Home

Gerechtshof Amsterdam, 28-02-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1252, 22/00284

Gerechtshof Amsterdam, 28-02-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1252, 22/00284

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28 februari 2023
Datum publicatie
7 juni 2023
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:1252
Zaaknummer
22/00284
Relevante informatie
Art. 7:6 Adw, Art. 8:2 Adw

Inhoudsindicatie

Douanerecht; indeling in de GN van Emerox 1144

Uitspraak

kenmerk 22/00284

28 februari 2023

uitspraak van de meervoudige douanekamer

op het hoger beroep van

[X] ., gevestigd te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. R. Andringa)

tegen de uitspraak van 22 maart 2022 in de zaak met kenmerk HAA 20/173 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft met dagtekening 5 februari 2019 aan belanghebbende een uitnodiging tot betaling (hierna: de utb) uitgereikt van € 398.356,35 aan douanerechten en € 10.549,68 aan rente op achterstallen.

1.2.

Het tegen de utb gemaakte bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraak op bezwaar van 28 oktober 2019 ongegrond verklaard.

1.3.

Het daartegen ingestelde beroep heeft de rechtbank in haar uitspraak van 22 maart 2022 ongegrond verklaard.

1.4.

Het tegen de uitspraak van de rechtbank door belanghebbende ingestelde hoger beroep is

bij het Hof ingekomen op 2 mei 2022 en is aangevuld bij brief van 23 mei 2022. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 februari 2023. Het onderzoek in deze zaak heeft gelijktijdig plaatsgevonden met het onderzoek in de zaak met kenmerk 22/00285, betreffende dezelfde geschilpunten, maar een andere belanghebbende. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld (in de uitspraak van de rechtbank worden belanghebbende en de inspecteur aangeduid als ‘eiseres’ respectievelijk ‘verweerder’):

“1. In de periode van 28 maart 2017 tot en met 28 februari 2018 heeft [bedrijf] . (hierna: [bedrijf] ) op naam en voor rekening van eiseres, een producent van chemicaliën, aangiften gedaan voor het in het vrije verkeer brengen van goederen met de handelsbenaming ‘Emerox 1144’.

2. In december 2017 is Emerox 1144 door het Douane Laboratorium onderzocht. In eerste instantie is vastgesteld dat Emerox 1144 hoofdzakelijk uit azelaïnezuur bestond en is de door eiseres aangegeven Taric-code 2917 1390 90 en aanvullende Taric-code 2500 akkoord bevonden. In juni 2018 is Emerox 1144 opnieuw door het Douane Laboratorium onderzocht en heeft het laboratorium vastgesteld dat Emerox 1144 voor 89% uit azelaïnezuur en 11% uit dicarbonzuren bestaat, zodat indeling dient plaats te vinden onder Taric-code 3824 9993 90 en aanvullende Taric-code 2501.

3. In 2018 is een administratieve controle ingesteld bij [bedrijf] . De controle was gericht op de indeling in het gebruikstarief en het toegepaste tarief. Er zijn 69 aangiften van eiseres onderzocht, gedaan in de periode van 28 maart 2017 tot en met 28 februari 2018. Verweerder meent dat de indeling van Emerox 1144 dient plaats te vinden onder Taric-code 3824 9993 90, met aanvullende Taric-code 2501, en dat eiseres op grond van deze indeling een tarief van 6,5% aan douanerechten is verschuldigd.”

2.2.

Nu de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden zal ook het Hof daarvan uitgaan.

3 Geschil in hoger beroep

3.1.

Tussen partijen is in geschil of de utb terecht aan belanghebbende is uitgereikt. Meer specifiek is in geschil of het product Emerox 1144 onder post 2917 dan wel post 3824 moet worden ingedeeld. Indien indeling onder post 3824 dient plaats te vinden is tussen partijen in geschil of het vertrouwensbeginsel aan uitreiking van de utb in de weg staat.

3.2.

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke door hen zijn aangevoerd in

de van hen afkomstige stukken. Voor hetgeen zij daaraan ter zitting hebben toegevoegd wordt verwezen naar de naar aanleiding van het verhandelde ter zitting opgemaakte proces-verbaal.

4 Juridisch kader

5 Het oordeel van de rechtbank

6 Beoordeling van het geschil

7 Kosten

8 Beslissing