Home

Gerechtshof Amsterdam, 01-10-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2755, 200.308.476/01

Gerechtshof Amsterdam, 01-10-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2755, 200.308.476/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
1 oktober 2024
Datum publicatie
21 oktober 2024
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:2755
Zaaknummer
200.308.476/01

Inhoudsindicatie

afwikkeling van het gemeenschappelijk vermogen van informeel samenlevenden. Gezamenlijke (hypothecaire) leningen afgelost door de man. Stilzwijgende afspraak, natuurlijke verbintenis, redelijk en billijkheid. Regres ex artikel 6:10 BW en verjaring ex 3:310 BW; familiaire constellatie. Verbouwingskosten/investeringen in de woning. Vergoedingsrechten? Artikel 3:172 BW; behoud of instandhouding? HR 11 oktober 1991, NJ 1992/600 en HR 10 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:707; onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrekening.

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht,

team III (familie- en jeugdrecht)

zaaknummer : 200.308.476/01

zaaknummer rechtbank : C/15/308830 / HA ZA 20-666

arrest van de meervoudige familiekamer van 1 oktober 2024

inzake

[de man] ,

wonende te [plaats A] ,

appellant,

tevens incidenteel geïntimeerde,

advocaat mr. H. Oomen te Haarlem,

tegen

[de vrouw] ,

wonende te [plaats A] ,

geïntimeerde,

tevens incidenteel appellante,

advocaat mr. S.L. Fronik te Haarlem.

Partijen worden hierna de man en de vrouw genoemd.

1 De zaak in het kort

Deze zaak gaat over de afwikkeling van het gemeenschappelijke vermogen van partijen die hebben samengewoond zonder een samenlevingsovereenkomst.

2 Procesverloop en vorderingen in hoger beroep

2.1.

De man is bij dagvaarding van 22 februari 2022 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 24 november 2021, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen de vrouw als eiseres in conventie tevens verweerster in reconventie, en de man als gedaagde in conventie tevens eiseres in reconventie.

2.2.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met productie (prod HB M1);

- memorie van antwoord tevens incidenteel appel en akte wijziging/aanvulling eis, met producties (prod HB V1-7);

- memorie van antwoord in incidenteel appel tevens akte overleggen producties (prod HB M2 t/m 4);

2.3.

Partijen hebben de zaak ter zitting van 16 november 2023 doen bepleiten, de vrouw door haar advocaat aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd, en de man door zijn advocaat en mr. I.N.A. Denninger. Zowel de man (prod HB M5) als de vrouw (prod HB V8 t/m 11) hebben nog producties in het geding gebracht. De vrouw heeft bij akte haar eis nog aangevuld.

2.4.

Ten slotte is arrest gevraagd.

2.5.

De man heeft in principaal hoger beroep geconcludeerd dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, 1) het bestreden vonnis zal vernietigen en 2) opnieuw rechtdoende, zal beslissen overeenkomstig het daartoe in deze memorie gestelde/gegriefde en 3) de vrouw zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de man (terug) te betalen al hetgeen de man aan de vrouw teveel heeft betaald ten opzichte van de beslissing van het hof, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van betaling door de man aan de vrouw tot aan de dag der algehele terugbetaling, 4) met veroordeling van de vrouw in de kosten van het geding in hoger beroep met nakosten en rente.

2.6.

De vrouw heeft geconcludeerd dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, de man in zijn vorderingen niet ontvankelijk zal verklaren, althans zijn vorderingen zal afwijzen, met veroordeling van de man in de kosten van de procedure.

2.7.

De vrouw heeft in incidenteel hoger beroep, na vermeerdering van eis, geconcludeerd dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, het bestreden vonnis, voor zover in hoger beroep bestreden, zal vernietigen, en, opnieuw rechtdoende, zo nodig onder aanvulling en/of verbetering van de gronden:

1. zal verklaren voor recht dat de vrouw niet gebonden is aan enige geldlening, afgesloten ten behoeve van de woning aan de [A-straat] te [plaats A] ;

2. de man - als lasthebber van TSEC - zal veroordelen om het bedrag van € 148.974,50,- (zijnde de helft van de openstaande schuld van € 297.949,-) betaald bij levering van de woning aan de man, terug te betalen aan de vrouw, te voldoen binnen veertien dagen na het wijzen van dit arrest, waarna wettelijke rente is verschuldigd;

en voorts de man zal veroordelen:

3. het bedrag van € 1.314,08, betaald bij levering van de woning en ter verrekening van vergoedingskosten in eerste aanleg, terug te betalen aan de vrouw, te voldoen binnen veertien dagen na het wijzen van arrest, waarna wettelijke rente is verschuldigd;

4. het bedrag van € 7.652,- (zijnde de helft van de schenkingen van € 15.304,-) te betalen aan de vrouw, te voldoen binnen veertien dagen na het wijzen van arrest, waarna wettelijke rente is verschuldigd;

