Gerechtshof Amsterdam, 16-01-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:96, 200.327.810/01
Gerechtshof Amsterdam, 16-01-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:96, 200.327.810/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 januari 2024
- Datum publicatie
- 17 januari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:96
- Zaaknummer
- 200.327.810/01
Inhoudsindicatie
Wijziging kinderalimentatie. Ingangsdatum. Beroep op artikel 1:399 BW.
Uitspraak
Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
Zaaknummer: 200.327.810/01
Zaaknummer rechtbank: C/13/716195 / FA RK 22-2233
beschikking van de meervoudige kamer van 16 januari 2024 in de zaak van
[de vader] ,
wonende op een geheim adres,
verzoeker in het principaal hoger beroep,
verweerder in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. A.S. Bodha te Amsterdam,
en
[de moeder] ,
wonende te [plaats] ,
verweerster in het principaal hoger beroep,
verzoekster in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. T.A. Bruins te Aerdenhout.
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
- de minderjarige [minderjarige 1] (hierna te noemen: [minderjarige 1] );
- de minderjarige [minderjarige 2] (hierna te noemen: [minderjarige 2] ).
1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank), van 24 februari 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
De vader is op 23 mei 2023 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 24 februari 2023.
De moeder heeft op 3 augustus 2023 een verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep ingediend.
De vader heeft op 18 september 2023 een verweerschrift in het incidenteel hoger beroep ingediend.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg, op 19 juli 2023;
- een brief van 20 oktober 2023 van de zijde van de moeder met bijlagen;
- een bericht van 20 oktober 2023 van de zijde van de vader met bijlagen.
[minderjarige 1] heeft zijn mening bij brief van 26 oktober 2023 kenbaar gemaakt. De voorzitter heeft tijdens de mondelinge behandeling een korte samenvatting gegeven van de inhoud van deze brief. De aanwezigen hebben gelegenheid gehad daarop te reageren.
De mondelinge behandeling heeft op 1 november 2023 plaatsgevonden. Verschenen zijn:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat.
Beide advocaten hebben pleitnotities overgelegd.
3 De feiten
De vader en de moeder (hierna samen: de ouders) hebben een relatie gehad en van 1995 tot en met 2018 samengewoond. Tijdens deze relatie zijn geboren:
- [minderjarige 1] , [in] 2006 te [plaats B] ;
- [minderjarige 2] , [in] 2009 te [plaats] .
Hierna samen te noemen: de kinderen. De kinderen wonen bij de vader.
Bij beschikking van 18 december 2019 van de rechtbank is bepaald dat de moeder € 164,- per kind per maand dient te betalen aan de vader als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen (hierna: de kinderbijdrage), met ingang van 2 mei 2019.