Home

Gerechtshof Amsterdam, 14-11-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3417, 22/02530 tot en met 22/02533

Gerechtshof Amsterdam, 14-11-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3417, 22/02530 tot en met 22/02533

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14 november 2023
Datum publicatie
27 december 2023
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:3417
Zaaknummer
22/02530 tot en met 22/02533
Relevante informatie
Art. 225 Gemw

Inhoudsindicatie

Parkeerbelasting. De gemeente mag in haar Parkeerverordening onderscheid maken tussen een bromfiets en de subcategorie brommobiel. Het voertuig van belanghebbende is terecht aangemerkt als brommobiel.

Uitspraak

kenmerken 22/02530 tot en met 22/02533

14 november 2023

uitspraak van de vijftiende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende,

gemachtigde: M.A. Breukhoven (The Divi Group B.V.)

tegen de uitspraak van 14 december 2022 in de zaken met kenmerken AMS 21/4341, AMS 22/713, AMS 22/714 en AMS 22/715 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft in de periode van 24 april 2021 tot en met 20 november 2021 aan belanghebbende vier naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd.

1.2.

Bij uitspraken op bezwaar heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslagen gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld. Bij haar uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank de beroepen ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft op 17 december 2022 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 oktober 2023. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

Tijdens controles is gebleken dat het voertuig van belanghebbende met kenteken FDF30K stilstond op een fiscale parkeerplaats, respectievelijk:

-

op 24 april 2021 om 15.08 uur ter hoogte van het adres [adres 1] ;

-

op 21 september 2021 om 18.33 uur ter hoogte van het adres [adres 2] ;

-

op 14 oktober 2021 om 19.19 uur ter hoogte van het adres [adres 3] ; en

-

op 20 november 2021 om 09.29 uur ter hoogte van het adres [adres 4] ;

telkens zonder dat de parkeerbelasting was voldaan die is verschuldigd voor parkeren op die plaats in Amsterdam op dat tijdstip.

2.2

Het onder 2.1 bedoelde voertuig van belanghebbende heeft drie wielen en is voorzien van een carrosserie.

3 Geschil in hoger beroep

Evenals in eerste aanleg is in geschil of de naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht zijn opgelegd. Meer specifiek is in geschil of het voertuig van belanghebbende moet worden aangemerkt als bromfiets of als brommobiel als bedoeld in artikel 1, onderdeel y, van de Parkeerverordening 2013 van de gemeente Amsterdam (hierna: Parkeerverordening 2013).

4 Beoordeling van het geschil in hoger beroep

5 Kosten

6 Beslissing