Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14-01-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:295, 200.231.283
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14-01-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:295, 200.231.283
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 14 januari 2020
- Datum publicatie
- 27 januari 2020
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2020:295
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2021:1757, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.231.283
Inhoudsindicatie
Hoger beroep van ECLI:NL:RBMNE:2016:7045 en ECLI:NL:RBMNE:2017:4237; brand op motorjacht onder consumentenkoop; IPR; verjaring en stuiting; stelplicht tekortkoming/non-conformiteit; deskundigenrapporten; gebrekkig product? schadeomvang; subrogatie schadeverzekeraar.
Artikelen 3:316, 317, 319, 6:74, 83, 96, 101, 190, 7:17, 18, 23, 24 en 962 BW
Artikel 15 (Wettelijke Subrogatie) van Verordening (EG) Nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I);
Artikel 5, lid 3, van Richtlijn 1999/44 (van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen;
Artikelen 2 en 9 van Richtlijn van de Raad van 25 juli 1985 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken (85/374/EEG);
Artikel 150 Rv.
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.231.283
(zaaknummer kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 4589586)
arrest van 14 januari 2020
in de zaak van
de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Lengers Yachts B.V.,
gevestigd te Nigtevecht, gemeente Stichtse Vecht,
appellante,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: Lengers,
advocaat: mr. M.H.J. Langerak,
tegen:
de vennootschap naar Duits recht
Mannheimer Versicherung A.G.,
gevestigd te Mannheim, Duitsland,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: een van beide eisers,
hierna: Mannheimer,
advocaat: mr. P.J. Hoepel.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 6 augustus 2019 hier over, waarbij een comparitie van partijen is gelast.
Het verdere verloop blijkt uit:
- het aan partijen afgegeven proces-verbaal van de terechtzitting van 23 oktober 2019, waaronder de schriftelijke spreekaantekeningen namens Lengers;
- akteverlening van de namens Lengers bij brief van 7 oktober 2019 ingezonden productie 13, waartegen Mannheimer desgevraagd geen bezwaar had.
Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.
2 De vaststaande feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in rov. 2.1 tot en met 2.19 van het bestreden tussenvonnis van 28 december 2016 (verder: het tussenvonnis; het is gepubliceerd onder ECLI:NL:RBMNE:2016:7045).
3 Het geschil en de beslissing van de kantonrechter
Deze zaak gaat over subrogatie door schadeverzekeraar Mannheimer in een vordering tot schadevergoeding uit een consumentenkoopovereenkomst.
Verkoper Lengers heeft op 11 juli 2012 aan consumentkoper [A] motorjacht [B] (verder: het schip) geleverd (voor een aankoopwaarde van bijna € 1,5 miljoen). Op 7 oktober 2012 is in de haven van [C] brand ontstaan in de bemanningscabine aan bakboorzijde van het schip. Volgens Mannheimer is de brand ontstaan door een elektrotechnisch defect in of bij het bedieningspaneel van de airconditioning aan het voeteneinde van het bed. Maar volgens Lengers heeft de hitte van een daar aan het hoofdeinde door [A] aan gelaten halogeenbedlampje een grote hoeveelheid vlak onder of tegen het bedlampje opgestapeld textiel in brand gezet. Volgens Mannheimer heeft haar dochtervennootschap en schadebehandelaar GSM in haar opdracht op 25 september 2013 aan (de hypothecaire schuldeiser Akf Bank van) [A] wegens kosten van herstel € 64.649,02 betaald en op 28 oktober 2013 nog eens € 1.528,99 en verder nog aan expertisekosten € 7.397,99 en € 9.601,29 en € 5.742,82, alles inclusief omzetbetaling. In deze procedure wil Mannheimer deze schadeposten op de verkoper Lengers verhalen.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter aansprakelijkheid van Lengers aangenomen. Na verder debat over de omvang van de schade heeft de kantonrechter in het eindvonnis van 16 augustus 2017 (verder: het eindvonnis) de schade na aftrek van eigen risico geschat op € 65.000, de onderzoekskosten beperkt tot € 17.008,55 en Lengers veroordeeld tot betaling aan Mannheimer van het totaalbedrag van € 82.008,55 met de wettelijke rente en de proceskosten. Het eindvonnis is gepubliceerd onder ECLI:NL:RBMNE:2017:4237.