Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-01-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:1283, 200.227.541

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-01-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:1283, 200.227.541

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17 januari 2019
Datum publicatie
12 februari 2019
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2019:1283
Formele relaties
Zaaknummer
200.227.541

Inhoudsindicatie

Afwikkeling huwelijkse voorwaarden. Haviltex. Pensioenverevening. Afstorting in eigen beheer opgebouwd pensioen ten behoeve van de vrouw.

Uitspraak

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.227.541

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht 242704)

beschikking van 17 januari 2019

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,verzoeker in het principaal hoger beroep,

verweerder in het incidenteel hoger beroep,

verder te noemen: de man,

advocaat: voorheen mr. J.A.M.P. de Keijser te Nijmegen,

en

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster in het principaal hoger beroep,

verzoekster in het incidenteel hoger beroep,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. A.J.H. Emmen te Soest.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Utrecht van 9 april 2008, 29 april 2009, 14 oktober 2009, 13 januari 2010, 26 mei 2010, 23 februari 2011 en 25 januari 2012 en de beschikkingen van de rechtbank Midden-Nederland van 6 november 2013, 9 april 2014, 17 december 2014 en 1 september 2017, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met producties 1 tot en met 10, ingekomen op 17 november 2017;

- een journaalbericht van mr. Keijser van 8 januari 2018 met het aanvullend verzoek van de man;

- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep met producties 1 tot en met 25;

- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep, tevens reactie op het verweer in principaal appel en akte overlegging stukken met producties 11 tot en met 24;

- een journaalbericht van mr. Keijser van 23 januari 2018 met productie 9 behorende bij het beroepschrift;

- een journaalbericht van mr. Keijser van 6 juli 2018 met één bijlage;

- een journaalbericht van mr. Keijser van 13 juli 2018 met één bijlage;

- een journaalbericht van mr. Emmen van 16 juli 2018 met producties 26 tot en met 29 en een begeleidende brief;

- een journaalbericht van mr. Keijser van 16 juli 2018 met een reactie op de brief van mr. Emmen.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 26 juli 2018 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, de man bijgestaan door mr. Keijser en mr. W.P.G.M. Schellens-Stoks, en de vrouw bijgestaan door mr. Emmen.

3 De feiten

3.1

Partijen zijn op [huwelijksdatum] gehuwd in gemeenschap van goederen. Op 7 juli 1989 zijn partijen bij notariële akte huwelijkse voorwaarden overeengekomen, onder meer inhoudende:

“(...)Artikel 1.

De echtgenoten zijn met uitsluiting van elke gemeenschap van goederen gehuwd.

(...)

artikel 2.

lid 1

Rechten aan toonder en zaken, die geen registergoederen zijn, behorende tot het

bedrijfs- of beroepsvermogen van een echtgenoot, zijn eigendom van die echtgenoot,

ongeacht van wiens zijde deze goederen zijn opgekomen, doch onverminderd het in

artikel 3 bepaalde.

(...)

artikel 8.

lid 1

De echtgenoten verplichten zich over elk kalenderjaar hetgeen van hun netto inkomsten

uit arbeid in de zin van lid 3 van dit artikel, onder aftrek van hetgeen

daarvan is besteed voor de gemeenschappelijke huishouding, overblijft, onderling te

verrekenen in die zin, dat de ene echtgenoot een vordering verkrijgt op de andere

echtgenoot ten bedrage van de helft van het aan diens zijde overblijvende als hiervoor

bedoeld.

lid 2

Onder inkomsten uit arbeid worden mede begrepen uitkeringen ter vervanging van

inkomsten uit arbeid, zoals sociale uitkeringen en pensioenuitkeringen, alsmede

opgenomen winst uit zelfstandig uitgeoefend beroep en bedrijf.

lid 3

Onder netto-inkomsten uit arbeid wordt verstaan de inkomsten uit arbeid na aftrek van

de daarover verschuldigde belasting op inkomen, premieheffing, volksverzekeringen

en andere wettelijke inhoudingen of heffingen.

Indien de totaal verschuldigde belasting op inkomen betrekking heeft op inkomstenbestanddelen,

niet begrepen onder de inkomsten uit arbeid, wordt de door deze

inkomensbestanddelen meer verschuldigde belasting dan zonder het bestaan van deze

inkomensbestanddelen niet in de aftrek begrepen.(...)”

3.2

De vrouw heeft op 24 mei 2007 een verzoek tot echtscheiding ingediend. Het huwelijk van partijen is op [scheidingsdatum] ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de (echtscheidings)beschikking van de rechtbank Utrecht van 9 april 2008.

3.3

Bij beschikking van 1 september 2017 heeft de rechtbank ten aanzien van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden het volgende beslist:

4.1

handhaaft alle beslissingen die in deze zaak ten aanzien van de vermogensrechtelijke afwikkeling gegeven zijn in de eerdere beschikkingen van de rechtbank van 26 mei 2010,

23 februari 2011 en 25 januari 2012;

4.2

bepaalt dat de vrouw ter zake van de afwikkeling van de gezamenlijke bankrekeningen

€ 56.339,50 aan de man dient te voldoen;

4.3

bepaalt dat de man ter zake van de afwikkeling van de kapitaalverzekering bij Aegon

€ 44.078,50 aan de vrouw dient te voldoen;

4.4.

bepaalt dat de man over dient te gaan tot afstorting van het aandeel van de vrouw in het pensioen dat de man in eigen beheer heeft opgebouwd;

4.5.

verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.6.

wijst af het meer of anders verzochte.

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De slotsom

7 De beslissing