Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-06-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:4761, 200.224.247
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-06-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:4761, 200.224.247
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 4 juni 2019
- Datum publicatie
- 28 juni 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2019:4761
- Zaaknummer
- 200.224.247
Inhoudsindicatie
Tekortschieten adviseur bij opdracht tot begeleiding uniforme aanbesteding. Klachtplicht (artikel 16 lid 2 DNR 2011). Causaal verband en toerekening van schade. Aansprakelijkheidsbeperking (artikel 15 DNR 2011). Uitsluiting van de bevoegdheid tot ontbinding (artikel 22 DNR 2011).
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.224.247
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht 393714)
arrest van 4 juni 2019
in de zaak van
de naamloze vennootschap
Cyclus N.V.,
gevestigd te Gouda,
appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: Cyclus,
advocaat: mr. P.B.J. van den Oord,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HaskoningDHV Nederland B.V.,
gevestigd te Amersfoort,
geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
appellante in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: HaskoningDHV,
advocaat: mr. J.A. Dullaart.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure tot dan toe blijkt uit het tussenarrest in deze zaak van 12 maart 2019. Bij dat arrest is een comparitie van partijen bepaald.
De comparitie heeft plaatsgevonden op 20 mei 2019. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van het hof beantwoord. De advocaten hebben spreekaantekeningen overgelegd. Aan het slot van de comparitie heeft het hof arrest bepaald.
2 De vaststaande feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 t/m 2.28 van het vonnis van 19 april 2017 (ECLI:NL:RBMNE:2017:3097).
Grief 1 in het principaal hoger beroep is weliswaar gericht tegen deze feitenvaststelling, maar klaagt niet over onjuistheden daarin, doch slechts over het ontbreken van enkele feiten die volgens Cyclus ook relevant zijn. Deze grief kan op zichzelf niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis, nu het de rechter vrijstaat uit de vaststaande feiten die selectie te maken welke hem voor de beoordeling van het geschil relevant voorkomt. De grief behoeft daarom als zodanig verder geen bespreking. Hetgeen Cyclus in dit verband heeft aangevoerd, zal het hof wel betrekken bij de beoordeling van de overige grieven.
3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
Het gaat in deze zaak kort gezegd om de vraag of HaskoningDHV als adviseur is tekortgeschoten bij de uitvoering van haar opdracht tot begeleiding van de uniforme aanbesteding voor de nieuwe bedrijfshuisvesting van opdrachtgever Cyclus en, zo ja, of en in hoeverre zij aansprakelijk is voor de door Cyclus geleden vertragingsschade en gehouden is de door Cyclus betaalde advieskosten terug te betalen, dit laatste wegens partiële ontbinding van de overeenkomst van opdracht.
De vaststaande feiten kunnen als volgt worden samengevat.(i) Cyclus verleent diensten op het gebied van afvalbeheer en beheer van de openbare ruimte ten behoeve van een aantal gemeenten. Zij is een aanbestedende dienst in de zin van de aanbestedingswetgeving. HaskoningDHV is een advies-, ingenieurs- en projectmanagementbureau. Na een locatiekeuze heeft Cyclus in 2012 aan HaskoningDHV verzocht haar te adviseren en te begeleiden bij de uitwerking en realisatie van haar nieuwbouwplannen. Bij brief van 2 november 2012 heeft Cyclus de door HaskoningDHV uitgebrachte offerte daarvoor geaccepteerd. De opdracht betrof onder meer de begeleiding van Cyclus in de aanbestedingsprocedure. Op de overeenkomst van opdracht die partijen aldus hebben gesloten, zijn de bepalingen van de DNR 2011 van toepassing. (ii) Op 1 november 2012 heeft Cyclus een Europese