Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-01-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:492, 200.209.050/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-01-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:492, 200.209.050/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22 januari 2019
Datum publicatie
24 januari 2019
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2019:492
Zaaknummer
200.209.050/01

Inhoudsindicatie

Uitverkoop van elektronicawinkel door bank en leverancier. Vraag of leverancier, die eigendomsvoorbehoud heeft, samen met bank pandhouder is bevestigend beantwoord (uitleg gezamenlijke pandakte). Verzuim aanwezig geacht wegens bedrijfsbeëindiging. Pandrecht rust op eigendom onder opschortende voorwaarde. (ECLI:NL:HR:2016:1046 Rabobank/Reuser q.q.). Uitverkoop geduid als executoriale verkoop ex art. 3; 251 lid 2 (conform ECLI:NL:HR:2014:319 Feenstra q.q./ING) waarbij leverancier impliciet afstand heeft gedaan van eigendomsvoorbehoud (ECLI:NL:HR:2014:3460 Snippers q.q./Rabobank). Daarom wordt de opbrengst van de uitverkoop voor zover gestort op bankrekening winkelier niet getroffen door 54 Fw en het fixatiebeginsel.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.209.050/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/156244 / HA ZA 15-103)

arrest van 22 januari 2019

in de zaak van

1 Coöperatieve Rabobank U.A.,

gevestigd te Amsterdam,

hierna: Rabobank,

2. Expert Financiële Services B.V.,

gevestigd te Nijkerk,

hierna: EFS,

appellanten,

in eerste aanleg: gedaagden,

advocaat: mr. T.T. van Zanten, kantoorhoudend te Utrecht,

tegen

Mr. [de bewindvoerder] in zijn hoedanigheid van bewindvoerder in de wettelijke schuldsanering van [geïntimeerde],

wonende te [A] ,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiser,

hierna: de bewindvoerder,

advocaat: mr. J.H. Mastenbroek, kantoorhoudend te Groningen.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Voor het verloop van de procedure tot 1 mei 2018 verwijst het hof naar het tussenarrest van die datum. Ter uitvoering daarvan is op 7 december 2018 een comparitie van partijen gehouden. Daarbij zijn van beide zijden pleitnotities overgelegd. Het proces-verbaal van de comparitie bevindt zich bij de stukken. Aan het einde van de comparitie is arrest gevraagd.

2 De rechtsopvolging

2.1

Rabobank en EFS hebben onbestreden gesteld dat Rabobank als gevolg van een fusie rechtsopvolgster onder algemene titel is van Coöperatieve Rabobank Zuid en Oost Groningen U.A, één van de twee gedaagden in eerste aanleg. Waar hierna onder 3 en 4 wordt gesproken over 'Rabobank', wordt feitelijk gedoeld op deze rechtsvoorgangster.

3 De vaststaande feiten

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

5 De motivering van de beslissing in hoger beroep

6 De beslissing