Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-12-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10765, 200.210.625
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-12-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10765, 200.210.625
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 11 december 2018
- Datum publicatie
- 20 december 2018
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2018:10765
- Zaaknummer
- 200.210.625
Inhoudsindicatie
Onrechtmatig handelen journaliste door opnemen telefoongesprek met raadslid en ter beschikking stellen van de opname aan anderen/delen van de inhoud van de opnamen aan anderen?
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.210.625/01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, C/16/410410 /
HA ZA 16-149)
arrest van 11 december 2018
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
in eerste aanleg: eiser,
advocaat: mr. W. Tijsseling, kantoorhoudend te Utrecht,
tegen
[geintimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde,
advocaten: mr. R. Reumkens, kantoorhoudend te IJsselstein.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 20 april 2016, waarbij een comparitie van partijen is bevolen, en het bestreden vonnis van 19 oktober 2016, gewezen door de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep, met productie;
- de memorie van grieven, met producties;
- de memorie van antwoord.
Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.
3 De vaststaande feiten
[geintimeerde] (hierna: de journaliste) is als journaliste werkzaam voor huis-aan-huis-krant ‘ [naam krant] ’, verspreid in IJsselstein en omstreken.
[naam raadslid] (hierna: het raadslid) was gemeenteraadslid van de gemeente [naam gemeente] en fractievoorzitter van de politieke partij ‘ [naam partij] ’.
In de tweede helft van 2014 diende in de gemeente [naam gemeente] een waarnemend burgemeester te worden benoemd. Het raadslid maakte als fractievoorzitter deel uit van de benoemingscommissie.
Op 8 november 2014 heeft een telefoongesprek plaatsgevonden tussen het raadslid en de heer [naam journalist ] , werkzaam als journalist voor het Algemeen Dagblad (hierna: [naam journalist ] ). De journaliste was op uitnodiging van [naam journalist ] bij dit telefoongesprek aanwezig. [naam journalist ] heeft de telefoon op luidsprekerstand gezet, zodat de journaliste kon meeluisteren. De journaliste heeft het gesprek opgenomen op haar mobiele telefoon. Het raadslid was er niet van op de hoogte dat de journaliste kon meeluisteren met het telefoongesprek en dat zij dit gesprek heeft opgenomen.
[naam journalist ] heeft aan het einde van dit telefoongesprek de benoeming van de waarnemend burgemeester aan de orde gesteld. Het raadslid heeft op zijn vragen geantwoord. Op dat moment was er één kandidaat in beeld bij de benoemingscommissie. Aan de hand van de antwoorden van het raadslid heeft de journaliste getracht de identiteit van die kandidaat te achterhalen.
Op zondag 9 november 2014 heeft de journaliste contact opgenomen met de burgemeester van [naam gemeente] en heeft zij hem de naam medegedeeld van de persoon die zij meende dat die in beeld was voor de functie en gevraagd of deze persoon inderdaad de beoogd waarnemend burgemeester was. De burgemeester heeft daar niet op geantwoord.
Vervolgens heeft de burgemeester in overleg met het kabinet van de commissaris van de koning diezelfde dag nog de naam van de nieuwe waarnemend burgemeester via een persbericht bekend gemaakt. Na de publicatie van dit persbericht is de voorzitter van de benoemingscommissie door de journaliste gebeld. In dat gesprek is de voorzitter duidelijk geworden dat een van de fractievoorzitters in de benoemingscommissie met de journalist(e) moest hebben gesproken. Op de vraag van de voorzitter of dit het raadslid is geweest, heeft de journaliste bevestigend geantwoord.
De journaliste heeft in de dagen daarop haar opname van het telefoongesprek ter beschikking gesteld van en/of gedeeld met een of meer leden van de gemeenteraad.
Op verzoek van de burgemeester is door Bureau Berenschot (hierna: Berenschot) jegens het raadslid een feitenonderzoek ingesteld. Dit naar aanleiding van twee klachten over het raadslid, ingediend door andere raadsleden, betrekking hebbend op het vermoeden van lekken van informatie naar de pers over de benoeming van de waarnemend burgemeester en ongewenst gedrag en ongepaste uitlatingen tegenover andere raadsleden op een afscheidsreceptie die na het telefoongesprek heeft plaatsgevonden.
Berenschot heeft in het kader van haar onderzoek onder meer acht interviews afgenomen en de opname van het door de journaliste opgenomen telefoongesprek beluisterd.
Berenschot heeft haar bevindingen neergelegd in een rapport van 27 maart 2015 (productie 2 bij conclusie van antwoord). De conclusie van het rapport luidt, voor zover relevant, dat “Op basis van de feitenreconstructie en de toetsing daarvan aan het de geldende bepalingen zoals die door de gemeente [naam gemeente] (dienen te) worden gehanteerd, kan worden geconcludeerd dat het raadslid in beide gevallen de gedragsregels over integer handelen door raadsleden heeft geschonden.”
In het rapport is over de klacht met betrekking tot het vermoeden van lekken van informatie onder meer vermeld: “(...) Tegen het raadslid is een klacht ingediend omdat er aanwijzingen waren dat het raadslid met een journalist heeft gesproken over de benoeming (...) en hij aanwijzingen heeft gegeven die het voor de journalist mogelijk maakte om de naam van de voorgedragen burgemeester te achterhalen. Onderstaand volgt een chronologische reconstructie van de gebeurtenissen. (...)
Op dinsdag 4 november 2014 vindt (....) een bijeenkomst plaats met de benoemingscommissie en de CdK [Commissaris van de Koning; toevoeging hof] (...). (...) [naam raadslid] doet tijdens de vergadering navraag naar de vertrouwelijkheid. De CdK vraagt met klem de benoeming geheim te houden. Eén van de commissieleden noemt nogmaals expliciet het besluit van de commissie dat de leden de naam van de waarnemend burgemeester voor zich zullen houden. Kort na het weekend zou de naam openbaar worden gemaakt. (...)
