Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-07-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:5686, 21-003216-19
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-07-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:5686, 21-003216-19
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 21 juli 2020
- Datum publicatie
- 21 juli 2020
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2020:5686
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2019:2469, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2022:560
- Zaaknummer
- 21-003216-19
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor moord op een Utrechtse studente. Ook veroordeling voor belaging van het slachtoffer. Oplegging van vijftien jaar gevangenisstraf en de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Het hof stelt vast dat verdachte voldoende gelegenheid heeft gehad om zich te beraden op zijn voornemen het slachtoffer te doden. Beroep op noodweer, noodweerexces en putatief noodweer wordt verworpen. Verdachte lijdt aan een ernstige persoonlijkheidsstoornis en is verminderd toerekeningsvatbaar. Het herhalingsgevaar is groot. Verdachte dient de begrafeniskosten te vergoeden. Vordering tot vergoeding van shockschade is een te grote belasting van het strafgeding.
Uitspraak
egendeelAfdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003216-19
Uitspraak d.d.: 21 juli 2020
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht van 4 juni 2019 met parketnummer 16-659501-18 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
nu gedetineerd in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum in Zwolle.
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 3 februari 2020 en 7 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Voorts heeft het hof kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. R.A.C. Frijns, naar voren is gebracht.
Daarnaast heeft het hof kennisgenomen van wat mr. M.J.J.F. van Raak naar voren heeft gebracht namens de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , de ouders van het slachtoffer [slachtoffer] ). Ook heeft het hof kennisgenomen van hetgeen namens [benadeelde 2] in het kader van het spreekrecht naar voren is gebracht.