Gerechtshof Amsterdam, 06-07-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1685, 22/00151
Gerechtshof Amsterdam, 06-07-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1685, 22/00151
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 juli 2023
- Datum publicatie
- 19 juli 2023
- Zaaknummer
- 22/00151
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
WOZ-waarde schietbaan.
Uitspraak
kenmerk 22/00151
6 juli 2023
uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X] , wonende te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. J.F.M. Verheij)
tegen de uitspraak van 31 januari 2022 in de zaak met kenmerk HAA 20/3986 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking als bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [A-straat] te [plaats] (het object) op waardepeildatum 1 januari 2019 voor het jaar 2020 (de WOZ-waarde) vastgesteld op € 425.000. Tegelijk met deze beschikking is aan belanghebbende de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) voor het jaar 2020 bekendgemaakt.
De heffingsambtenaar heeft het ingestelde bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij uitspraak van 31 januari 2022 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.
Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 juni 2023. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Feiten
De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld (belanghebbende en de heffingsambtenaar worden in de uitspraak van de rechtbank aangeduid als ‘eiser’ respectievelijk ‘verweerder’):
“Feiten
1. Eiser is eigenaar van de onroerende zaak op het adres [A-straat] te [plaats] (het object). Het object bestaat uit een vrijstaand clubhuis met daarin een aantal schietbanen, diverse kleine opslagruimten, een kantoor, sanitair en een kantine met bar en kleine bedrijfskeuken. Het object staat op een kavel ter grootte van ongeveer 1.673 m². Het object heeft de bestemming ‘sport’ en wordt door de huurder gebruikt als schietbanen voor het schieten met geweren, pistolen en luchtdrukgeweren. Het is zwaar beveiligd en geïsoleerd, heeft geen daglichttoetreding en een geringe hoogte van ongeveer 2,25 meter.
2. Bij beschikking van 29 februari 2020 heeft verweerder de waarde van het object voor het jaar 2020, met waardepeildatum 1 januari 2019, vastgesteld op € 425.000. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij de bestreden uitspraak op bezwaar heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.
3. Het grondprijsbeleid 2019 van de gemeente [gemeente] houdt voor zover van belang het volgende in:
“Voorliggende nota Grondprijsbeleid legt de grondprijzen voor 2019 vast (…)
6.2.
Niet-commerciële voorzieningen
Bij niet-commerciële voorzieningen kan worden gedacht aan voorzieningen als (…) en openbare, niet commerciële sportvoorzieningen (…). Conform de Nota Grondbeleid worden de grondprijzen bepaald aan de hand van een vaste grondprijs per m² BVO. Voor dergelijke functies is meestal geen duidelijke markt en zijn daardoor marktconforme prijzen lastig te bepalen. Voor bebouwde voorzieningen wordt een vaste grondprijs gehanteerd van € 120 per m² BVO.”
Het Hof gaat uit van de hiervoor vermelde feiten.
3 Geschil in hoger beroep
In hoger beroep is in geschil of de WOZ-waarde voor het jaar 2020 niet te hoog is vastgesteld.