Home

Gerechtshof Amsterdam, 05-09-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2627, 23/692

Gerechtshof Amsterdam, 05-09-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2627, 23/692

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
5 september 2024
Datum publicatie
18 september 2024
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:2627
Zaaknummer
23/692
Relevante informatie
Art. 6:17 Awb, Art. 7:4 Awb, Art. 7:7 Awb, Art. 7:12 Awb, Art. 8:42 Awb, Art. 17 WOZ, Art. 40 WOZ

Inhoudsindicatie

WOZ-waarde woning.

Uitspraak

kenmerk 23/692

5 september 2024

uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , woonachtig te [Z] , belanghebbende,

gemachtigde: mr. A. Bakker

tegen de uitspraak van 16 juni 2023 in de zaak met kenmerk HAA 21/6187 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Heemstede, de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking als bedoeld in artikel 22 van de Wet Waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z] (hierna: de woning) op de waardepeildatum 1 januari 2020 voor het belastingjaar 2021 vastgesteld op € 1.343.000.

1.2.

Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard en de waarde van de woning gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 16 juni 2023 het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 28 juli 2023. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juli 2024. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘eiser’ en de heffingsambtenaar als ‘verweerder’):

Feiten

1. De woning van eiser is een vrijstaande woning met bouwjaar 1923. De inhoud van de woning is 741 m³ en de oppervlakte van het perceel is 474 m². De woning heeft een dakkapel en een vrijstaande berging/schuur. De woning is in 2014 gekocht en inpandig gestript en vervolgens opnieuw opgebouwd; in 2016 verkeert het geheel in gerenoveerde staat.

2. Eiser is in de bezwaarfase vertegenwoordigd door een andere gemachtigde,
mr. P.L.J.A van Rosmalen van ‘Eerlijke WOZ’. Bij het bezwaarschrift is een taxatierapport gevoegd van taxateur H. van Waveren van ‘Eerlijke WOZ’. In dat rapport is de waarde van de woning op 1 januari 2020 bepaald op € 1.085.000. In het rapport worden verkoopprijzen van drie vergelijkingsobjecten genoemd, te weten [a-straat 2] , [b-straat 1] en [c-straat 1] , alle te [Z] .

3. Tot het dossier behoort een brief van verweerder waarin de ontvangst van het

bezwaarschrift wordt bevestigd. Bij die brief is gevoegd het taxatieverslag van de woning. Het dossier bevat geen reactie op de toezending van dat taxatieverslag.

4. Bij het verweerschrift heeft verweerder een waarderapport met een waarde-opbouw (matrix) overgelegd, gemaakt door taxateur [A] , waarin de waarde van de woning op 1 januari 2020 is bepaald op € 1.343.000. In het waarderapport zijn naast de gegevens van de woning, de verkoopgegevens vermeld van één vergelijkingsobject, te weten [a-straat 2] te [Z] . Als extra onderbouwing zijn de gegevens vermeld van [d-straat 1] en [c-straat 1] , beide te [Z] .”

2.2.

Het Hof gaat uit van de hiervoor vermelde feiten.

3 Geschil in hoger beroep

Evenals in eerste aanleg is in hoger beroep in geschil of de WOZ-waarde van de woning te hoog is vastgesteld.

4 Het oordeel van de rechtbank

5 Beoordeling van het geschil

6 Kosten

7 Beslissing