Home

Gerechtshof Amsterdam, 27-06-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1772, 23/44 tot en met 23/58

Gerechtshof Amsterdam, 27-06-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1772, 23/44 tot en met 23/58

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27 juni 2024
Datum publicatie
3 juli 2024
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:1772
Zaaknummer
23/44 tot en met 23/58
Relevante informatie
Art. 22 WOZ, Art. 18 WOZ, Art. 6 EVRM

Inhoudsindicatie

WOZ. Eenzelfde kapitalisatiefactor toepassen bij meerdere objecten in een gebouw? De heffingsambtenaar is niet gehouden om voor objecten binnen één gebouw dezelfde kapitalisatiefactor toe te passen.

Uitspraak

kenmerken 23/44 tot en met 23/58

27 juni 2024

uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , wonende te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels)

tegen de uitspraak van 21 november 2022 in de zaak met kenmerken AMS 20/165, AMS 20/1414, AMS 20/1416 en AMS 20/1418, AMS 20/1420 tot en met AMS 20/1425 en AMS 20/1428 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [Z] , de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij in één geschrift vervatte beschikkingen met dagtekening 31 juli 2020 op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde (hierna: de WOZ-waarde) van de onroerende zaken te [Z] voor het kalenderjaar 2019 naar waardepeildatum 1 januari 2018 vastgesteld op de navolgende bedragen:

[A-straat]

€ 329.000

[B-straat]

€ 359.000

[C-straat]

€ 970.000

[D-straat] 194 (café)

€ 697.000

[D-straat] 192-a (A-D)

€ 945.000

[E-straat] 107-h (BG ged.)

€ 509.000

[E-straat] 107-h (ged. BG)

€ 211.000

[E-straat] 107 (kelder)

€ 225.000

[E-straat] 107 (1e en 2e verdieping)

€ 1.814.000

[E-straat] 107 (3e verdieping)

€ 738.000

[E-straat] 107 (4e verdieping)

€ 738.000

[E-straat] 107 (5e en 6e verdieping)

€ 1.034.000

[D-straat] 194 (laser games)

€ 512.000

[D-straat] 193-d

€ 197.000

[D-straat] 191-c

€ 609.000

1.2.

De tegen de onder 1.1. vermelde beschikkingen en aanslagen gemaakte bezwaren, heeft de heffingsambtenaar bij uitspraken op bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld bij de rechtbank. In een uitspraak buiten zitting van 23 december 2020 heeft de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen deze zaak verzet aangetekend.

1.5.

De rechtbank heeft bij uitspraak van 17 mei 2021 het verzet gegrond verklaard en het onderzoek voortgezet.

1.6.

Ter zitting bij de rechtbank zijn partijen tot een compromis gekomen over de WOZ-waarden van de objecten [C-straat] (kenmerk: AMS 20/1415) en [D-straat] 193-d (kenmerk: AMS 20/1427) en heeft belanghebbende zijn beroep ingetrokken met betrekking tot de waarde beschikking voor het object [D-straat] 194 (laser games)(kenmerk: AMS 20/1426). De rechtbank heeft als volgt beslist (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘eiseres’):

“De rechtbank:

-

verklaart het beroep in de procedures met zaaknummer AMS 20/1415, AMS 20/1419 en AMS 20/1426 gegrond;

-

verklaart het beroep voor wat de overige procedures betreft ongegrond;

-

vernietigt de bestreden uitspraak voor zover het de [C-straat] , [E-straat] 107-h (BG ged.) en de [D-straat] 194 (laser games) betreft;

-

stelt de WOZ-waarde van het object [C-straat] voor het belastingjaar 2019 vast op € 740.000;

-

stelt de WOZ-waarde van het object [E-straat] 107-h (BG ged.) voor het belastingjaar 2019 vast op € 480.000;

-

stelt de WOZ-waarde van het object [D-straat] 194 (laser games) voor het belastingjaar 2019 vast op € 346.000;

-

bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelasting voor zover het betrekking heeft op de [C-straat] , [E-straat] 107-h (BG ged.) en de [D-straat] 194 (laser games) overeenkomstig de hiervoor genoemde waarden wordt verminderd;

-

bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van de bestreden uitspraak op bezwaar;

-

draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 144 aan eiser te vergoeden;

-

veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.056;

-

veroordeelt de Staat tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.500;

-

Draagt de Staat op het betaalde griffierecht van € 576 aan eiser te vergoeden;

-

veroordeelt de Staat in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 759.”

1.7.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld op 29 december 2022. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.8.

Met dagtekening 5 april 2024 heeft belanghebbende een nader stuk ingediend.

1.9.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 mei 2024.Ter zitting heeft belanghebbende de hoger beroepen met kenmerken 23/46 (AMS 20/1415, inzake [C-straat] ), 23/49 (AMS 20/1419, inzake [E-straat] 107-h (BG ged.)), 23/56 (AMS 20/1426, inzake [D-straat] 194 (laser games)) en 23/57 (AMS 20/1427, inzake [D-straat] 193-d) ingetrokken. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaken genoemd in 1.1.

2.2.

De heffingsambtenaar heeft ter onderbouwing van de door hem voorgestane WOZ-waarden in eerste aanleg een taxatierapporten, waardematrices, huurinformatieformulieren (HIF), huurovereenkomsten en aktes van levering overgelegd.

2.3.

Ter zitting in hoger beroep is het volgende verklaard:

De voorzitter vraagt aan de gemachtigde van belanghebbende of hij de hoger beroepen met de kenmerken 23/46 ( [C-straat] ), 23/56 ( [D-straat] 194 (laser games)) en 23/57 ( [D-straat] 193-d) intrekt omdat ter zitting bij de rechtbank het beroep al is ingetrokken naar aanleiding van een compromis tussen partijen. Daarnaast vraagt de voorzitter aan de gemachtigde van belanghebbende of hij het hoger beroep met kenmerk 23/49 ook wil intrekken omdat de rechtbank het beroep gegrond heeft verklaard en de waarde van dat object heeft vastgesteld op een lagere prijs. De gemachtigde van belanghebbende antwoordt op beide vragen bevestigend.”

3 Geschil in hoger beroep

Evenals in eerste aanleg is in hoger beroep in geschil of de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de woningen niet te hoog heeft vastgesteld.

4 Het oordeel van de rechtbank

5 Beoordeling van het geschil in hoger beroep

6 Kosten

7 Beslissing