplaats] ,
appellanten,
hierna: [appellanten] ,
advocaat: mr. J. Faas te Groningen,
tegen
[X] ,
wonend te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
hierna: [X] ,
niet verschenen.
1 Inleiding
Deze zaak gaat over bestuurdersaansprakelijkheid. [appellanten] houden [X] als (indirect) bestuurder van MW Woningbouw BV (hierna: MW Woningbouw) aansprakelijk voor de schade die zij hebben geleden doordat MW Woningbouw haar verplichtingen niet is nagekomen.
De kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, zittingplaats Haarlem (hierna: de kantonrechter), heeft de vorderingen afgewezen in een vonnis van 9 januari 2019, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen [appellanten] als eisers en [X] als gedaagde.
[appellanten] zijn van dat vonnis in hoger beroep gekomen. Tegen [X] is verstek verleend. [appellanten] hebben daarna een memorie van grieven met producties ingediend. Ten slotte is arrest gevraagd.
2 Feiten
De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 2 de feiten weergegeven die zij als vaststaand heeft aangenomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil. Samengevat staan de volgende feiten vast.
[X] is bestuurder en enig aandeelhouder van [X] Holding BV die op haar beurt bestuurder van MW Beheer BV is. MW Beheer BV is bestuurder van MW Groep BV; MW Groep BV en Lymeno Bouw Holding BV zijn bestuurders van MW Woningbouw.
In december 2017 is MW Groep van boekhouder gewisseld. De oude boekhouder [A] is vervangen door [B] van administratiekantoor [B] en Partners (hierna: [B] ).
Op 12 januari 2018 hebben [appellanten] met MW Groep BV (handelend onder de naam MW Bouw) als aannemer een intentieverklaring getekend. [X] heeft deze intentieverklaring namens MW Bouw ondertekend. In de intentieverklaring spreken partijen de intentie uit een nieuw te bouwen woning te realiseren in [plaats] . Ook zijn partijen overeengekomen dat het voorlopig bouwbudget werd vastgesteld op € 250.000 en dat MW Bouw ‘opdracht verstrekt aan betrokken partijen – Atelier Dutch (architect) en de [Y] Bouwconstructies (constructeur) – om het schetsontwerp te laten uitwerken tot voorlopig ontwerp en het definitief ontwerp vergunning gereed te maken incl. de benodigde tekeningen en berekeningen’ – zijnde de EPC berekening, ventilatieberekening, daglichtberekening, constructieberekening en sondering en funderingsadvies. MW Bouw heeft de voorbereidingskosten die gemoeid zijn met de hiervoor cursief weergegeven werkzaamheden vastgesteld op € 17.296,67, inclusief btw en inclusief coördinatie van MW Bouw. De voorbereidingskosten zouden volgens een in de intentieverklaring opgenomen schema worden gefactureerd.
Op 12 januari 2018 hebben [appellanten] van MW Woningbouw een factuur van € 13.856,91 ontvangen, die zij op 18 januari 2018 hebben betaald.
Op 15 januari 2018 heeft de Rabobank het krediet van MW Woningbouw bevroren.
[appellanten] hebben de intentieverklaring beëindigd en MW Woningbouw eerst telefonisch en later bij brief van hun gemachtigde van 2 februari 2018 verzocht en gesommeerd om de betaalde € 13.856,91 uiterlijk op 5 februari 2018 terug te betalen. Hieraan heeft MW Woningbouw geen gehoor gegeven.
Op 8 februari 2018 is het faillissement van MW Woningbouw uitgesproken, op 19 februari 2018 gevolgd door de faillissementen van MW Groep BV, MW Beheer BV en [X] Holding BV.
Op 13 maart 2019 heeft de rechtbank Noord-Holland een vonnis gewezen in een zaak waarin onder meer [X] als indirect bestuurder van MW Groep BV persoonlijk aansprakelijk werd gehouden voor een verplichting die door MW Groep BV was aangegaan (ECLI:NL:RBNHA:2019:2029). Blijkens dat vonnis heeft [B] onder meer het volgende verklaard:
‘Op 21 december 2017 j.l. heeft de heer [X] ons benaderd en zijn onvrede geuit over de werkwijze van zijn administratiekantoor. Hij gaf aan dat door de stijgende omzetten en prijsverhogingen zijn rekeningcourant ontoereikend was en hij geen ondersteuning vond bij zijn administratiekantoor. (...) Wij hebben vrijwel direct contact gezocht met de manager bedrijven RABO en dit gemeld. Deze hadden al geconstateerd dat er meer omzetten over de rekeningen liepen en dat zij wel begrip hadden voor een verruiming van de rekeningcourant. Hun verzoek was het volgende aan te leveren: de debiteuren- en crediteurenstand.
Op 27 december 2017 hebben wij een bezoek gebracht aan administratiekantoor Meerzicht (...) en het bedrijf MW Groep. Al gauw bleek dat er achterstanden waren in de administratie en er geen signalering plaats vond inzake debiteuren- en crediteurenbewaking alsmede fiscale zaken.
Op donderdag 28 december 2017 heeft er een gesprek plaatsgevonden bij de RABO Bank. (...) Eén van de misleidende factoren was het opvoeren van de post “onderhanden werk” die door Meerzicht is gepresenteerd aan de bank september 2017. Deze post van € 1.800.00,- beïnvloedt de winst.
Onderhanden werk is een post die men mag opvoeren als het zeer aannemelijk is dat deze vordering de daaropvolgende maand geïncasseerd wordt. (dus geen orderportefeuille). (...)
De week van 8 januari tot en met 12 januari 2018 hebben wij dagelijks op de locatie zelf onderzoek gedaan en geïnventariseerd.
De heer [X] was van mening dat het bedrijf, desondanks goede vooruitzichten [had en] gezien ook de grote orderportefeuille, nog te continueren was.
8 januari 2018 hebben wij wederom contact gehad met de RABO. Men begreep dat door een niet volledige administratie er meer aan de hand was en men heeft ons verzocht alle cijfers boven water te halen en een plan van aanpak te schrijven alsmede een kasstroomoverzicht. (...)
Op 12 januari 2018 hebben wij contact gehad met de RABO. Wij hebben meegedeeld dat de crediteurenstand veel hoger was dan men veronderstelde. De post “onderhanden werk” is door ons gecorrigeerd wat het resultaat beïnvloedt. De resultaten van de vennootschappen tonen dan ook een ernstig verlies.
De uitspraak van de RABO was dat men de rekeningen ging bevriezen ter bescherming van hun vorderingen in afwachting van het plan van aanpak en de financiële overzichten.
(...)
Naderhand is ons plan van aanpak en de kasstroomoverzichten ten behoeve van het inlopen van de schulden, ingediend bij de RABO waaruit slechts één conclusie getrokken kon worden; het aanvragen van het faillissement.’