Home

Rechtbank Gelderland, 28-09-2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:5312, 289042

Rechtbank Gelderland, 28-09-2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:5312, 289042

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28 september 2016
Datum publicatie
20 april 2017
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2016:5312
Formele relaties
Zaaknummer
289042
Relevante informatie
Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 162

Inhoudsindicatie

Verpanding door cliënt aan bank van aandelen in b.v. waarin hij enig aandeelhouder is. Later verhypothekering door b.v. van het landgoed dat de waarde van deze aandelen vormt, aan derde. Onrechtmatige daad b.v. tegenover bank.

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/289042 / HA ZA 15-511

Vonnis van 28 september 2016

in de zaak van

de naamloze vennootschap

STAALBANKIERS N.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J. Bedaux te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 1] ,

gevestigd te [plaats 1] , gemeente [gemeente] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.C.T. Papeveld te Waalwijk,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. J.C.T. Papeveld te Waalwijk,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 3] ,

gevestigd te [plaats 2] ,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. A.V. Paardekooper te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Staalbankiers, [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 9 december 2015

-

het proces-verbaal van comparitie van 25 april 2016

-

de conclusie van antwoord in reconventie van Staalbankiers

-

de akte inbreng producties tevens houdende akte wijziging en vermeerdering van eis van [gedaagde 1] en [gedaagde 2]

-

de aanvullende akte inbreng producties van [gedaagde 1] en [gedaagde 2]

-

de antwoordakte overlegging producties en wijziging van eis in reconventie van Staalbankiers.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 2 september 2004 komt een kredietovereenkomst tot stand tussen Staalbankiers enerzijds en aan de andere kant [gedaagde 2] en zijn echtgenote, J.E.M. [naam 1] . De achtergrond hiervan vormt het gegeven dat [gedaagde 2] een schuld heeft aan zijn holding, [bedrijf 1] (verder: [bedrijf 1] ). Het bedrag hiervan is aangewend voor beleggingen. De kredietovereenkomst, vastgelegd in een door [gedaagde 2] en zijn echtgenote voor akkoord ondertekende offerte van Staalbankiers, houdt onder meer in:

Soort & doel financiering

Deze kredietfaciliteit wordt u verstrekt in de vorm van een roll-over lening met als doel de reeds bestaande financiering bij [bedrijf 1] af te bouwen (...).

Hoofdsom & looptijd

Een bedrag aan te houden in Zwitserse Franken als equivalent van het bedrag van € 2.000.000,00 (...) tegen de dagkoers op het moment van verstrekking.

Tijdens de looptijd van de financiering kunt u kiezen uit rentevastperioden van drie, zes of twaalf maanden. De financiering dient in ieder geval na maximaal 30 jaar geheel afgelost te zijn. De kredietfaciliteit dient uiterlijk op 17 oktober 2004 in zijn geheel te zijn opgenomen.

Rente & betalingswijze

Afhankelijk van uw keuze zal de rente op basis van drie, zes of twaalf maands LIBOR (...) worden vastgesteld. Deze rente wordt verhoogd met een opslag van 1,30% (...).

Wij wijzen u hierbij op het risico van een lening in Zwitserse Franken, namelijk het risico dat u ondanks het gunstige Libor-rentetarief, als gevolg van koersschommelingen van de Zwitserse Frank ten opzichte van de Euro, per saldo ongunstiger uit zou kunnen zijn dan in het geval de lening verstrekt zou zijn in Euro’s, gecombineerd met het Euribor-rentetarief. Door ondertekening van deze offerte bevestigt u dat u bekend bent met voornoemde financiële risico’s.

2.2.

In het kader van de voorbereiding van deze kredietovereenkomst is aan de orde gekomen hoe [gedaagde 2] zekerheid kan stellen. De enige zekerheid viel te vinden in het landgoed [gedaagde 1] (verder: het landgoed) dat vrijwel het gehele vermogen van [gedaagde 1] vormt. [gedaagde 2] is enig aandeelhouder van [gedaagde 1] . De waarde van het landgoed waarvan de partijen bij de onder 2.1 bedoelde overeenkomst uitgingen, was in 2004 ongeveer € 4.000.000,00.

2.3.

De statuten van [gedaagde 1] bevatten destijds in art. 2 als doelomschrijving:

Het doel van de vennootschap is het verkrijgen, beheren, instandhouden en exploiteren van een of meer landgoederen in de zin van de Natuurschoonwet negentienhonderd achtentwintig, alles in de ruimste zin van het woord.

