Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-01-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:368, 21-006849-17

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-01-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:368, 21-006849-17

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
16 januari 2020
Datum publicatie
16 januari 2020
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2020:368
Formele relaties
Zaaknummer
21-006849-17

Inhoudsindicatie

Vrijspraak moord. Veroordeling wegens brandstichting in woning waarbij halfzusje van verdachte om het leven is gekomen. Oplegging gevangenisstraf 7 jaar en terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

Verdachte heeft tijdens een luchtmoment op het politiebureau aan verbalisante (die zich voordeed als een mede-arrestante) toegegeven de brand te hebben gesticht.

Inzet van de betreffende verbalisante als stelselmatige Informatie Inwinster (SI) voldoet aan de meeste daarvoor geldende eisen, maar niet aan alle. Er is sprake van onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a, eerste lid, Sv omdat er geen opnames zijn gemaakt van de gesprekken tussen de verdachte en de SI. Toch kan de verklaring van de verdachte voor het bewijs worden gebruikt. Daarbij is van belang dat ook op andere wijze controle kon worden uitgeoefend op (de inhoud van) de processen-verbaal van de SI.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006849-17

Uitspraak d.d.: 16 januari 2020

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 28 november 2017 met parketnummer 16-705487-17 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( Vietnam ) op [1989] ,

thans verblijvende in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Het door verdachte ingestelde hoger beroep is beperkt tot de feiten 2, 4 en 5. Het openbaar ministerie heeft onbeperkt hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 19 december 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman, mr. J.G. Wiebes, naar voren is gebracht.

Tijdens de terechtzitting van 19 december 2019 heeft de raadsman een preliminair verweer gevoerd. Dat verweer is op die zitting door het hof ontijdig bevonden en derhalve zal het hof in dit arrest op dat verweer responderen. Tijdens de terechtzitting van 16 januari 2020 is alleen het onderzoek gesloten, waarna direct uitspraak is gedaan.

Omvang en ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het vonnis waarvan beroep

De tenlastelegging

Overweging omtrent inzet Stelselmatige Informatie Inwinster ex artikel 126j Sv

Proportionaliteit en subsidiariteit inzet stelselmatige informatie inwinster

Overweging ten aanzien van het bewijs

Bewezenverklaring

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Strafbaarheid van de verdachte

Oplegging van straf en maatregel

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Toepasselijke wettelijke voorschriften

BESLISSING

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]