Gerechtshof Amsterdam, 02-08-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2241, 22/00001 en 22/00003
Gerechtshof Amsterdam, 02-08-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2241, 22/00001 en 22/00003
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 augustus 2022
- Datum publicatie
- 24 augustus 2022
- Zaaknummer
- 22/00001 en 22/00003
- Relevante informatie
- Art. 1 EVRM
Inhoudsindicatie
WOZ woningen
Uitspraak
kenmerken 22/00001 en 22/00002
2 augustus 2022
uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X] , gevestigd te [Z] , belanghebbende,
tegen de uitspraak van 24 november 2021 in de zaken met kenmerk AMS 20/5547 en kernmerk AMS 20/5467 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
Bij beschikkingen van 29 februari 2020 heeft de heffingsambtenaar de waarde op grond van de Wet Waardering onroerende zaken (hierna: WOZ-waarde) van respectievelijk de onroerende zaken [A-straat] en [B-straat] 23 te [Z] (hierna ook: de woningen) voor het jaar 2020 vastgesteld op € 309.000,- respectievelijk € 366.000,-. Daarbij heeft de heffingsambtenaar de aanslagen onroerendezaakbelasting ter zake van de woningen voor het jaar 2020 bekendgemaakt.
De tegen deze beschikkingen gerichte bezwaren van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraken van 2 oktober 2020 ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft tegen die uitspraken op bezwaar beroep ingesteld.
De rechtbank heeft als volgt beslist op de beroepen van belanghebbende:
“De rechtbank:
zaaknummer 20/5547 [Hof: inzake [A-straat] )
- verklaart het beroep met zaaknummer 20/5547 gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar voor zover daarbij de WOZ-waarde
van de woning [A-straat] is vastgesteld op € 309.000,-;
- stelt de WOZ-waarde van de woning [A-straat] voor het belastingjaar 2020
vast op € 276.000,-;
- bepaalt dat de aanslag onroerende zaakbelasting voor de woning [A-straat]
overeenkomstig deze waarde wordt verminderd;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde
bestreden uitspraak op bezwaar;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 354,- aan [belanghebbende] te vergoeden.
zaaknummer 20/5467 [Hof: inzake [B-straat] 23)
- verklaart het beroep met zaaknummer 20/5467 ongegrond.”
Het tegen de uitspraak van de rechtbank door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 3 januari 2022. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Van belanghebbende zijn nadere stukken ontvangen op 8 juli 2022. Afschriften daarvan zijn aan de wederpartij verstrekt.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juli 2022. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden; een kopie van de pleitnota van belanghebbende is aan het proces-verbaal gehecht.
2 Feiten
Het Hof vindt aanleiding de feiten zelfstandig vast te stellen.
Op 2 september 2019 heeft belanghebbende het appartementsrecht inzake de woning aan de [B-straat] 23 aangekocht voor een bedrag van € 389.000. De woning [B-straat] 23 heeft een oppervlakte van 75 m2.
Op 7 oktober 2019 heeft belanghebbende het appartementsrecht inzake de woning aan de [A-straat] aangekocht voor een bedrag van € 330.000. De woning [A-straat] heeft een oppervlakte van 94 m2.
Beide appartementsrechten betreffen rechten in flatgebouwen op in erfpacht uitgegeven grond.
De waarde van [A-straat] is in eerste aanleg verminderd door de heffingsambtenaar van € 309.000 tot € 276.000, omdat bij de initieel vastgestelde waarde er ten onrechte van was uitgegaan dat een garagebox tot deze woning behoorde.
3 Geschil in hoger beroep
Evenals bij de rechtbank is in hoger beroep in geschil of de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de woningen te hoog heeft vastgesteld.