Gerechtshof Amsterdam, 23-04-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1988, 23/429
Gerechtshof Amsterdam, 23-04-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1988, 23/429
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 23 april 2024
- Datum publicatie
- 23 juli 2024
- Zaaknummer
- 23/429
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 40 Wet WOZ, Art. 2 BPB
Inhoudsindicatie
WOZ-waarde woning; art. 40 Wet WOZ
Uitspraak
kenmerk 23/429
23 april 2024
uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X] , wonende te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: G. Gieben)
tegen de uitspraak van 14 april 2023 in de zaak met kenmerk HAA 22/317 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft in een WOZ-beschikking de waarde van de woning [A-straat ] te [Z] , gemeente [gemeente] , (de woning) voor het belastingjaar 2021 vastgesteld op € 275.000. In hetzelfde document heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerende zaakbelastingen 2021 bekend gemaakt.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij uitspraak van 14 april 2023 heeft de rechtbank als volgt beslist (belanghebbende en de heffingsambtenaar worden in de uitspraak van de rechtbank aangeduid als ‘eiseres’ respectievelijk ‘verweerder’):
“De rechtbank:
- -
-
verklaart het beroep ongegrond;
- -
-
veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade van eiseres voor een bedrag van € 500;
- -
-
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres voor een bedrag van € 837, en
- -
-
draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 49 aan eiseres te vergoeden.”
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Desgevraagd heeft geen van beide partijen kenbaar gemaakt een zitting te wensen.
2 Feiten
De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld:
“Feiten
De woning van eiseres is een hoekwoning met aanbouw uit 1980 met een tuinhuis. De oppervlakte van de woning is 100 m2 en van de aanbouw 4 m2. De oppervlakte van het perceel is 223 m².
2. Tot het dossier behoren drie e-mails van verweerder die naar aanleiding van het ingediende bezwaar op 28 mei 2021 aan gemachtigde ( [e-mail address] ) zijn verzonden. Bij die e-mails zijn gevoegd het taxatieverslag van de woning, de taxatiekaart van de woning en de taxatie waardeset van de woning.
3. In beroep heeft verweerder de volgende stukken overgelegd. Een waardeopbouw (matrix), die in opdracht van verweerder is opgemaakt op 23 augustus 2022, door [A] (WOZ-gediplomeerd taxateur), waarin de waarde van de woning op 1 januari 2000 is bepaald op € 275.000. Naast de gegevens van de woning, zijn gegevens van drie verkochte woningen vermeld (vergelijkingsobjecten). Deze vergelijkingsobjecten zijn [B-straat] 56, [C-straat] 16 en [C-straat] 20, alle gelegen te Warmerhuizen. Verder heeft verweerder overgelegd een bijlage met de waardeontwikkeling van hoek- en rijwoningen in de gemeente [gemeente] en een bijlage met de grondstaffel.”
Het Hof gaat uit van de hiervoor vermelde feiten en vult deze als volgt aan.
In het bezwaarschrift van 3 maart 2021 is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:
“Ik verzoek u bij niet volledige tegemoetkoming aan het bezwaar de opbouw en een controleerbare onderbouwing van de kavelwaarde, de zogenoemde grondstaffel (…) te overleggen.
(…)
Tevens verzoek ik u (…) om alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder in ieder geval de onderbouwing van de taxatie inzichtelijk te verstrekken. Ik verzoek u, conform voorgaande zin, van het onderhavige object alsmede van de gehanteerde referentiepanden, de grondstaffels, liggingsfactoren, onderbouwing van de indexering naar waardepeildatum en de KOUDV-factoren te overleggen. (…)
Graag ontvang ik deze stukken in een overzichtelijke taxatiekaart.”
In het aanvullend bezwaarschrift van 22 juli 2021 is, voor zover van belang, opgenomen:
“Ik verzoek u bij niet volledig[e] tegemoetkoming aan het bezwaar de opbouw en een controleerbare onderbouwing van de kavelwaarde, de zogenoemde grondstaffel (…) te overleggen. (…)
Ik verzoek u de taxatiekaart met daarop de en KOUDV- en liggingsfactoren, alsmede de manier waarop u de verschillen hebt verdisconteerd, van het onderhavige object en de van de door u opgevoerde vergelijkingspanden tijdig (…) te verstrekken. Ook verzoek ik u het gehanteerde indexeringspercentage, om de waarde van de referentiepanden op waardepeildatum te bepalen, te verstrekken inclusief de onderbouwing van het door u gehanteerde indexeringspercentage. (…).
Ik verzoek u de taxatiekaart (…) te verstrekken.”
In het taxatieverslag van de woning dat is opgenomen in de e-mail van 28 mei 2021 (van de heffingsambtenaar aan belanghebbende; zie onder 2 van de rechtbankuitspraak) zijn als vergelijkingsobjecten [B-straat] 2 , [C-straat] 16 en [C-straat] 20 (alle drie gelegen in [Z] ) opgenomen.
3 Geschil in hoger beroep
In hoger beroep is in geschil of de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
Daarnaast is in geschil of de heffingsambtenaar op de juiste wijze invulling heeft gegeven aan zijn informatieverplichting uit hoofde van artikel 40 Wet WOZ. Zo het antwoord op deze vraag negatief luidt is vervolgens de vraag welke consequenties hieraan dienen te worden verbonden.