Gerechtshof Amsterdam, 09-07-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2340, 22/2273
Gerechtshof Amsterdam, 09-07-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2340, 22/2273
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 juli 2024
- Datum publicatie
- 27 september 2024
- Zaaknummer
- 22/2273
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
WOZ. De heffingsambtenaar heeft voldoende rekening gehouden met de verschillen tussen de woning en de door hem gebruikte referentieobjecten. Waarde dakterras.
Uitspraak
kenmerk 22/2273
9 juli 2024
uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X] B.V., gevestigd te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels)
tegen de uitspraak van 22 juli 2022 in de zaak met kenmerken AMS 20/6951, AMS 21/1341 en AMS 21/1342 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [Z] , de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking met dagtekening 31 maart 2020 op grond van artikel 22 van de Wet WOZ de WOZ-waarde van de onroerende zaak aan de [A-straat] te [Z] (hierna: de woning) voor het kalenderjaar 2020 naar waardepeildatum 1 januari 2019 vastgesteld op € 694.000. In hetzelfde geschrift is de aanslag onroerendezaakbelasting 2020 bekendgemaakt evenals de WOZ-waarden en aanslagen onroerendezaakbelasting voor het jaar 2020 van de objecten aan [B-straat] 53 H, [B-straat] 53 2 en [C-straat] , alle te [Z] .
Het tegen de hiervoor vermelde beschikkingen gemaakte bezwaar heeft de heffingsambtenaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft ten aanzien van de beroepen als volgt beslist (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘ [X] ’):
“De rechtbank:
- -
-
verklaart het beroep in de zaak AMS 21/1341 gegrond;
- -
-
vernietigt de bestreden uitspraak voor zover het de waarde van het object [C-straat] (derde en vierde verdieping en zolder) betreft;
- -
-
stelt de waarde van de onroerende zaak [C-straat] (derde en vierde verdieping en zolder) voor het kalenderjaar 2020 vast op € 885.000,- en bepaalt dat de aanslag onroerende zaakbelasting 2020 overeenkomstig deze waarde wordt verminderd;
- -
-
bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de bestreden uitspraak;
- -
-
verklaart het beroep in de overige zaken ongegrond;
- -
-
veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een schadevergoeding aan [X] tot een bedrag van € 250,-,
- -
-
draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht in zaak AMS 21/1341 van € 354,- aan [X] te vergoeden;
- -
-
veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een proceskostenvergoeding aan [X] in zaak AMS 21/1341 tot een bedrag van € 1.518,-;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van een schadevergoeding aan [X] tot een bedrag van € 250,-.”
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld, ingekomen bij het Hof op 5 september 2022. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Met dagtekening 5 april 2024 heeft belanghebbende een nader stuk ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 mei 2024. Ter zitting van het Hof heeft belanghebbende de hoger beroepen terzake de objecten [B-straat] 53 H, [B-straat] 53 2 en [C-straat] ingetrokken (alleen het hoger beroep terzake de woning resteert aldus).Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Feiten
Belanghebbende is eigenaar van de woning.
De heffingsambtenaar heeft in eerste aanleg voor de woning een ‘reactie taxateur’ en ‘intern-waardeadvies’ overgelegd. In het intern-waardeadvies zijn foto’s van het object en de vergelijkingsobjecten ( [D-straat] , [E-straat] en [F-straat] 2 + 3e verd) en een waardematrix opgenomen.
[AFBEELDING WAARDEMATRIX]
3 Geschil in hoger beroep
In hoger beroep is in geschil of de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de woning niet te hoog heeft vastgesteld.