Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 05-03-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:1996, 200.201.933

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 05-03-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:1996, 200.201.933

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
5 maart 2019
Datum publicatie
29 maart 2019
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2019:1996
Zaaknummer
200.201.933

Inhoudsindicatie

Executierecht. Art 24 Wge.

Uitspraak

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.201.933/01

(zaaknummer rechtbank C/05/285643 HZ ZA 15-268)

arrest van 5 maart 2019

in de zaak van

de Stichting

SYANORA

gevestigd te Deventer

appellante in het principaal hoger beroep,

geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: eiseres

hierna: ,

advocaat voorheen: mr. N.W.M. van den Heuvel, thans: mr. J.M.R. Vlaar,

tegen:

1. mr. ALPHONSUS ANTONIUS MARIA SPLIET, voorheen curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Jachtstaete B.V.,

kantoorhoudende te Deventer,

2. mr. PAUL FREDERIK SCHEPEL, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Jachtstaete B.V.,

kantoorhoudende te Deventer,

3. PETER MIEDEMA, R.A., in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Jachtstaete B.V.,

kantoorhoudende te Zwolle,

geïntimeerden in het principaal hoger beroep,

appellanten in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: gedaagden,

advocaat: mr. D.M. de Knijff.

Geïntimeerden gezamenlijk zullen – kortheidshalve – de curatoren worden genoemd. Voor de positie van geïntimeerde sub 1 mr. Spliet, zie rov. 5.1 hierna.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 26 augustus 2015, 6 januari 2016 en 4 mei 2016 die de rechtbank Gelderland (locatie Zutphen) heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 3 augustus 2016,

- het herstelexploot van 3 november 2016,

- de memorie van grieven tevens houdende wijziging van eis,

- de memorie van antwoord tevens van incidenteel hoger beroep, met één productie,

- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.

2.2.

Vervolgens zijn de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3.

Mr. Van den Heuvel heeft zich onttrokken en mr. Vlaar heeft zich vervolgens gesteld namens Syanora en verzocht om in de gelegenheid te worden gesteld nog een akte te nemen. Dat verzoek is door de rolraadsheer niet in behandeling genomen, omdat het verzoek is gedaan nadat arrest is bepaald en zonder dat uit het verzoek bleek dat de curatoren instemden met het doen van het verzoek, zoals bepaald in 5.5 van het Landelijk procesreglement.

2.4.

Ook het verzoek van mr. Vlaar om die beslissing te herzien is – om dezelfde reden – niet in behandeling genomen door de rolraadsheer. Het hof neemt voormelde oordelen van de rolraadsheer over.

3 De vaststaande feiten

3.1.

houdt zich bezig met het beheren van het vermogen van de [familie] .

3.2.

Leden van die [familie] zijn (middellijk) aandeelhouder in Jachtstaete. Jachtstaete maakt deel uit van het Eurocommerce concern dat (middellijk) geleid wordt door leden van de [familie] , in het bijzonder [persoon 1] .

3.3.

Op 4 november 2011 heeft Jachtstaete een bedrag van € 2.500.000,00 aan betaald.

3.4.

In de zomer van 2012 zijn verschillende besloten vennootschappen die deel uitmaken van het Eurocommerce concern in staat van faillissement verklaard. Bij vonnis van de rechtbank Haarlem van 14 augustus 2012 is Jachtstaete in staat van faillissement verklaard, met aanstelling van als zodanig.

3.5.

hebben het bedrag van € 2.500.000,00 als onverschuldigd betaald teruggevorderd. Zij hebben in november 2012 ten laste van conservatoir derdenbeslag gelegd onder [bedrijf x] (hierna: [bedrijf x] ). Het derdenbeslag trof – volgens de verklaring als derde-beslagene van [bedrijf x] van 28 december 2012 – een rekening-courant met een saldo van € 1.662.339,93, een effectenrekening met een saldo van € 100.383,95 en een door Syanora gehouden effectenportefeuille met een beurswaarde van (op dat moment) € 1.363.681,12.

3.6.

De vordering van is toegewezen bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard verstekvonnis van de rechtbank Oost-Nederland van 30 januari 2013.

3.7.

heeft niet betaald maar heeft een executie kort geding aanhangig gemaakt tegen de door de curatoren aangevangen tenuitvoerlegging van het verstekvonnis van 30 januari 2013. Bij vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Nederland van 15 februari 2013 is deze vordering van Syanora afgewezen.

3.8.

Bij brief van 28 februari 2013 heeft de deurwaarder aan [bedrijf x] onder meer het volgende geschreven:

In de bovengenoemd zaak heeft [bedrijf x] [...] als derdebeslagene verklaring gedaan van hetgeen stichting van haar heeft te vorderen. Het gaat om een rekening-courant van € 1.662.339,92, een effectenrekening van € 100.383,95 en een effectenportefeuille van € 1.363.681,12. [...]

