Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-12-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:11011, 200.220.186/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-12-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:11011, 200.220.186/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 18 december 2018
- Datum publicatie
- 20 december 2018
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2018:11011
- Zaaknummer
- 200.220.186/01
Inhoudsindicatie
Artikel 1:88 lid 5 BW. Sprake van bijzondere omstandigheden, waardoor het aangaan van financieringsovereenkomsten niet als een onderdeel van de normale bedrijfsuitoefening kan worden aangemerkt? Nee. Geen toestemming echtgenote nodig.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.220.186/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, C/18/164619/ HA ZA 16-23)
arrest van 18 december 2018
in de zaak van
1 [appellant] ,
2. [appellante],
beiden wonende te [A] ,
appellanten,
in eerste aanleg: eisers,
hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten] c.s. en waar nodig ieder afzonderlijk te noemen: [appellant] respectievelijk [appellante],
advocaat: mr. M.M.J. Arts, kantoorhoudend te Groningen,
tegen
de coöperatie
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
als gevolg van fusie rechtsopvolger onder algemene titel van:
Coöperatieve Rabobank Zuid en Oost Groningen U.A. en
Coöperatieve Rabobank Emmen-Coevorden U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna te noemen: Rabobank,
advocaat: thans mr. J.J. Veldhuis, kantoorhoudend te Leeuwarden, voorheen
mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudend te Leeuwarden.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 23 maart 2016, 6 juli 2016 en 29 maart 2017 die de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft gewezen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van 28 juni 2017,
- de memorie van grieven tevens akte wijziging eis,
- de memorie van antwoord,
- de akte van de zijde van [appellanten] c.s. van 27 februari 2018, met één productie,
- de antwoordakte van de zijde van Rabobank van 27 maart 2018.
Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.