Gerechtshof Amsterdam, 15-08-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1987, 22/00621
Gerechtshof Amsterdam, 15-08-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1987, 22/00621
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 15 augustus 2023
- Datum publicatie
- 6 september 2023
- Zaaknummer
- 22/00621
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 18 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 4 Uitv.reg. WOZ
Inhoudsindicatie
WOZ 2019. Woning in aanbouw. Vervangingswaarde.
Uitspraak
kenmerk 22/00621
15 augustus 2023
uitspraak van de vijfde enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X] , wonende te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. A. Bakker)
tegen de uitspraak van 8 juli 2022 in de zaak met kenmerk AMS 20/6244 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [Z] , de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking met dagtekening 31 maart 2020 op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde (hierna: de WOZ-waarde) van de woning aan het adres [A-straat] te [Z] (hierna: de woning) voor het kalenderjaar 2019 naar waardepeildatum 1 januari 2018 vastgesteld op
€ 206.000. In hetzelfde geschrift is de aanslag onroerendezaakbelasting 2019 bekendgemaakt.
Het daartegen gemaakte bezwaar heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak, gedagtekend
16 oktober 2020, ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft bij brief van 27 november 2020 beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij uitspraak van 8 juli 2022 heeft de rechtbank heeft de rechtbank als volgt op het beroep beslist (belanghebbende en de heffingsambtenaar worden in de uitspraak van de rechtbank aangeduid als ‘eiser’ respectievelijk ‘verweerder’):
“De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- stelt de WOZ-waarde van de woning voor het kalenderjaar 2019 vast op € 191.000,-;
- bepaalt dat de aanslag onroerende zaakbelasting overeenkomstig deze waarde wordt verminderd;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde bestreden uitspraak;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 48,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 3.036,-.”
Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof
ingekomen op 19 augustus 2022 en nader gemotiveerd op 19 september 2022. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 juli 2023. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Feiten
Belanghebbende heeft met een projectontwikkelaar een koopovereenkomst en een aannemingsovereenkomst gesloten betreffende een appartement in een (destijds nog) nieuw te bouwen appartementencomplex in de [plaats] in [Z] . Dat appartement is later plaatselijk nader aangeduid als [A-straat] .
Bij akte van levering van 19 december 2017 is aan belanghebbende en [A] een voortdurend recht van erfpacht geleverd op het appartementsrecht dat recht geeft op het uitsluitende gebruik van het in 2.1 bedoelde appartement en de bijbehorende berging in de kelder. Daarnaast is aan hen een recht van erfpacht op een stallingplaats in de kelder van het appartementencomplex geleverd. De appartementsrechten tezamen maakten volgens de akte van levering (113+13)/15.194e onverdeeld aandeel uit in een gemeenschap, bestaande uit een perceel bouwterrein met het daarop te stichten appartementencomplex.
In de in 2.2 bedoelde akte van levering is vermeld dat de koopsom voor het geleverde
€ 155.797 bedraagt en de aanneemsom € 352.200, en dat van de totale koop-aanneemsom (van € 507.997) bij de levering een bedrag van € 191.017 (€ 155.797 + 10% van de aanneemsom) was vervallen.
Op 1 januari 2019 was het appartementencomplex in aanbouw.
3 Geschil in hoger beroep
In hoger beroep is, net als in beroep, in geschil of de WOZ-waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld.