Gerechtshof Amsterdam, 28-11-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3540, 22/112, 22/118, 22/131, 22/143 en 22/204
Gerechtshof Amsterdam, 28-11-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3540, 22/112, 22/118, 22/131, 22/143 en 22/204
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 november 2023
- Datum publicatie
- 3 januari 2024
- Zaaknummer
- 22/112, 22/118, 22/131, 22/143 en 22/204
- Relevante informatie
- Art. 22 WOZ, Art. 6 EVRM
Inhoudsindicatie
WOZ 2019 woningen. Balkon of dakterras is een onderdeel van een woning en heeft geen afzonderlijke marktwaarde. Overeenkomstig HR 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1526, was de imsv en pkv in beroep niet te laag.
Uitspraak
kenmerken 22/112, 22/118, 22/131, 22/143 en 22/204
28 november 2023
uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X] , te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels)
tegen de uitspraak van 1 februari 2022 in de zaken met kenmerken AMS 20/570, 20/4443, 20/4444, 20/4445 en 20/4446 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [Z] , de heffingsambtenaar
en
de Staat, de minister van Justitie en Veiligheid te Den Haag, de Minister,
op het verzoek van belanghebbende tot het toekennen van een vergoeding van immateriële schade.
1 Ontstaan en loop van het geding
Kenmerk 22/112 (20/570)
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking met dagtekening 28 februari 2019 op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde (hierna: de WOZ-waarde) van de onroerende zaak aan het adres [A-straat] -1 te [Z] voor het kalenderjaar 2019 naar waardepeildatum 1 januari 2018 vastgesteld op € 391.000. In hetzelfde geschrift is de aanslag onroerendezaakbelasting 2019 bekendgemaakt.
Kenmerk 22/118 (20/4443)
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking met dagtekening 28 februari 2019 op grond van artikel 22 van de Wet WOZ de WOZ-waarde van de onroerende zaken aan de adressen [A-straat] -2 en [A-straat] -3 te [Z] voor het kalenderjaar 2019 naar waardepeildatum 1 januari 2018 vastgesteld op respectievelijk € 391.000 en
€ 438.000. In hetzelfde geschrift zijn de aanslagen onroerendezaakbelasting 2019 bekendgemaakt.
Kenmerk 22/204 (20/4444)
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking met dagtekening 28 februari 2019 op grond van artikel 22 van de Wet WOZ de WOZ-waarde van de onroerende zaak aan het adres [B-straat] -1 te [Z] voor het kalenderjaar 2019 naar waardepeildatum
1 januari 2018 vastgesteld op € 379.000. In hetzelfde geschrift is de aanslag onroerendezaakbelasting 2019 bekendgemaakt.
Kenmerk 22/131 (20/4445)
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking met dagtekening 28 februari 2019 op grond van artikel 22 van de Wet WOZ de WOZ-waarde van de onroerende zaken aan de adressen [B-straat] -2 en [B-straat] -3 te [Z] voor het kalenderjaar 2019 naar waardepeildatum 1 januari 2018 vastgesteld op (ieder) € 384.000. In hetzelfde geschrift zijn de aanslagen onroerendezaakbelasting 2019 bekendgemaakt.
Kenmerk 22/143 (20/4446)
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking met dagtekening 28 februari 2019 op grond van artikel 22 van de Wet WOZ de WOZ-waarde van de onroerende zaken aan de adressen [C-straat] -1, [C-straat] -2, [C-straat] -3 en [C-straat] -4 te [Z] voor het kalenderjaar 2019 naar waardepeildatum 1 januari 2018 vastgesteld op respectievelijk € 293.000, € 293.000, € 293.000 en € 244.000. In hetzelfde geschrift zijn de aanslagen onroerendezaakbelasting 2019 bekendgemaakt.
De tegen de hiervoor vermelde beschikkingen gemaakte bezwaren heeft de heffingsambtenaar bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar, gedagtekend
2 december 2019, ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij uitspraak van 1 februari 2022, verzonden naar partijen op
3 februari 2022, heeft de rechtbank als volgt op de beroepen beslist (belanghebbende wordt in de uitspraak van de rechtbank aangeduid als ‘eiser’ dan wel ‘ [X] ’).
“De rechtbank:
- verklaart het beroep in alle zaken ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een schadevergoeding aan [X] tot een bedrag van € 272,75;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van een schadevergoeding aan [X] tot een bedrag van € 727,25;
- draagt de heffingsambtenaar op een griffierecht van € 117,50 aan [X] te vergoeden;
- draagt de Staat op een griffierecht van € 117,50 aan [X] te vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van [X] tot een bedrag van
€ 405,75;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van [X] tot een bedrag van € 405,75.”
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak tijdig hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft verweerschriften ingediend.
Met dagtekening 19 mei 2023, 24 augustus 2023 en 4 oktober 2023 heeft belanghebbende aanvullende stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 oktober 2023. De zaken zijn gezamenlijk met de zaken met zaaknummers 22/113, 22/203, 22/130 en 22/144 van belanghebbende behandeld. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Feiten
De gecombineerde aanslag is verstuurd naar “ [bedrijf] . ( [X] )”. Belanghebbende is eigenaar van de woningen. [bedrijf] . voert het beheer over deze woningen.
De woningen betreffen alle bovenwoningen, gelegen in verschillende wijken van [Z] . De heffingsambtenaar heeft ter onderbouwing van de door hem voorgestane waarden in eerste aanleg zes waardematrices (“Overzichten taxatiewaarden”) overgelegd.
De matrix voor [A-straat] -1 is tevens van toepassing op [A-straat] -2. In elke waardematrix zijn vergelijkingspanden opgenomen die in dezelfde wijk en buurt als de betreffende woning van belanghebbende gelegen zijn.
3 Geschil in hoger beroep
Evenals in eerste aanleg is in hoger beroep in geschil of de heffingsambtenaar de waarden van de woningen niet te hoog heeft vastgesteld.
Daarnaast is de hoogte van de door de rechtbank vastgestelde vergoedingen van immateriële schade en proceskosten in geschil.