Home

Gerechtshof Amsterdam, 30-11-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3570, 23/00293

Gerechtshof Amsterdam, 30-11-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3570, 23/00293

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
30 november 2023
Datum publicatie
10 januari 2024
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:3570
Zaaknummer
23/00293
Relevante informatie
Art. 229 Gemw

Inhoudsindicatie

Aanslag leges omgevingsvergunning; is de aanvraag in behandeling genomen. Gelijkheidsbeginsel.

Uitspraak

kenmerk 23/293

30 november 2023

uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , gevestigd te [Z] , belanghebbende,

tegen de uitspraak van 9 februari 2023 in de zaak met kenmerk HAA 21/3735 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlem, de heffingsambtenaar

en

de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende met dagtekening 30 december 2020 een aanslag leges omgevingsvergunning (hierna: de aanslag) van € 9.331,00 opgelegd.

1.2.

Belanghebbende heeft tegen de aanslag bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft dit bezwaar bij uitspraak op bezwaar van 16 juni 2021 ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende heeft beroep ingesteld.

1.3.

De rechtbank heeft bij uitspraak van 9 februari 2023 als volgt beslist (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘eiseres’):

“Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding aan eiseres van € 500; en

- gelast de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) het betaalde griffierecht van € 360 te vergoeden.”

1.4.

Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 22 maart 2023 en aangevuld bij brief van 26 april 2023. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft bij brief van 3 juli 2023 op het verweerschrift gereageerd en op 11 november 2023 haar pleitnota bij het Hof ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 november 2023. De heffingsambtenaar heeft het Hof op 13 oktober 2023 bericht niet bij de zitting aanwezig te zullen zijn. Belanghebbende is ter zitting van het Hof verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld:

Feiten

1. Eiseres heeft op 7 september 2020 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ter zake van een realisatie van een dakopbouw ten behoeve van twee appartementen op het perceel [adres] te Haarlem ingediend, via het OmgevingsloketOnline (hierna ook wel: de aanvraag).

2. Een brief van het Team Advies & Ondersteuning van de gemeente Haarlem van 4 november 2020 vermeldt onder meer:

“U heeft op 7 september 2020 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor [eiseres], realisatie dakopbouw tbv twee appartementen op het perceel [adres] in Haarlem. De aanvraag omvat de volgende activiteiten:

- het (ver)bouwen van een bouwwerk (verder te noemen de activiteit bouwen);

- het bouwen en/of gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit (verder te noemen handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening).

Het betreft hier de activiteiten als genoemd in artikel 2.1, eerste lid, onder a en c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

(...)

De door u aangevraagde bouwactiviteit is in strijd met het geldende bestemmingsplan. U heeft echter de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening niet aangevraagd. Op grond van artikel 2.10 lid 2 Wabo wordt uw aanvraag mede aangemerkt als een verzoek om af te wijken van het geldende bestemmingsplan (...).

Op basis van de door u ingediende gegevens blijkt dat wij bevoegd zijn om te beslissen op uw aanvraag.

Na ontvangst van uw aanvraag hebben wij deze aan de hand van de Mor getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteiten op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook volledig en in behandeling genomen.

Procedure

Voor uw aanvraag omgevingsvergunning geldt de reguliere voorbereidingsprocedure met een maximale beslistermijn van acht weken na de ontvangst van uw aanvraag. Dit betekent dat uiterlijk op 2 november 2020 een beslissing moet zijn genomen.

Indien niet tijdig op uw aanvraag is beslist dan is de gevraagde beschikking in beginsel van rechtswege gegeven. (...)”

3. Bij brief van 16 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem eiseres (ondermeer) het volgende bericht:

“U heeft op 7 september 2020 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor [eiseres] (....). In deze brief informeren wij u over uw aanvraag.

Van rechtswege verleende vergunning

Op grond van artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht hadden wij uiterlijk op 2 november 2020 een beslissing op de aanvraag moeten nemen. Wij hebben geconstateerd dat deze datum inmiddels is verstreken. Dat betekent dat de vergunning van rechtswege is verleend.

(...)

Leges

Overeenkomstig de legesverordening bent u voor uw aanvraag omgevingsvergunning leges verschuldigd. U krijgt hiervoor een separate aanslag. (...)”

4. Met dagtekening 30 december 2020 is aan eiseres een aanslag leges opgelegd voor een bedrag van in totaal € 9.331, bestaande uit een bedrag van € 9.075 voor ‘Activiteit bouwen’ en een bedrag van € 256 voor ‘Binnenplanse afwijking bouw’.