Op 30 januari 2013 is de vordering van [] van € 2.500.000,-- (plus rente en kosten) uitvoerbaar bij voorraad toegewezen. Dit vonnis is op 1 februari jl. aan en [bedrijf x] betekend. [...]

Op grond van het vonnis van 30 januari jl. is stichting per 1 maart a.s. aan mijn opdrachtgevers, voornoemd, verschuldigd een bedrag van € 2.606.779,78. [...]

Voldoening geldsommen

Op die gronden verzoek, en voor zover nodig sommeer, ik, deurwaarder, [bedrijf x] om op 1 maart a.s. de volgens de verklaring aan stichting verschuldigde geldbedragen aan mij af te dragen. Het gaat om het saldo van de rekening-courant van € 1.662.339,92 en het saldo op de effectenrekening van € 100.383,95. In totaal gaat het om (€ 1.662.339,92 + € 100.383,95) € 1.762.723,87.

Mijn opdrachtgevers wijzen [...] als betaaladres aan de notariële kwaliteitsrekening van [Bedrijf 1] [...]. Het bedrag dient op die rekening te worden overgemaakt. Als bewaarder treedt op [notaris] , die als notaris [is] verbonden aan dat kantoor.

Afgifte (uitlevering) effectenportefeuille

Voorts verzoek, en voor zover nodig sommeer, ik, deurwaarder, [bedrijf x] om op 1 maart a.s. over te gaan tot uitlevering van de effectenportefeuille op de wijze als hierna vermeld. Er dienen uitgeleverd te worden aandelen met een beurswaarde die op 1 maart a.s. € 844.055,91 bedraagt. Dit komt overeen met het door stichting ingevolge het vonnis van 30 januari jl. per maart a.s. verschuldigde bedrag van € 2.606.779,78 minus de door [bedrijf x] af te dragen banksaldi van in totaal € 1.762.723,87. De uit te leveren aandelen dienen te worden gesteld op naam van [notaris] voornoemd. Als tegenrekening voor de opbrengsten van de effecten wordt aangewezen de notariële kwaliteitsrekening van [Bedrijf 1] [...].

3.9.

[bedrijf x] heeft het in de brief genoemde bedrag van € 1.762.723,87 overgemaakt naar de kwaliteitsrekening.

3.10.

Bij faxbericht van 1 maart 2013 heeft de deurwaarder [bedrijf x] verzocht en voor zover nodig gesommeerd de in die brief nader gespecificeerde aandelen met een totale waarde per 28 februari 2013 van € 851.882,57 uit te leveren door deze aandelen op naam te stellen van de notaris. De deurwaarder vermeldt voorts dat als tegenrekening voor de opbrengsten wordt aangewezen een op te richten en op naam van de notaris te stellen effectenrekening, welke tevens is aan te merken als notariële kwaliteitsrekening.

3.11.

Het aandeel van Stichting Syanora in het door [bedrijf x] aangehouden Wge-verzameldepot is begin maart 2013 op naam gesteld van de bijzondere kwaliteitsrekening die door de notaris werd aangehouden onder de naam “Bijz.Kwaliteits.Rek. [notaris] inz. curatoren Jachtstaete”.

3.12.

Syanora is tijdig in verzet gekomen van het verstekvonnis. Bij vonnis van 5 februari 2014 (verbeterd bij herstelvonnis van 19 maart 2014) van de rechtbank Overijssel is het verstekvonnis bekrachtigd en het verzet ongegrond verklaard.

3.13.

De rechtbank overwoog onder meer (rov. 5.18):

Het staat vast dat de curatoren het verstekvonnis van 30 januari 2013 tot uitvoer hebben gelegd waarna zij het door [bedrijf x] uitgekeerde bedrag en de uitgeleverde aandelen hebben doen storten respectievelijk administreren op twee daartoe door [notaris] van [Bedrijf 1] aangehouden kwaliteitsrekeningen. [...].

3.14.

Bij arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 13 januari 2015 is dat vonnis bekrachtigd. Van dat arrest is geen beroep in cassatie ingesteld.

3.15.

Nadat de veroordeling van op 13 april 2015 onherroepelijk is geworden, hebben de curatoren op 29 april 2015 tegen valutadatum 4 mei 2015 de op naam van de notaris gestelde aandelenportefeuille geliquideerd. In totaal is een bedrag van € 3.102.743,52 op de boedelrekening van Jachtstaete gestort vanaf de kwaliteitsrekening van de notaris.

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

6 De slotsom in het principaal en het incidenteel appel

7 De beslissing