Gerechtshof Amsterdam, 13-12-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3793, 22/00535
Gerechtshof Amsterdam, 13-12-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3793, 22/00535
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 13 december 2022
- Datum publicatie
- 15 februari 2023
- Zaaknummer
- 22/00535
- Relevante informatie
- Art. 22 Wet WOZ, Art. 17 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
WOZ-waarde woning niet te hoog vastgesteld.
Uitspraak
kenmerk 22/00535
13 december 2022
uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] , wonende te [plaats] , belanghebbende,
tegen de uitspraak van 27 juni 2022 in de zaak met kenmerk HAA 21/284 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlemmermeer, de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres 1] te [plaats] (hierna: de woning) op de waardepeildatum 1 januari 2019 voor het kalenderjaar 2020 (hierna ook: de WOZ-waarde) vastgesteld op € 652.000. In hetzelfde geschrift is de aanslag onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2020 bekendgemaakt.
Na daartegen door belanghebbende gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak van 4 december 2020 de WOZ-waarde en de aanslag gehandhaafd.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep bij bovengenoemde uitspraak van 27 juni 2022 ongegrond verklaard.
Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 26 juli 2022 en op 4 augustus 2022 door belanghebbende aangevuld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft op 31 augustus 2022 een nader stuk ingediend. Een afschrift hiervan is aan de wederpartij verstrekt.
Beide partijen hebben het Hof toestemming verleend tot het achterwege laten van een onderzoek ter zitting. Bij brief van 29 november 2022 is aan partijen meegedeeld dat het Hof het onderzoek heeft gesloten en dat binnen een termijn van zes weken uitspraak zal worden gedaan.
2 Feiten
De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘eiser’ en de heffingsambtenaar als ‘verweerder’):
“Feiten
1. Eiser is eigenaar van de woning. De woning is een twee-onder-een-kapwoning uit het bouwjaar 2010. De woning heeft een inhoud van ongeveer 614 m³. De oppervlakte van het perceel is 339 m².”
Het Hof gaat uit van de hiervoor vermelde feiten en vult deze als volgt aan.
De heffingsambtenaar heeft ter onderbouwing van de vastgestelde WOZ-waarde onder meer een waardeoverzicht (matrix) overgelegd, waarin wordt verwezen naar (verkoop)gegevens van zes woningen; daarvan zijn ook foto’s overgelegd. Drie van deze objecten zijn – net als de woning – tweeondereenkapwoningen uit het bouwjaar 2010 gelegen aan de [straat] te [plaats] . In de matrix zijn van deze drie objecten onder meer de volgende gegevens opgenomen:
|
Adres |
Kavelopp. (m2) |
Opstal (m3) |
Transactiedatum |
Transactieprijs |
|
[adres 2] |
306 |
597 |
2 mei 2016 |
€ 617.500 |
|
[adres 3] |
395 |
642 |
29 september 2017 |
€ 750.750 |
|
[adres 4] |
334 |
614 |
15 april 2020 |
€ 750.000 |
3 Geschil in hoger beroep
Evenals bij de rechtbank is in hoger beroep in geschil of de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de woning niet te hoog heeft vastgesteld.