De partijen bij de onder 2.1 bedoelde overeenkomst waren van mening dat deze bepaling in de weg stond aan het vestigen van een recht van hypotheek op het landgoed ten behoeve van Staalbankiers tot zekerheid van de schuld van [gedaagde 2] .

2.4.

De onder 2.1 bedoelde overeenkomst vermeldt onder ‘zekerheden’:

Tot zekerheid voor de terugbetaling van al hetgeen u ons op enig moment schuldig bent of zal zijn, verstrekt u ons de volgende zekerheden:

 Verpanding van de aandelen van het [gedaagde 1] met hierin het landgoed gelegen aan de [adres] te [plaats 1] .

2.5.

De desbetreffende akte van verpanding van aandelen wordt op 2 september 2004 verleden; partij bij de akte zijn Staalbankiers, [gedaagde 2] en [gedaagde 1] . In de pandakte is onder meer opgenomen:

Artikel 1.

Tot meerdere zekerheid voor de terugbetaling voor de pandgever en/of mevrouw [naam 1] [gedaagde sub 2], hierna genoemd, aan de Bank van al hetgeen de Bank nu of te eniger tijd te vorderen heeft of mocht hebben van de Pandgever en of mevrouw [naam 1] [gedaagde sub 2], zo van hen tezamen als van ieder van hen afzonderlijk, uit welken hoofde dan ook, zowel in als buiten rekening-courant, al of niet in het gewone bankverkeer en al of niet onder voorwaarde of tijdsbepaling vestigt de Pandgever ten behoeve van de Bank een eerste recht van pand op de Aandelen, welk recht van pand de Bank hierbij aanvaardt. (...)

Artikel 4.

(...) De Pandgever zal zich onthouden van enige handeling die leidt of kan leiden tot een waardevermindering van de Aandelen of die de afdwingbaarheid van de pandrechten van de Bank krachtens deze akte kan bemoeilijken.

2.6.

De onder 2.1 bedoelde kredietovereenkomst bevat onder ‘Algemene voorwaarden’ de tekst:

Voor zover in deze offerte hiervan niet is afgeweken, zijn de bijgaande Algemene Voorwaarden van de Nederlandse Vereniging van Banken en de Algemene Bepalingen van Geldlening, welke zijn gepasseerd bij akte op 18 december 2001, op deze overeenkomst mede van toepassing.

2.7.

In de Algemene Voorwaarden van de Nederlandse Vereniging van Banken (hierna: de Algemene Bankvoorwaarden) is onder meer opgenomen:

Artikel 2 Zorgplicht bank en cliënt

1. De bank neemt bij haar dienstverlening de nodige zorgvuldigheid in acht en houdt daarbij naar beste vermogen rekening met de belangen van de cliënt. Geen van de bepalingen van deze algemene bankvoorwaarden of van de door de bank gebruikte bijzondere voorwaarden kan aan dit beginsel afbreuk doen.

2. De cliënt neemt jegens de bank de nodige zorgvuldigheid in acht en houdt daarbij naar beste vermogen rekening met de belangen van de bank. (...)

Artikel 26 Zekerheden

1. Door het van toepassing worden van deze algemene bankvoorwaarden heeft de cliënt

zich jegens de bank verbonden om voor alle bestaande en alle toekomstige vorderingen

van de bank op de cliënt, uit welken hoofde ook, op eerste verzoek van de bank, ten

genoegen van de bank, (aanvullende) zekerheid te stellen. (...)

Artikel 27 Onmiddellijke opeisbaarheid

Als de cliënt in verzuim is met de nakoming van enige verplichting jegens de bank, mag de bank haar vorderingen op de cliënt door opzegging onmiddellijk opeisbaar maken, tenzij dit gelet op de geringe betekenis van het verzuim niet gerechtvaardigd is. Een dergelijke opzegging geschiedt schriftelijk met vermelding van de reden.

Artikel 28 Bijzondere kosten

1. (...)

2. Alle overige bijzondere kosten van de bank voortvloeiend uit de relatie met de cliënt komen voor rekening van de cliënt voor zover dit redelijk is.

2.8.

