Gerechtshof Amsterdam, 16-07-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2301, 23/119 23/120
Gerechtshof Amsterdam, 16-07-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2301, 23/119 23/120
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 juli 2024
- Datum publicatie
- 3 september 2024
- Zaaknummer
- 23/119 23/120
- Relevante informatie
- Art. 22 WOZ, Art. 17 WOZ, Art. 18 WOZ
Inhoudsindicatie
WOZ-waarde tennishal
Uitspraak
kenmerken 23/119 en 23/120
16 juli 2024
uitspraak van de achtste enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X] , gevestigd te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels)
tegen de uitspraak van 18 januari 2023 in de zaak met kenmerken AMS 21/1194 en 21/1195 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [Z] , de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking met dagtekening 31 december 2019 op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde (hierna: de WOZ-waarde) van de onroerende zaak aan het adres [A-straat] te [Z] (hierna: de onroerende zaak) voor het kalenderjaar 2019 naar waardepeildatum 1 januari 2018 vastgesteld op € 2.505.000. In hetzelfde geschrift is de aanslag onroerendezaakbelasting 2019 bekendgemaakt.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking met dagtekening 29 februari 2020 op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde (hierna: de WOZ-waarde) van de onroerende zaak aan het adres [A-straat] te [Z] (hierna: de onroerende zaak) voor het kalenderjaar 2020 naar waardepeildatum 1 januari 2019 vastgesteld op € 2.488.000. In hetzelfde geschrift is de aanslag onroerendezaakbelasting 2020 bekendgemaakt.
De daartegen gemaakte bezwaren heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar, gedagtekend 18 januari 2021, ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft op 26 februari 2021 beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij uitspraak van 18 januari 2023 heeft de rechtbank als volgt op de beroepen beslist (belanghebbende wordt in de uitspraak van de rechtbank aangeduid als ‘de stichting):
“De rechtbank:
- verklaart in beide zaken het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in zaak AMS 21/1194 tot het betalen van een schadevergoeding aan de stichting tot een bedrag van € 500,-;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in zaak AMS 21/1194 in de proceskosten van de stichting tot een bedrag van € 418,50;
- draagt de heffingsambtenaar op in zaak AMS 21/1194 de helft van het betaalde griffierecht, dus een bedrag van € 180,- aan de stichting te vergoeden;
- veroordeelt de Staat in zaak AMS 21/1194 tot het betalen van een schadevergoeding aan de stichting tot een bedrag van € 500,-;
- veroordeelt de Staat in zaak AMS 21/1194 in de proceskosten van de stichting tot een bedrag van € 418,50;
- draagt de Staat op in zaak AMS 221/1194 de helft van het betaalde griffierecht, dus een bedrag van € 180,- aan de stichting te vergoeden.”
Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof
ingekomen op 26 januari 2023. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een nader stuk ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juni 2024. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Feiten
Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak. De onroerende zaak betreft een tennishal met een (kleine) opslag. De totale oppervlakte bedraagt ongeveer 2.172 m2.
De heffingsambtenaar heeft ter onderbouwing van de door hem voorgestane waarde voor 2019 van € 2.505.000 onder meer een berekening overgelegd.
De heffingsambtenaar heeft ter onderbouwing van de door hem voorgestane waarde voor 2020 van € 2.488.000 onder meer een berekening overgelegd.
3 Geschil in hoger beroep
In hoger beroep is in geschil of de waarde van de onroerende zaak te hoog is vastgesteld. Tevens is in geschil of aan belanghebbende een hogere vergoeding van immateriële schade moet worden toegekend en of aan belanghebbende een juiste vergoeding van proceskosten en griffierecht is toegekend.