Home

Gerechtshof Amsterdam, 12-03-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:591, 200.334.630/01

Gerechtshof Amsterdam, 12-03-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:591, 200.334.630/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12 maart 2024
Datum publicatie
2 april 2024
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:591
Zaaknummer
200.334.630/01

Inhoudsindicatie

Moeder was minderjarig ten tijde van de geboorte van het kind en op grond van artikel 1:246 BW onbevoegd tot het uitoefenen van het gezag. Voogdij bij de GI. Artikelen 1:295 en 1:299 BW.

Uitspraak

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Zaaknummer: 200.334.630/01

Zaaknummer rechtbank: C/15/342266 FA RK 23-3479

Beschikking van de meervoudige kamer van 12 maart 2024 in de zaak van

[de oma] ,

wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] ,

verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de oma,

advocaat: mr. S. Tromp te [plaats D] ,

en

de Raad voor de Kinderbescherming,

gevestigd te Den Haag, locatie [plaats B] ,

verweerder in hoger beroep,

verder te noemen: de raad.

Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

- [de moeder] (hierna te noemen: de moeder);

- de minderjarige [minderjarige] (hierna te noemen: [minderjarige] );

- de gecertificeerde instelling de Jeugd- & Gezinsbeschermers, gevestigd te [plaats C] (hierna te noemen: de GI).

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar (hierna: de rechtbank), van 16 augustus 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

De oma is op 13 november 2023 in hoger beroep gekomen van voornoemde beschikking van 16 augustus 2023.

2.2

De GI heeft op 7 december 2023 een verweerschrift ingediend.

2.3

De raad heeft op [in] 2024 een verweerschrift ingediend.

2.4

De mondelinge behandeling heeft op 1 februari 2024 plaatsgevonden. Verschenen zijn:

- de oma, bijgestaan door haar advocaat;

- de heer W.R. Daalderop namens de raad;

- de moeder;

- de GI, vertegenwoordigd door de voogd en een collega.

3 De feiten

2.1

De moeder, geboren [in] 2006 te [plaats D] , was ten tijde van de bestreden beschikking minderjarig.

2.2

[minderjarige] is geboren [in] 2023.

2.3

De moeder stond van 3 april 2023 tot [in] 2024, de datum waarop zij meerderjarig is geworden, onder toezicht van de GI. Eerder heeft zij van 12 maart 2014 tot 12 maart 2017 onder toezicht gestaan van Bureau Jeugdzorg.

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De beslissing