Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-06-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:4579, 200.255.674/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-06-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:4579, 200.255.674/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 16 juni 2020
- Datum publicatie
- 18 juni 2020
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2020:4579
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2021:1924, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.255.674/01
Inhoudsindicatie
Is beslissing om tussentijds hoger beroep in te stellen in dit geval een tussenvonnis?” Gemeente heeft geen (ongeschreven) zorgplicht jegens eigenaren van nieuwbouwwoningen in gebied met natuurlijke hoogteverschillen om hoogteverschillen te egaliseren.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.255.674/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 118329)
arrest van 16 juni 2020
in de zaak van
Gemeente Borger-Odoorn,gevestigd te Exloo,
hierna: de Gemeente,
advocaat: mr. J.J. Veldhuis, kantoorhoudend te Leeuwarden,
tegen
1 [geïntimeerde1A] en [geïntimeerde1B] ,hierna: [geïntimeerde1A] en [geïntimeerde1B] ,2. [geïntimeerde2] ,hierna: [geïntimeerde2] ,3. [geïntimeerde3A] en [geïntimeerde3B] ,hierna: [geïntimeerde3A] en [geïntimeerde3B] ,4. [geïntimeerde4] ,hierna: [geïntimeerde4] ,wonende te [A] ,geïntimeerden,
hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden] c.s.,
advocaat: mr. P. van Rossum, kantoorhoudend te Emmen.
Het hof neemt het tussenarrest van 29 oktober 2019 hier over.
1 Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
In genoemd tussenarrest heeft het hof een comparitie van partijen gelast. Deze comparitie zou plaats vinden op 11 juni 2020.
Vanwege de gevolgen van het coronavirus is de comparitie, na overleg met partijen, niet doorgegaan. Partijen hebben het hof gevraagd arrest te wijzen op basis van het ten behoeve van de comparitie overgelegde procesdossier.
2 De ontvankelijkheid van het beroep
Hoewel [geïntimeerden] c.s. daar geen (kenbare) aandacht aan hebben geschonken, zal het hof eerst ingaan op de ontvankelijkheid van het beroep. Het hof dient immers ambtshalve te onderzoeken of hoger beroep openstaat tegen het vonnis (de vonnissen) waartegen is opgekomen en of tijdig in beroep is gekomen.
In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Assen (hierna: de rechtbank) op 25 juli 2018 een tussenvonnis gewezen. In dat tussenvonnis heeft de rechtbank enkele inhoudelijke beslissingen genomen, waaronder de beslissing dat de Gemeente haar zorgplicht jegens [geïntimeerden] c.s. heeft geschonden en aansprakelijk is voor de daardoor door hen geleden schade, bestaande uit de waardevermindering van hun woningen vanwege het hoogteverschil tussen deze woningen en de hoger gelegen buurwoningen. De rechtbank heeft overwogen dat zij een deskundige wil benoemen om haar voor te lichten over de waardedaling van de woningen vanwege dat hoogteverschil. De rechtbank heeft partijen gevraagd gezamenlijk een deskundige ter benoeming voor te dragen of om, wanneer dat niet lukt, zelf voorstellen te doen voor de benoeming van een deskundige en de aan de deskundige te stellen vragen.
De Gemeente heeft vervolgens, op 5 september 2018, een akte genomen, waarin zij aangeeft dat zonder een duidelijke aanwijzing over het maximaal toelaatbare hoogteverschil het niet mogelijk is om een taxatie te maken van het waardeverschil tussen de fictieve situatie (met een maximaal aanvaardbaar hoogteverschil) en de werkelijke situatie. Aan het slot van de akte heeft de Gemeente de rechtbank verzocht om “uit proces-economische overwegingen, het eerstvolgende tussenvonnis voor hoger beroep open te stellen.” In hun akte van 5 september 2018 hebben [geïntimeerden] c.s. gesteld dat wel een deskundige benoemd kan worden. Zij hebben de rechtbank verzocht tot benoeming van een deskundige over te gaan.
In het vonnis van 28 november 2018 heeft de rechtbank de standpunten van partijen over de benoeming van een deskundige weergegeven en vervolgens overwogen dat de Gemeente binnen de beroepstermijn heeft verzocht het eerstvolgende tussenvonnis voor hoger beroep open te stellen en dat het haar geraden voorkomt om van dit tussenvonnis hoger beroep open te stellen alvorens een deskundige te benoemen. In het dictum heeft de rechtbank bepaald dat van “dit vonnis” hoger beroep kan worden ingesteld.
De Gemeente heeft bij exploot van 27 februari 2019 hoger beroep ingesteld tegen de vonnissen van 25 juli 2018 en 28 november 2018.
Het staat vast dat de Gemeente ruimschoots na het verstrijken van het tussenvonnis van 25 juli 2018 hoger beroep heeft ingesteld. Dat is geen probleem wanneer zij ontvangen kan worden in haar hoger beroep tegen de beslissing van 28 november 2018. Tussentijds hoger beroep tegen een eerder tussenvonnis kan ook worden ingesteld ter gelegenheid van een (tijdig) hoger beroep tegen een later gewezen op zichzelf voor hoger beroep vatbaar eindvonnis of tussenvonnis (vgl. Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3168). Voor de ontvankelijkheid van het hoger beroep tegen het tussenvonnis van 25 juli 2018 is dan ook doorslaggevend of de beslissing van 28 november 2018 een voor hoger beroep vatbaar tussenvonnis is.
De rechtbank is daar wel van uitgegaan. De rechtbank heeft haar beslissing van 28 november 2018 aangemerkt als een vonnis en heeft ook bepaald dat tegen dat vonnis - de beslissing van 28 november 2018 dus - hoger beroep kan worden ingesteld. Het hof zal de rechtbank daarin volgen. Daarbij is het volgende van belang:
* omdat in de uitspraak van 28 november 2018 ook een beslissing kan worden gelezen over een geschil tussen partijen - het al wel of niet benoemen van een deskundige: de rechtbank kiest ervoor nog geen deskundige te benoemen - houdt de uitspraak meer in dan alleen het gevraagde verlof om tussentijds hoger beroep in te stellen. Indien de uitspraak niet meer zou inhouden dan een dergelijk verlof, zou het (ondanks de aanduiding vonnis) een rolbeschikking zijn, een administratieve maatregel van ondergeschikte betekenis, ter bevordering van de proces-economie. Tegen zo’n uitspraak staat geen hoger beroep open. In dit geval bevat de uitspraak ook een beslissing over de benoeming van een deskundige;* beide partijen hebben belang bij een inhoudelijke bespreking van hun geschil en zijn door de keuze van de rechtbank om op deze manier te beslissen op het gevraagde verlof op het spoor gezet van een tussentijds hoger beroep tegen de uitspraak van 28 november 2018. Met de ruimhartige lezing en duiding van deze uitspraak als tussenvonnis, wordt de proces-economie gediend. Het alternatief zou zijn dat de Gemeente niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar hoger beroep, dat er alsnog een inhoudelijk tussenvonnis zou worden gewezen waartegen tussentijds hoger beroep wordt opengesteld en dat de Gemeente vervolgens opnieuw tussentijds hoger beroep zou instellen.
De conclusie is dat de Gemeente ontvankelijk is in haar hoger beroep tegen beide tussenvonnissen. Omdat de Gemeente geen grieven heeft gericht tegen het tussenvonnis van 28 november 2018 is het hoger beroep tegen dat tussenvonnis ongegrond.