Gerechtshof Amsterdam, 02-03-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:591, 200.241.681/01
Gerechtshof Amsterdam, 02-03-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:591, 200.241.681/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 maart 2021
- Datum publicatie
- 13 april 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:591
- Zaaknummer
- 200.241.681/01
Inhoudsindicatie
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2018:1601. Overboeking naar verkeerde rekening. Bij overboeking is het ingevoerde (bankrekening)nummer omgezet naar (onjuist) IBAN-nummer. ABN Amro (bank van de opdrachtgever) heeft met de omzetting niet onrechtmatig gehandeld; deze omzetting was in de omstandigheden (overgangsfase) alleszins verantwoord. ABN Amro heeft tevens redelijke inspanning geleverd om de betaling ongedaan te maken. Heeft ING (bank van de ontvanger) een bijzondere zorgplicht jegens de opdrachtgever geschonden? Nadere instructie dienaangaande.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team 1
zaaknummer: 200.241.681/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam: C/13/626933 / HA ZA 17-360
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 2 maart 2021
inzake
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. B. Santen te Amsterdam,
tegen:
1 ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. A.J. Haasjes te Amsterdam,
2 ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna [appellant] , ABN Amro en ING genoemd, en ABN Amro en ING gezamenlijk ook “de banken”.
[appellant] is bij dagvaarding van 20 juni 2018 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 maart 2018, gewezen tussen [appellant] als eiser en de banken als gedaagden.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord zijdens ABN Amro, met één productie;
- memorie van antwoord zijdens ING.
Partijen hebben de zaak ter zitting van 28 juni 2019 doen bepleiten, [appellant] door mr. Santen voornoemd, ABN Amro door mr. T.B. de Clerck, advocaat te Amsterdam en ING door mr. A.L. de Vogel, advocaat te Amsterdam, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd.
Ten slotte is arrest gevraagd.
[appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - de banken alsnog hoofdelijk zal veroordelen om aan [appellant] te betalen:
( i) € 73.426,61 vermeerderd met rente, doch verminderd met door [appellant] van [A.] ontvangen betalingen, en
(ii) buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 6.517,66,
met beslissing over de proceskosten.
De banken hebben beide afzonderlijk geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met - uitvoerbaar bij voorraad - beslissing over de proceskosten.
Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.