niet-openbare aanbesteding aangekondigd met gunning van de opdracht aan de economisch meest voordelige inschrijver. De aanbestedingsdocumenten zijn opgesteld door HaskoningDHV. In de selectiefase van de aanbesteding heeft Cyclus met hulp van HaskoningDHV vijf partijen geselecteerd, waaronder Ballast Nedam Bouw & Ontwikkeling Holding B.V. (hierna: Ballast Nedam) en Wijnen Bouwgroep B.V. (hierna: Wijnen). In de gunningsfase heeft Cyclus de geselecteerde partijen de Gunningleidraad Europese Aanbesteding Ontwerp en Realisatie Huisvesting Cyclus Gouwe Park (hierna: Gunningleidraad) verstrekt. Daarin zijn onder meer bepalingen opgenomen over de energieprestatie (EPC-waarde), die onderdeel uitmaakt van de aanbieding en waarvoor bij de beoordeling op de gunningscriteria punten worden toegekend. In de tweede Nota van Inlichtingen zijn naar aanleiding van vragen over de beoordeling op dit punt nadere inlichtingen verstrekt. Vier partijen, waaronder Ballast Nedam en Wijnen, hebben ingeschreven op de opdracht. (iii) Op 25 juni 2013 heeft HaskoningDHV namens Cyclus het voornemen tot gunning aan Ballast Nedam geuit. Uit de gunningsbrief blijkt dat Ballast Nedam als eerste en Wijnen als vierde is geëindigd. Aan Wijnen is een EPC-score van 2,7 toegekend (het maximum was 10 punten). Wijnen kon zich hiermee niet verenigen en heeft Cyclus op 9 juli 2013 in kort geding gedagvaard. Op 10 juli 2013 hebben Cyclus, haar advocaten en HaskoningDHV de door Wijnen geuite bezwaren besproken. Na het gesprek hebben een expert van HaskoningDHV op het gebied van EPC en een lid van de beoordelingscommissie van Cyclus schriftelijke verklaringen afgelegd. (iv) Op 31 juli 2013 heeft HaskoningDHV namens Cyclus een brief gestuurd aan Wijnen met een nadere toelichting op de motivering van het gunningsvoornemen. Onder verwijzing naar de onder (iii) vermelde schriftelijke verklaringen werd medegedeeld dat de beoordeling ongewijzigd bleef.(v) Bij vonnis van 4 september 2013 heeft de voorzieningenrechter de subsidiaire vordering van Wijnen toegewezen en Cyclus veroordeeld tot herbeoordeling van de inschrijvingen. Cyclus en de tussengekomen Ballast Nedam hebben ieder afzonderlijk hoger beroep ingesteld.
(vi) Cyclus is tevens overgegaan tot herbeoordeling van de inschrijvingen. Op 19 september 2013 heeft HaskoningDHV namens Cyclus een nieuw gunningsvoornemen geuit. Hierin is aan Wijnen een EPC-score van 8,2 toegekend. Wijnen eindigde nu als tweede, Ballast Nedam opnieuw als eerste. Wijnen kon zich ook met dit gunningsvoornemen niet verenigen en heeft Cyclus nogmaals in kort geding gedagvaard.
(vii) Bij brief van 3 oktober 2013 heeft Cyclus HaskoningDHV aansprakelijk gesteld.(viii) Bij vonnis van 20 november 2013 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van Wijnen afgewezen. Begin december 2013 heeft Cyclus een regeling getroffen met Wijnen en Ballast Nedam. Het gunningsvoornemen aan Ballast Nedam bleef daarmee in stand.
Cyclus heeft in eerste aanleg gevorderd (a) voor recht te verklaren dat HaskoningDHV toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen, (b) HaskoningDHV te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 208.739,68 (€ 205.935,- in hoofdsom, bestaande uit € 103.250,- aan bouwrente, € 52.685,- aan kosten van de juridische procedures en € 50.000,- wegens bedongen indexatie van de aanneemsom, naast € 2.804,68 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met wettelijke rente, en (c) HaskoningDHV te veroordelen in de proces- en nakosten met wettelijke rente. Cyclus heeft hieraan ten grondslag gelegd dat HaskoningDHV bij de uitvoering van de opdracht niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die Cyclus van haar mocht verwachten en op een drietal punten toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen.
De rechtbank heeft bij het vonnis van 19 april 2017 de vorderingen afgewezen en Cyclus veroordeeld in de proceskosten.