Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15-10-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:8434, 200.228.021
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15-10-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:8434, 200.228.021
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2019
- Datum publicatie
- 21 oktober 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2019:8434
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2016:5312
- Zaaknummer
- 200.228.021
Inhoudsindicatie
6:162 BW/6:248 lid 2 BW; zorgplicht bank, opzegging krediet, zonder voorafgaande toestemming bezwaren vermogen.
Hoger beroep van ECLI:NL:RBGEL:2016:5312.
Geen schending zorgplicht door bank bij verstrekking krediet. Kredietovereenkomst in 2012 rechtmatig opgezegd na uitholling van het pandrecht van de bank op de aandelen in het landgoed van de kredietnemer, door de latere verstrekking van een hypotheekrecht op datzelfde landgoed.
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.228.021
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 289042)
arrest van 15 oktober 2019
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
hierna: [appellant] ,
advocaat: mr. J.C.T. Papeveld,
tegen:
de naamloze vennootschap
Staal Beheer N.V. (voorheen genaamd Staalbankiers N.V.),
gevestigd te ‘s-Gravenhage,
geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
appellante in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
hierna: Staalbankiers,
advocaat: mr. J. Bedaux.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 27 november 2018 hier over.
Het verdere verloop blijkt uit het verhandelde ter comparitie van partijen op 22 mei 2019. Op de rol van 6 augustus 2019 hebben partijen arrest gevraagd, dat op diezelfde rol is bepaald.
2 De vaststaande feiten
Het hof gaat uit van de volgende vaststaande feiten, grotendeels overgenomen uit het bestreden vonnis van 28 september 2016 (gepubliceerd onder ECLI:NL:RBGEL:2016:5312).
Op 2 september 2004 komt een kredietovereenkomst (hierna: de kredietovereenkomst) tot stand tussen Staalbankiers enerzijds en aan de andere kant [appellant] en zijn echtgenote, [echtgenote appellant] . [appellant] heeft op dat moment al een schuld aan zijn holding, EL Beheer B.V. (verder: EL Beheer). [appellant] heeft de lening van EL Beheer aangewend voor beleggingen. De kredietovereenkomst, vastgelegd in een door [appellant] en zijn echtgenote voor akkoord ondertekende offerte van Staalbankiers, houdt onder meer in:
Soort & doel financiering
Deze kredietfaciliteit wordt u verstrekt in de vorm van een roll-over lening met als doel de reeds bestaande financiering bij EL Beheer af te bouwen (...).
Hoofdsom & looptijd
Een bedrag aan te houden in Zwitserse Franken als equivalent van het bedrag van
€ 2.000.000,00 (...) tegen de dagkoers op het moment van verstrekking.
Tijdens de looptijd van de financiering kunt u kiezen uit rentevastperioden van drie, zes of twaalf maanden. De financiering dient in ieder geval na maximaal 30 jaar geheel afgelost te zijn. De kredietfaciliteit dient uiterlijk op 17 oktober 2004 in zijn geheel te zijn opgenomen.
Rente & betalingswijze
Afhankelijk van uw keuze zal de rente op basis van drie, zes of twaalf maands LIBOR (...) worden vastgesteld. Deze rente wordt verhoogd met een opslag van 1,30% (...).
Wij wijzen u hierbij op het risico van een lening in Zwitserse Franken, namelijk het risico dat u ondanks het gunstige Libor-rentetarief, als gevolg van koersschommelingen van de Zwitserse Frank ten opzichte van de Euro, per saldo ongunstiger uit zou kunnen zijn dan in het geval de lening verstrekt zou zijn in Euro’s, gecombineerd met het Euribor-rentetarief. Door ondertekening van deze offerte bevestigt u dat u bekend bent met voornoemde financiële risico’s. (...)
Zekerheden
Tot zekerheid voor de terugbetaling van al hetgeen u ons op enig moment schuldig bent of zal zijn, verstrekt u ons de volgende zekerheden:
Verpanding van de aandelen van het [het landgoed] met hierin het landgoed gelegen aan de [adres] . (...)
Algemene Voorwaarden
Voor zover in deze offerte hiervan niet is afgeweken, zijn de bijgaande Algemene Voorwaarden van de Nederlandse Vereniging van Banken en de Algemene Bepalingen van Geldlening, welke zijn gepasseerd bij akte op 18 december 2001, op deze overeenkomst mede van toepassing.
Eveneens op 2 september 2004 wordt tussen [appellant] als pandgever en Staalbankiers een akte van verpanding van aandelen in [het landgoed] B.V. (hierna: [het landgoed] ) verleden (hierna: de pandakte). [appellant] is enig aandeelhouder van [het landgoed] . Vrijwel het gehele vermogen van deze vennootschap wordt gevormd door [het landgoed] (verder: het landgoed). In de akte van verpanding is onder meer opgenomen:
Artikel 1.
Tot meerdere zekerheid voor de terugbetaling door de pandgever en/of [echtgenote appellant] (...) aan de Bank van al hetgeen de Bank nu of te eniger tijd te vorderen heeft of mocht hebben van de Pandgever en of [echtgenote appellant] , zo van hen tezamen als van ieder van hen afzonderlijk, uit welken hoofde dan ook, zowel in als buiten rekening-courant, al of niet in het gewone bankverkeer en al of niet onder voorwaarde of tijdsbepaling vestigt de Pandgever ten behoeve van de Bank een eerste recht van pand op de Aandelen, welk recht van pand de Bank hierbij aanvaardt. (...)
Artikel 4.
(...) De Pandgever zal zich onthouden van enige handeling die leidt of kan leiden tot een waardevermindering van de Aandelen of die de afdwingbaarheid van de pandrechten van de Bank krachtens deze akte kan bemoeilijken. (...)
Artikel 10.
Op deze verpanding zijn van toepassing de bepalingen (...) vervat in de akte houdende de Algemene Bepalingen van Geldlening (...) en de Algemene Voorwaarden van de Nederlandse Vereniging van Banken, zoals deze thans of in de toekomst gelden (...).
De onderhandse verkoopwaarde van het landgoed was op 10 juni 2004 getaxeerd op € 4,8 miljoen. De executiewaarde bedroeg € 3.750.000.
In de Algemene Bepalingen van Geldleningen van Staalbankiers (hierna: de Algemene Bepalingen Geldleningen) is onder meer bepaald:
5 Vervroegde opeisbaarheid
In afwijking van het bepaalde in artikel 3 is het door de Debiteur aan de bank uit hoofde van de Overeenkomst verschuldigde alsmede al het overige verschuldigde te allen tijde terstond en in zijn geheel opeisbaar zonder enige sommatie of ingebrekestelling in geval:
a. Van verzuim van de Debiteur in de nakoming van enigerlei van zijn verplichtingen ingevolge de Overeenkomst of ingevolge enigerlei andere daarmee verhoudende overeenkomst, zoals bijvoorbeeld ter zake van door de Debiteur of derden aan de Bank verleende zekerheden, zoals pand en hypotheek of uit garantie (...)
h. Een naar het oordeel van de Bank belangrijk deel van het vermogen van de Debiteur zonder voorafgaande toestemming van de Bank wordt vervreemd, is teniet gegaan, beschadigd, onteigend of geconfisqueerd of anderszins bezwaard; (...)