In de Algemene Bepalingen Geldleningen Staalbankiers (hierna: de Algemene Bepalingen Geldleningen) is onder meer bepaald:

5. Vervroegde opeisbaarheid

In afwijking van het bepaalde in artikel 3 is het door de Debiteur aan de bank uit hoofde van de Overeenkomst verschuldigde alsmede al het overige verschuldigde te allen tijde terstond en in zijn geheel opeisbaar zonder enige sommatie of ingebrekestelling in geval:

a. Van verzuim van de Debiteur in de nakoming van enigerlei van zijn verplichtingen ingevolge de Overeenkomst of ingevolge enigerlei andere daarmee verhoudende overeenkomst, zoals bijvoorbeeld ter zake van door de Debiteur of derden aan de Bank verleende zekerheden, zoals pand en hypotheek of uit garantie (...)

h. Een naar het oordeel van de Bank belangrijk deel van het vermogen van de Debiteur zonder voorafgaande toestemming van de Bank wordt vervreemd, is teniet gegaan, beschadigd, onteigend of geconfisqueerd of anderszins bezwaard; (...)

7. Kosten

Alle kosten voortvloeiende uit of op enigerlei wijze verbandhoudende met de Overeenkomst, daaronder mede begrepen door de Bank gemaakte kosten ter uitoefening of bescherming van haar rechten en eventuele belastingen die aan de Bank worden opgelegd, komen voor rekening van de Debiteur. (...)

9. Informatieverschaffing

9.1

De Debiteur verplicht zich jegens de Bank om deze zowel op haar eerste verzoek als ongevraagd inzage te verschaffen in zijn boeken en bescheiden en de Bank alle informatie (waaronder begrepen kopieën van aangiften vennootschaps-, inkomsten- en/of vermogensbelasting) te verschaffen die de Bank redelijkerwijze van de Debiteur verlangt teneinde de Bank in staat te stellen een goed inzicht te krijgen in de vermogenspositie van de Debiteur en ontwikkelingen in diens bedrijfsvoering die op die vermogenspositie een belangrijke invloed kunnen hebben. Voor zover hiertoe de medewerking van derden vereist is, is de Debiteur verplicht al het nodige te verrichten om die derden die medewerking te laten verlenen. (...)

2.9.

In 2010 leent [gedaagde 2] € 2.500.000,00 van [naam 2] . Laatstgenoemde cedeert in 2012 zijn vordering op [gedaagde 2] uit deze geldlening aan [gedaagde 3] . Deze heeft in voorafgaande besprekingen, waarbij ook [gedaagde 2] betrokken was, aangegeven dat [gedaagde 2] zekerheid dient te stellen.

2.10.

Op 8 februari 2012 worden de statuten van [gedaagde 1] in die zin gewijzigd dat de doelomschrijving in art. 2 vanaf die wijziging luidt:

Het doel van de vennootschap is het verkrijgen, beheren, instandhouden en exploiteren van een of meer landgoederen in de zin van de Natuurschoonwet negentienhonderd achtentwintig, alsmede het ter leen opnemen en ter leen verstrekken van gelden en het stellen van zekerheid ook ten behoeve van derden, alles in de ruimste zin van het woord.

2.11.

[gedaagde 1] verleent op 10 februari 2012 een recht van eerste hypotheek op het landgoed aan [gedaagde 3] tot zekerheid van de onder 2.9 bedoelde vordering van € 2.500.000,00.

2.12.

Op 22 augustus 2012 schrijft [naam 3] , bestuurder van [gedaagde 3] , aan Staalbankiers:

Bij dezen benader ik u over een financiering die de heer [naam 2] (...) in mei 2010 verstrekt heeft aan de heer [gedaagde 2] (...).

De omvang van de lening is € 2,5 mio. en dient op korte termijn afgelost te worden. Hoewel het doel van de lening beperkt was tot het beleggen in aandelen genoteerd op Euronext Amsterdam en volledig verpand waren aan de heer [naam 2] , blijkt de heer [gedaagde 2] in 2010 de gelden als dekking voor een lening in Zwitserse franken bij Staalbankiers te hebben ondergebracht.

Het komt op ons over alsof er sprake zou kunnen zijn van een “dubbele verpanding”. Wellicht dat u of een van uw medewerkers bereid is ons hier nader over te informeren (...).

2.13.