Op zaterdag 8 november 2014 voert (...) [naam raadslid] een telefoongesprek met een journalist (...). Het gesprek wordt zonder dat (...) [naam raadslid] het weet opgenomen. (...) Na ruim 26 minuten (aan het einde van het gesprek) stelt de journalist de benoeming van de waarnemend burgemeester aan de orde. (...) [naam raadslid] stelt dat (...) is afgesproken om de naam nog niet te noemen en stelt daarbij dat er in feite geen geheimhouding op rust omdat het de benoeming yan een waarnemer betreft. Het raadslid geeft aan dit nadrukkelijk besproken te hebben met de CdK, die hem wel vroeg geheimhouding te betrachten. (...) Hij noemt tijdens het gesprek geen naam. In het gesprek zegt het raadslid dat de (...) informatie wel onder hen moet blijven. Ook benadrukt hij tenminste vier keer dat de journalist de informatie niet mag gebruiken voor in de krant. (...)
De journalist stelt vele vragen en het raadslid geeft antwoord. In de antwoorden schetst het raadslid het profiel van een geschikte kandidaat voor [naam gemeente] : iemand die bekend is met [naam gemeente] , de politieke verhoudingen in de BRU, Utrecht en tramvervoer. Het raadslid geeft tijdens het gesprek verschillende kenmerken van de voorgenomen waarnemend burgemeester: dat deze al twee jaar als waarnemend burgemeester op verschillende doch minstens drie plekken werkzaam is geweest, dat dit vooral gemeenten in de regio en eventueel [naam gemeente] betrof, dat deze per 1 december 2014 kan starten, dat het iemand kan zijn uit de hoek Houten/Zeist, en afsluitend dat het een vrouw zou kunnen zijn. (...) De journalist gaat met een collega op basis van de in het gesprek verzamelde informatie puzzelen wat de naam van de waarnemend burgemeester zou kunnen zijn. (...)
Op zondag 9 november belt één van de journalisten met de burgemeester. (...) Op basis van (...) besluit de burgemeester (...) vervroegd een persbericht uit te vaardigen om de naam (...) bekend te maken. (...) Na het verschijnen van het persbericht belt één van de journalisten met de voorzitter van de benoemingscommissie (...). In het gesprek (...) wordt het de voorzitter duidelijk dat een van de fractievoorzitters met de journalist heeft gesproken. De voorzitter vraagt of het een raadslid was en noemt een naam, die door de journalist wordt bevestigd. (...)
Op maandag 10 november vindt een bijeenkomst plaats van de fractievoorzitters (...). (...) [naam raadslid] is daarbij aanwezig. Tijdens de bijeenkomst vragen de voorzitter (...) en (...) of iemand van hen met de pers heeft gesproken over het voornemen van de benoeming (...). Alle aanwezigen ontkennen hierover met de pers gesproken te hebben. (...)
Op dinsdag 11 november 2014 (...) stuurt (...) [naam raadslid] een e-mail aan de voorzitter (...). Daarin stelt hij op (...) 8 november 2014 (...) belaagd te zijn door de journalist (...). In de mail schrijft het raadslid tevens dat hij, als antwoord op de vraag van de commissie, dat weekend met de pers heeft gesproken, maar stelt dat dat in een andere context was waarover hij in de mail niet wil spreken.
In de dagen die volgen wordt breder bekend dat er opnamen zijn van het gesprek tussen het raadslid en de journalist. Een van de fractievoorzitters krijgt van de journalist delen van de opname te horen. (...)”.
Het raadslid heeft op 2 januari 2015 bij de politie aangifte tegen de journaliste (en [naam journalist ] ) gedaan wegens, kort gezegd, het illegaal opnemen van het telefoongesprek (artikel 139c Wetboek van Strafrecht (Sr)) en het voorhanden hebben van de illegale opname (artikel 139e Sr). Op 22 maart 2015 is het raadslid naar aanleiding van de aangifte gehoord door de politie. Van de aangifte en het verhoor is proces-verbaal is opgemaakt (productie 4 bij inleidende dagvaarding).
Nadat de officier van justitie bij brief van 24 juli 2015 (productie 1 bij conclusie van antwoord) heeft laten weten niet tot strafvervolging over te gaan, heeft het raadslid beklag gedaan op de voet van artikel 12 Wetboek van Strafvordering (Sv). Bij beschikking van 5 september 2016 (productie 3 bij memorie van grieven) heeft het hof alsnog strafvervolging tegen de journaliste bevolen ter zake van de misdrijven omschreven in de artikelen 139c en 139e Sr.
Het is het hof ambtshalve bekend dat de rechtbank Midden-Nederland, afdeling strafrecht, zittingsplaats Utrecht, op 25 april 2018 (ECLI:NL:RBMNE:2018:1723) vonnis heeft gewezen in de strafzaak tegen de journaliste. De rechtbank heeft in dat vonnis bewezenverklaard dat de journaliste zich op 8 november 2014 schuldig heeft gemaakt aan het zonder toestemming opnemen van een telefoongesprek en geoordeeld dat de journaliste daarmee een strafbaar feit heeft begaan en dat zij daarvoor strafbaar is. De rechtbank heeft de journaliste daarvoor echter geen straf of maatregel opgelegd. Verder heeft de rechtbank de journaliste vrijgesproken van de verdenking dat zij zich in de periode van 8 november 2014 tot en met 27 maart 2015 schuldig heeft gemaakt aan het zonder toestemming gebruik maken van het opgenomen gesprek door de opname aan derden te laten horen.