5. de helft van de betaalde premies van de verzekering bij Nationale Nederlanden met polisnummer [0000] aan de vrouw te vergoeden, te voldoen binnen veertien dagen na het wijzen van arrest, waarna wettelijke rente is verschuldigd;

6. de gebruiksvergoeding van de woning te [plaats A] van € 1.068,75 per maand te betalen, te vermeerderen met de helft van de eigenaarslasten, met ingang van 1 augustus 2019 tot aan 8 juli 2022, te voldoen binnen veertien dagen na het wijzen van arrest, waarna wettelijke rente is verschuldigd;

7. de vrouw de kosten te vergoeden die zij heeft moeten maken voor het ten onrechte door de man gelegde conservatoire beslag;

8. de persoonlijke spullen zoals genoemd in productie HB V 6 binnen veertien dagen na het wijzen van arrest te retourneren;

9. tot betaling van de kosten van de procedures in beide instanties, te vermeerderen met de nakosten, te voldoen binnen veertien dagen na het wijzen dit arrest, te vermeerderen met de wettelijke rente;

10. tot betaling aan de vrouw van een bedrag van € 312,- aan eigen bijdrage ten behoeve van het tot twee maal toe aanhangig moeten maken van een kort geding jegens de man.

2.8.

De man heeft geconcludeerd tot afwijzing van het incidenteel hoger beroep en tot veroordeling van de vrouw - uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten van het geding en de nakosten, te voldoen binnen veertien dagen na het wijzen van dit arrest, te vermeerderen met de wettelijke rente.

2.9.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

3 Feitelijke achtergrond

3.1.

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.9 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.

3.2.

Partijen hebben meer dan 20 jaar een affectieve relatie gehad. Partijen zijn niet gehuwd geweest en hebben samengeleefd zonder geregistreerd partnerschap of een op schrift gestelde samenlevingsovereenkomst. Tijdens hun relatie hebben zij twee kinderen gekregen die inmiddels meerderjarig zijn. Na de geboorte van de kinderen is de vrouw gestopt met werken.

3.3.

Partijen hadden een en/of rekening bij de ING bank. Van die rekening werden onder andere de huishoudelijke kosten voldaan. De en/of rekening werd (voornamelijk) gevoed door de man.

3.4.

In 1998 hebben partijen gezamenlijk de woning aan de [B-straat] te [plaats B] (hierna: de woning te [plaats B] ) gekocht. De woning te [plaats B] is gefinancierd met een hypothecaire geldlening van € 195.125,49. In 2006 is de woning te [plaats B] geherfinancierd bij Quion Groep B.V. (hierna: Quion). De hypothecaire geldlening is toen verhoogd naar € 244.588,-.

3.5.

Partijen hebben de woning te [plaats B] in 2009 verbouwd. Ter financiering van die verbouwing hebben zij € 30.000,- geleend van TSEC Holding B.V. (hierna: TSEC), een van de bedrijven van de man. De lening is in 2013 door de man afgelost.

3.6.

In 2014 heeft TSEC de hypothecaire geldlening van partijen bij Quion voor een bedrag van € 245.293,57 afgelost.

3.7.

In 2016 hebben partijen voor een bedrag van € 408.000,- (€ 417.575,95 inclusief kosten koper) gezamenlijk een nieuwe woning gekocht, gelegen aan de [A-straat] te [plaats A] (hierna: de woning). De woning is gefinancierd met een bedrag van € 350.000,-, afkomstig uit de verkoop van de woning te [plaats B] . De rest is gefinancierd door TSEC.

3.8.

In de woning hebben partijen ook een aantal verbouwingen laten uitvoeren.

3.9.

De vrouw heeft de woning in augustus 2019 verlaten en is elders gaan wonen. De man is met de kinderen in de woning blijven wonen.

3.10.

De boekhouder van TSEC heeft op 7 oktober 2021 (voor zover hier van belang) het volgende geschreven aan de man:

“(...)

De leningen staan in de jaarrekening vermeld onder de financiële vaste activa – hypothecaire geldlening. (...)

(...)

Op de lening is afgelost, het niet uitbetaalde deel van het netto salaris is verrekend met de aflossing en de berekende rente op de lening. Deze mutaties zijn via rekening-courant directie verwerkt. (...)

De leningen zijn als volgt opgebouwd:

Hypothecaire lening (Quion)

Overname 01-10-2014 € 244.588

Omzetting in kortlopende lening directie 01-06-2019 -/-29.729

€ 214.859

Annuïtaire lening

Verstrekking 01-09-2016 € 90.000

Cumulatieve aflossing t/m 31-12-2019 -/- 6.910

€ 83.090

Saldo op 31 december 2019 € 297.949

(...)”

4 Procedure bij de rechtbank

5 Beoordeling in hoger beroep

6 Beslissing