Vervolgens komt Staalbankiers op de hoogte van de onder 2.11 bedoelde hypotheekverlening aan [gedaagde 3] . Zij stelt zich op het standpunt dat [gedaagde 2] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de kredietovereenkomst, waardoor zij grond heeft het krediet op te eisen. De raadsman van Staalbankiers schrijft op 21 september 2012 aan [gedaagde 2] en zijn vrouw onder meer:

Cliënte Staalbankiers (...) heeft op 2 september 2004 een kredietovereenkomst met u beiden gesloten. Uit hoofde van die kredietovereenkomst heeft Staalbankiers een bedrag in Zwitserse Franken aan u verstrekt. Uit hoofde van die lening bent u thans een bedrag van EUR € 2.546.732,84 verschuldigd. De openstaande rente bedraagt per heden EUR 1.841,93. Op de kredietovereenkomst zijn de Algemene Bepalingen Geldleningen van toepassing.

Tot zekerheid voor de terugbetaling van de schuld uit de kredietovereenkomst aan Staalbankiers, heeft de heer [gedaagde 2] een pandrecht gevestigd op aandelen die hij houdt in [gedaagde 1] (“ [gedaagde 1] ”). Het vermogen van [gedaagde 1] bestaat (vrijwel) geheel uit het landgoed (...). Daarom is de waarde van de aan Staalbankiers verpande aandelen (vrijwel) gelijk aan de (verkoop)waarde van het landgoed. Overigens kon Staalbankiers ten tijde van het sluiten van de kredietovereenkomst geen recht van hypotheek vestigen op het landgoed, omdat de statuten van [gedaagde 1] daar toentertijd niet in voorzagen.

In art. 4 van de pandakte tussen Staalbankiers, de heer [gedaagde 2] en [gedaagde 1] is bepaald dat de heer [gedaagde 2] zich dient te onthouden van handelingen die leiden of kunnen leiden tot een waardevermindering van de aandelen die de heer [gedaagde 2] houdt in [gedaagde 1] . Die verplichting heeft de heer [gedaagde 2] geschonden. De heer [gedaagde 2] heeft namelijk een recht van hypotheek gevestigd ten behoeve van [gedaagde 3] (“ [gedaagde 3] ”) op het landgoed tot zekerheid van een lening die hij verschuldigd is aan [gedaagde 3] . Daardoor is de waarde van de aandelen gereduceerd tot (vrijwel) nihil.

Vestiging van een recht van hypotheek ten behoeve van [gedaagde 3] was mogelijk omdat de heer [gedaagde 2] de statuten van [gedaagde 1] – plotseling en ogenschijnlijk uitsluitend ten behoeve van de vestiging van een recht van hypotheek voor [gedaagde 3] – wijzigde. Voor die statutenwijziging heeft Staalbankiers geen toestemming gegeven. U hebt bovendien nagelaten Staalbankiers te informeren omtrent de statutenwijziging. Ook hebt u nagelaten toestemming te vragen voor de vestiging van het recht van hypotheek en nagelaten Staalbankiers daaromtrent te informeren.

Die omstandigheden – en het feit dat de verpande aandelen thans (vrijwel) geen waarde meer vertegenwoordigen – leiden ertoe dat u het vertrouwen van Staalbankiers ernstig heeft geschonden.

In een gesprek op 3 september jl. en bij brief van 5 september jl. verzocht Staalbankiers u voorstellen te doen met betrekking tot nieuw te stellen zekerheden, omdat de waarde van de aandelen van de verpande aandelen thans (vrijwel) nihil is. Die voorstellen zijn echter door Staalbankiers tot op heden niet ontvangen.

Door (i) in strijd te handelen met art. 4 van de pandakte, (ii) geen aanvullende zekerheid te verstrekken, (iii) de verpanden aandelen (indirect) te bezwaren en (iv) het vertrouwen van Staalbankiers ernstig te schaden, is uw schuld aan Staalbankiers terstond en geheel opeisbaar blijkens art. 5 Algemene Bepalingen van Geldleningen.

Gezien uw weigering mee te werken aan een oplossing buiten rechte, heb ik opdracht een procedure tegen u aanhangig te maken. (...) Om een procedure af te wenden sommeer ik u namens Staalbankiers uiterlijk woensdag 26 september 2012 om 12.00 uur (i) uw schuld aan Staalbankiers (...) te vermeerderen met de contractuele rente (...) te voldoen dan wel voldoende (vervangende of aanvullende) zekerheden te verschaffen, (ii) inzicht te verschaffen in alle voor verhaal vatbare vermogensbestanddelen en (iii) de kosten (...) te vergoeden die Staalbankiers maakt om haar vordering buiten rechte voldaan te krijgen.

2.14.

