Gerechtshof Amsterdam, 16-01-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:268, 23/408
Gerechtshof Amsterdam, 16-01-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:268, 23/408
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 januari 2024
- Datum publicatie
- 6 maart 2024
- Zaaknummer
- 23/408
- Relevante informatie
- Art. 234 Gemw
Inhoudsindicatie
De bekendmakingsdatum in het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen is regelend recht. Dat het maximumbedrag na 1 september van het voorliggende jaar bekend is gemaakt, is dus niet van belang voor de rechtmatigheid van de hoogte van het bedrag in het Besluit.
Uitspraak
kenmerk 23/408
16 januari 2024
uitspraak van de vijftiende enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X] , wonende te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema)
tegen de uitspraak van 5 april 2023 in de zaak met kenmerk AMS 22/5545 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats] , de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft op 4 mei 2022 aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting ad € 66,60 (€ 0,10 parkeerbelasting en € 66,50 kosten) opgelegd.
Op 4 november 2022 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij uitspraak van 5 april 2023 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2024. De heffingsambtenaar is, zonder bericht, niet verschenen. De griffier heeft partijen op 4 december 2023 per (digitale) brief uitgenodigd, onder vermelding van plaats en tijdstip, om op de zitting te verschijnen. De heffingsambtenaar is derhalve op de voorgeschreven wijze uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Feiten
De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld (belanghebbende wordt in de uitspraak van de rechtbank aangeduid als ‘eiser’):
“Op 4 mei 2022 heeft de heffingsambtenaar eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd, omdat zijn auto met kenteken [kenteken] op 29 april 2022 om 18:05 uur ter hoogte van de [A-straat] in [plaats] geparkeerd stond terwijl daarvoor geen of te weinig parkeerbelasting was betaald.”
Het Hof gaat uit van de hiervoor vermelde feiten.
3 Geschil in hoger beroep
In hoger beroep is in geschil of bij de naheffingsaanslag terecht een bedrag ad € 66,50 aan kosten in rekening is gebracht.