Home

Gerechtshof Amsterdam, 21-11-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3233, 22/192

Gerechtshof Amsterdam, 21-11-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3233, 22/192

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21 november 2023
Datum publicatie
20 december 2023
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:3233
Zaaknummer
22/192
Relevante informatie
Art. 22 WOZ, Art. 17 WOZ

Inhoudsindicatie

WOZ. Eigen aankoopcijfer van de woning. De door de heffingsambtenaar getaxeerde waarde is niet te hoog. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat en hoe de door haar genoemde omstandigheden van invloed zijn op de waarde van de woning.

Uitspraak

kenmerk 22/192

21 november 2023

uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X], wonende te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),

tegen de uitspraak van 4 maart 2022 in de zaak met kenmerk HAA 20/3565 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente], de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking, gedagtekend 29 februari 2020, krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [A-straat] te [Z] (hierna: de woning) voor het kalenderjaar 2020 vastgesteld op € 263.000. In hetzelfde document heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerendezaakbelasting bekendgemaakt.

1.2.

Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar, gedagtekend 2 juni 2020, de waarde van de onroerende zaak gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Bij uitspraak van 4 maart 2022 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij de griffie van het Hof ingekomen op 17 maart 2022. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Op 11 september 2023 is van de kant van belanghebbende bij de griffie van het Hof een nader stuk ingekomen. Een afschrift hiervan is aan de heffingsambtenaar gestuurd.

1.6.

Belanghebbende heeft in het stuk van 11 september 2023 verzocht om “de (andere) eigenaar c.q. huurder(s) en/of gebruikers” op te roepen als derde(n)-belanghebbende(n). Daartoe heeft het Hof geen aanleiding gezien, reeds omdat niet is toegelicht welk belang belanghebbende daarbij heeft, er geen sprake is van een huurwoning en een andere eigenaar hetzelfde belang heeft als belanghebbende (vgl. A-G Pauwels 22 september 2023, ECLI:NL:PHR:2023:831).

1.7.

Belanghebbende heeft in het stuk van 11 september 2023 verzocht om een digitale zitting vanwege vrees voor COVID. Dat verzoek is door het Hof op 14 september 2023 afgewezen, omdat de zittingen bij het Hof, sinds de corona-beperkingen zijn opgeheven, in beginsel weer fysiek zijn. Daags voor de zitting heeft belanghebbende nogmaals verzocht om een digitale zitting vanwege efficiëntie, een andere digitale zitting en verblijf elders. Dat verzoek is diezelfde dag afgewezen omdat er geen zwaarwegende redenen zijn genoemd, onder verwijzing naar de eerdere afwijzing.

1.8.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 oktober 2023. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Tussen partijen vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar en bewoner van de woning, zijnde een hoekwoning met een berging en een aanbouw en gebouwd in 2001. De inhoud van de woning is (ongeveer) 365 m³ en de oppervlakte van het perceel is 229 m².

2.2.

Belanghebbende heeft de woning eind juli 2019 (datum koopakte) gekocht voor een bedrag van € 275.000. Het transport heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2019.

3 Geschil in hoger beroep

3.1.

Evenals bij de rechtbank is in hoger beroep in geschil of de WOZ-waarde van het object niet te hoog is vastgesteld.

3.3.

Het Hof verwijst in dit verband naar de navolgende vaststelling van de rechtbank (in deze uitspraak is belanghebbende aangeduid als ‘eiser’ en de heffingsambtenaar als ‘verweerder’):

“6. Op de zitting heeft (de gemachtigde van) eiser – nadat hij er op is gewezen dat een algemeen geformuleerd beroepschrift is ingediend met niet of nauwelijks onderbouwde op de woning betrekking hebbende stellingen – het geschil nadrukkelijk beperkt tot de waarde van de woning. Alle overige grieven heeft hij uitdrukkelijk en ondubbelzinnig laten varen.”

3.3.

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken.

Griffierecht hoger beroep

3.4.

Bij brief van 1 juni 2023 heeft de griffier belanghebbende bericht dat hij op grond van de (niet) verstrekte gegevens niet voldoet aan de criteria voor betalingsonmacht en dat daarom vooralsnog griffierecht in rekening zal worden gebracht. Het Hof ziet geen aanleiding om van deze voorlopige beslissing terug te komen. Belanghebbende is daarom voor de behandeling van dit hoger beroep definitief griffierecht verschuldigd, hetgeen ook reeds door hem is voldaan.

4 Het oordeel van de rechtbank

5 Beoordeling van het geschil

6 Kosten

7 Beslissing