[gedaagde 2] en [naam 1] voldoen niet aan de sommaties van Staalbankiers. Tot zekerheid van haar hiervoor gestelde vordering op hen legt Staalbankiers conservatoir derdenbeslag onder ING Bank N.V., ABN AMRO Bank N.V., Van Lanschot Bankiers N.V. en Coöperatieve Rabobank Rijk van Nijmegen U.A. Voorts neemt Staalbankiers roerende zaken op het landgoed in conservatoir beslag.

3 Het geschil

3.1.

Staalbankiers vordert, samengevat,

in de procedure voor zover gevoerd tegen [gedaagde 1]

  1. een verklaring voor recht dat [gedaagde 1] onrechtmatig jegens Staalbankiers heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de schade van Staalbankiers die door dit onrechtmatig handelen is ontstaan,

  2. veroordeling van [gedaagde 1] tot betaling van € 2.536.368,10,

en in de procedure voor zover gevoerd tegen [gedaagde 1] , [gedaagde 3] en [gedaagde 2]

3. vernietiging van de rechtshandelingen (overeenkomst tot vestiging van het recht van hypotheek en het pandrecht en de vestiging van zekerheidsrechten) die hebben geleid tot benadeling van Staalbankiers als schuldeiser van [gedaagde 1] ,

een en ander vermeerderd met rente en kosten waaronder begrepen de nakosten.

3.2.

Het standpunt van Staalbankiers komt overeen met wat zij schrijft in haar onder 2.13 geciteerde brief. Zij verwijt [gedaagde 1] onrechtmatig handelen jegens haar en is van mening dat bij de vestiging van het hypotheekrecht ten behoeve van [gedaagde 3] paulianeus is gehandeld in die zin dat Staalbankiers als schuldeiser van [gedaagde 2] daarbij benadeeld werd.

3.3.

[gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] voeren verweer. Op de stellingen van partijen zal de rechtbank hierna, voor zover van belang, nader ingaan.

in reconventie

3.4.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] vorderen, samengevat

-

een verklaring voor recht dat Staalbankiers ten onrechte de CHF-kredietovereenkomst van 2 september 2004 met [gedaagde 2] en zijn echtgenote heeft opgezegd en beëindigd,

-

een verklaring voor recht dat Staalbankiers ten onrechte aanspraak maakt op betaling door [gedaagde 2] (en zijn echtgenote) van € 2.536.368,10 als restant hoofdsom uit hoofde van de opgezegde en beëindigde kredietovereenkomst,

-

een verklaring voor recht dat Staalbankiers jegens [gedaagde 2] (en zijn echtgenote) tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst door als adviseur niet te handelen zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend adviseur, in gelijke omstandigheden, verwacht mocht worden,

-

een verklaring voor recht dat Staalbankiers jegens [gedaagde 2] (en zijn echtgenote) onrechtmatig heeft gehandeld,

-

een verklaring voor recht dat Staalbankiers [gedaagde 2] (en zijn echtgenote) per 21 september 2012 ten onrechte een rentevergoeding van EURIBOR + 1.30% opslag in rekening heeft gebracht en brengt in plaats van het overeengekomen LIBOR tarief + 1.30% opslag en dat Staalbankiers daarom jegens [gedaagde 2] (en zijn echtgenote) tekortgeschoten is en tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst,

-

veroordeling van Staalbankiers tot vergoeding van schade die [gedaagde 2] (en zijn echtgenote) heeft geleden en nog zal lijden als op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

-

een verklaring voor recht dat het door Staalbankiers gelegde conservatoire beslag ten laste van [gedaagde 1] vexatoir is,

-

Staalbankiers te bevelen om binnen twee dagen na betekening van het vonnis alle ten laste van [gedaagde 2] (en zijn echtgenote) en [gedaagde 1] gelegde beslagen op te heffen en opgeheven te houden,

-

Staalbankiers te bevelen binnen twee dagen na betekening van het vonnis alle ten laste van [gedaagde 2] (en zijn echtgenote) en [gedaagde 1] getroffen executiemaatregelen te staken en gestaakt te houden op verbeurte van een dwangsom,

-

veroordeling van Staalbankiers tot betaling aan [gedaagde 2] van € 901,45,

een en ander vermeerderd met rente en kosten.

3.5.

De standpunten van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] blijken uit de door hen gevorderde verklaringen voor recht. Staalbankiers voert verweer. Op de stellingen van partijen zal de rechtbank hierna, voor zover van belang, nader ingaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing