Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-10-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:7950, 200.222.672
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-10-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:7950, 200.222.672
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2019
- Datum publicatie
- 5 november 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2019:7950
- Zaaknummer
- 200.222.672
Inhoudsindicatie
Persoonlijke aansprakelijkheid faillissementscurator. Maclou-norm. Taak van de curator. Is een curator persoonlijk aansprakelijk wanneer hij een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis heeft geëxecuteerd dat in hoger beroep wordt vernietigd?
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof: 200.222.672
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem: 305864)
arrest van 1 oktober 2019
in de zaak van
1 [appellant 2] ,
wonende te [woonplaats ] , gemeente [gemeente] , en
2 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [appellant 2] Holding B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeente] ,
appellanten,
in eerste aanleg: eiseressen,
hierna: [de directeur-grootaandeelhouder] en [Holding] ,
advocaat: mr. A. Robustella,
tegen:
mr. [geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats ] ,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: [curator privé] ,
advocaat: mr. F.B.A.M. van Oss.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
In het tussenarrest van 10 oktober 2017 heeft het hof een comparitie van partijen gelast die heeft plaatsgevonden op 8 december 2017. Van deze zitting is proces-verbaal opgemaakt dat aan partijen is verstrekt en zich bij de stukken bevindt.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de memorie van grieven,
- de memorie van antwoord.
Vervolgens hebben beide partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.
2 Vaststaande feiten
De rechtbank heeft in het vonnis van 29 maart 2017 (gepubliceerd onder ECLI:NL:RBGEL:2017:2418) onder de nummers 2.1 tot en met 2.17 beschreven welke feiten vaststaan. Ook het hof gaat van die feiten uit, met dien verstande dat de bespreking waarnaar wordt verwezen in nummer 2.5 heeft plaatsgevonden op 5 januari 2011 in plaats van 5 januari 2010 (zoals in het vonnis staat).