5. Volgens de Verordening op de heffing en invordering van leges 2020 en de daarbij behorende tarieventabel van de gemeente Haarlem (hierna: de Verordening), wordt leges geheven ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag van een omgevingsvergunning.”

2.2.

Nu de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden, zal ook het Hof daarvan uitgaan. Het Hof voegt hier nog de volgende feiten aan toe.

2.3.

In het in eerste aanleg ingediende verweerschrift is onder meer het volgende opgenomen ten aanzien van de gang van zaken nadat op 7 september 2020 de aanvraag van belanghebbende bij de gemeente Haarlem werd ingediend:

“De aanvraag is 10 september 2020 in behandeling genomen. Aanvullend op de uitspraak op bezwaar merk ik op dat voor de aanvraag omgevingsvergunning de volgende adviezen zijn afgegeven, zie ook bijlage F voor een schermprint uit het bouwdossier:

- Toets bestemmingsplan, zaak aangemaakt op 10 september 2020 en afgerond op 19 november 2020;

- Toets ARK (welstand), advies gevraagd op 10 september 2020 en afgerond op 19 november 2020;

- Toets Bouwbesluit, zaak aangemaakt op 10 september 2020 en afgerond op 10 september 2020;

- Toets Verkeer, advies gevraagd op 10 september 2020 en afgerond op 17 september 2020;

- Toets Brandveiligheid, advies gevraagd op 10 september 2020 en afgerond op 10 september 2020.

(…)

Toetsing bestemmingsplan

Belanghebbende stelt dat er geen diensten verleend mogen worden die niet gevraagd zijn. Ik bestrijd dat hier sprake van is. Belanghebbende doelt op de toetsing van het bestemmingsplan en het tarief voor binnenplanse afwijking van €256. Belanghebbende heeft een aanvraag ingediend die buiten het bestemmingsplan valt. Een aanvraag wordt altijd getoetst aan het bestemmingsplan. Dat belanghebbende heeft nagelaten om het betreffende vakje in de aanvraag aan te vinken dat het om een buiten het bestemmingsplan vallende aanvraag gaat maakt dit niet anders. De aanvraag viel buiten het bestemmingsplan. Dit is ook te lezen in de beschikking. Belanghebbende heeft geen argumenten aangedragen waarom de aanvraag wel binnen het bestemmingsplan zou vallen ondanks de feitelijke constatering dat dit niet zo is. Noch heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de beschikking waarin staat dat het gaat om een aanvraag die buiten het bestemmingsplan valt.

Ik merk nog op dat in bijlage F staat “weigeringsgrond” bij de bestemmingsplan toets. Dat de vergunning van rechtswege is verleend is in het voordeel van belanghebbende maar maakt de constatering van een weigeringsgrond niet anders.”

2.4.

Tot de gedingstukken behoren door de heffingsambtenaar op 29 september 2022 als bijlage ingebrachte schermprints van het bouwdossier van belanghebbende. In bijlage G is

onder meer vermeld:

“2020-0751 omgevingsvergunning

[Belanghebbende] realisatie dakopbouw tbv twee appartementen

[adres] in Haarlem

Zaaktype

Zaakstatus

Conclusie

Einddatum gepland

(…)

Einddatum

(…)

Toets ARK (Welstand)

Gesloten

24-9-2020

(…)

19-11-2020

(…)

Toets Bestemmingsplan

Gesloten

Weigeringsgrond

24-9-2020

(…)

19-11-2020

(…)

Toets Bouwbesluit

Gesloten

Geen weigeringsgrond

24-9-2020

(…)

10-9-2020

(…)

Toets Brandveiligheid

Gesloten

Geen weigeringsgrond

24-9-2020

(…)

10-9-202

(…)

Toets Verkeer (Parkeren)

Gesloten

Weigeringsgrond

24-9-2020

(…)

17-9-2020

(…)”

Voorts zijn er schermprints met daarop een weergave van de toetsing van de aanvraag aan verschillende bestemmingsplannen (Bestemmingsplan “ [buurt] ”, Bestemmingsplan “Reparatieplan B Haarlem 2019” en Bestemmingsplan “Parapluplan parkeernormen Haarlem 2018”).

3 Geschil in hoger beroep

In hoger beroep is in geschil of de aanslag terecht is en niet tot een te hoog bedrag is opgelegd.

4 Het oordeel van de rechtbank

5 Beoordeling van het geschil

6 Kosten

7 Beslissing