Gerechtshof Amsterdam, 01-10-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2917, 23/750
Gerechtshof Amsterdam, 01-10-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2917, 23/750
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2024
- Datum publicatie
- 30 oktober 2024
- Zaaknummer
- 23/750
- Relevante informatie
- Art. 17 WOZ, Art. 40 WOZ
Inhoudsindicatie
WOZ-waarde woning
Uitspraak
kenmerk 23/750
1 oktober 2024
uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X] , wonende te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. A. Bakker)
tegen de uitspraak van 28 juni 2023 in de zaak met kenmerk HAA 23/422 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [Plaats] , de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking de waarde van de onroerende zaak [Straat] te [Z] (hierna: de woning) voor het kalenderjaar 2022 vastgesteld op € 271.000. In hetzelfde geschrift is ook de aanslag onroerendezaakbelastingen bekendgemaakt.
De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar, het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de waarde van de woning gehandhaafd.
Belanghebbende heeft beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij uitspraak van 28 juni 2023 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 september 2024. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Feiten
De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld (belanghebbende wordt in de uitspraak van de rechtbank aangeduid als ‘eiser’):
“1. Eiser is eigenaar van de woning. De woning is een hoekwoning. En deze woning is gebouwd in 1930. Het perceel is 111 m2 en de opstal is 85 m2.”
Het Hof gaat uit van de hiervoor vermelde feiten en voegt hier het volgende aan toe.
Het bezwaarschrift bevat het volgende verzoek:
“Indien u voornemens bent dit bezwaarschrift ongegrond te verklaren, verzoeken wij u (…) om uiterlijk in de uitspraak op bezwaar een overzicht op te nemen c.q. eerder toe te zenden in de vorm van een waardematrix van de relevante gegevens en waarden van de woning, waaronder in ieder geval:
1. De gehanteerde grondstaffel; en
2. De gehanteerde cijfers en correcties voor secundaire objectkenmerken zoals kwaliteit, onderhoud, ligging etc. (VLOK/KOUDV factoren);
3. De waarde van de deelobjecten; en
4. Minstens 6 referentiewoningen gekoppeld aan de waardering van de onderhavige woning die volgens u de waarde onderbouwen.
Met deze gegevens kunnen wij een eventuele ongegrondverklaring namelijk aan belanghebbende verklaren en kunnen onnodige beroepsprocedures voorkomen worden. (…)”
De heffingsambtenaar heeft in eerste aanleg onder andere een stuk van de gemeente [Plaats] ingebracht gedateerd 14 juni 2022 genaamd “Uitgangspunten WOZ-taxaties waardepeildatum 2021” met daarin onder andere een toelichting op de grondstaffels.
Als bijlagen bij zijn verweerschrift in eerste aanleg heeft de heffingsambtenaar voorts op 16 maart 2023 de volgende stukken ingebracht:
- een stuk van de taxateur van de heffingsambtenaar genaamd “Waardeadvies” gedateerd 2 maart 2023, waar onder andere een waardematrix en een grondstaffel in opgenomen zijn;
- een bijlage aangeduid als “C. matrix bezwaarfase” met daarin eveneens een waardematrix en een grondstaffel; en
- een afschrift van een e-mail, gedateerd 6 juli 2022, verzonden namens de heffingsambtenaar aan de (voormalige) gemachtigde van belanghebbende. In deze e-mail staat onder andere vermeld:
“Bijgaand ontvangt u een bijlage met hierin: 1. Uitgangspunten WOZ-taxaties; (…) 3. het kavelmodel.”
De uitspraak op bezwaar (zie 1.2) is gericht aan de voormalige gemachtigde van belanghebbende. Een afschrift hiervan is door belanghebbende als bijlage bij zijn beroepschrift gevoegd en ingebracht door de heffingsambtenaar als op de zaak betrekking hebbend stuk. Hierin staat onder andere vermeld:
“De door u aangedragen referenties zijn in de vergelijking meegenomen. De best beschikbare referenties zijn in de heroverweging gebruikt. Dit heeft niet geleid tot een wijziging van de waarde. Zie hiervoor de als bijlage toegevoegde taxatiematrix.”
Ter zitting van het Hof heeft de gemachtigde van belanghebbende onder andere het volgende verklaard:
“U vraagt waarom ik in mijn hogerberoepschrift zowel stel dat belanghebbende het taxatieverslag niet heeft ontvangen als dat hij het wel heeft ontvangen. Ik heb daar geen verklaring voor. Ik trek mijn klacht dat het taxatieverslag niet is verstrekt in.
U vraagt mij te verklaren waarom ik stel dat geen matrix en geen grondstaffel zijn verstrekt terwijl het dossier weldegelijk twee matrices en twee grondstaffels van de heffingsambtenaar bevat. Mijn verklaring is dat ik het dossier heb overgenomen van de voorgaande gemachtigde en dat die mij daarbij dergelijke stukken niet heeft verstrekt. Deze verklaring heb ik eerder in dit geschil niet gegeven. Ik ga er vanuit dat het dossier dat ik ontving compleet was en dat er dus toen geen matrix en grondstaffel verstrekt waren. U stelt vast dat de zaak inmiddels is voortgeschreden en inmiddels ter zitting in hoger beroep is aanbeland en dat ik dus inmiddels de beide matrices en grondstaffels tot mij heb kunnen nemen. Ik herhaal hierop mijn eerdere reactie: het behoorde niet tot het dossier dat ik van mijn voorganger ontving.
U leest een gedeelte voor van de uitspraak op bezwaar. Hierin staat dat de matrix als bijlage daarbij is meegezonden. Ik heb deze bijlage nooit ontvangen. U vraagt mij waarom ik dit pas voor het eerst ter zitting in hoger beroep aan de orde stel. Ik herhaal daarop mijn eerdere reactie.”
3 Geschil in hoger beroep
In hoger beroep is in geschil of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. Verder zijn klachten van formeelrechtelijke aard aan de orde.