Home

Gerechtshof Amsterdam, 18-07-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2302, 22/2559

Gerechtshof Amsterdam, 18-07-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2302, 22/2559

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18 juli 2024
Datum publicatie
17 september 2024
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:2302
Zaaknummer
22/2559
Relevante informatie
Art. 17 Wet WOZ, Art. 28 Wet WOZ, Art. 40 Wet WOZ, Art. 7:4 Awb, Art. 8:42 Awb

Inhoudsindicatie

WOZ-waarde 2015 woning. Artikel 40, lid 2, Wet WOZ: in bezwaarfase is op verzoek van belanghebbende de berekening van de erfpachtcorrecties van de vergelijkingsobjecten verstrekt. Standaardgrieven, standaardoverwegingen.

Uitspraak

kenmerk 22/2559

18 juli 2024

uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , wonende te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. A. Bakker)

tegen de uitspraak van 10 november 2022 in de zaak met kenmerk AMS 22/202 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [Z] , de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking met dagtekening 3 juni 2021 op grond van artikel 28 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde (hierna: de WOZ-waarde) van de onroerende zaak aan het adres [A-straat] 30 te [Z] (hierna: de woning) voor het kalenderjaar 2015 naar waardepeildatum 1 januari 2014 vastgesteld op € 805.500.

1.2.

Het hiertegen gemaakte bezwaar heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar, gedagtekend 3 december 2021, ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij uitspraak van 10 november 2022 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak tijdig hoger beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Met dagtekening 13 september 2023 heeft de heffingsambtenaar een aanvullend stuk ingediend.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juli 2024. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2 1. Belanghebbende is eigenaar van de woning. Het gaat om een repeterende tussenwoning met een kelder, garage en een berging. De oppervlakte van de woning is ongeveer 169 m² en de oppervlakte van de kavel is ongeveer 219 m².

2.2.

De heffingsambtenaar heeft in eerste aanleg, naast het taxatieverslag en een grondstaffel, een waardematrix (“Overzichten taxatiewaarden”) overgelegd, alsmede foto’s van de woning en de in de waardematrix opgevoerde vergelijkingsobjecten.

3 Geschil in hoger beroep

3.1.

Evenals in eerste aanleg is in hoger beroep in geschil of de heffingsambtenaar de waarde van de woning niet te hoog heeft vastgesteld.

3.2.

In hoger beroep is niet langer in geschil of de heffingsambtenaar in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in artikel 40, lid 2, van de Wet WOZ door in de bezwaarfase op verzoek van belanghebbende niet de berekening van de erfpachtcorrecties van de vergelijkingsobjecten te verstrekken. Belanghebbende heeft immers ter zitting van het Hof berust in de stelling van de heffingsambtenaar dat deze de bewuste stukken wel in de bezwaarfase heeft verstrekt.

4 Het oordeel van de rechtbank

5 Beoordeling van het geschil in hoger beroep

6 Kosten

7 Beslissing