Rechtbank Midden-Nederland, 04-06-2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:2469, 16/659501-18 (P)
Rechtbank Midden-Nederland, 04-06-2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:2469, 16/659501-18 (P)
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 4 juni 2019
- Datum publicatie
- 4 juni 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2019:2469
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2020:5686, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 16/659501-18 (P)
Inhoudsindicatie
Een 32-jarige man die op 11 juli vorig jaar een Utrechtse student heeft doodgestoken is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. De rechtbank acht de man schuldig aan stalking en moord.
De man en de 24-jarige Utrechtse vrouw hadden een relatie, die begin juni 2018 werd beëindigd. Ondanks dat het slachtoffer aangaf geen contact meer te willen hebben met haar ex-vriend bleef hij contact met haar zoeken en haar lastigvallen. De vrouw heeft diverse meldingen bij de politie gedaan waarna meerdere zogenoemde STOP-gesprekken hebben plaatsgevonden met de man. Toch bleef de man contact zoeken met de vrouw, ook nadat hij was aangehouden en een gedragsaanwijzing had gekregen van de politie.
Op 10 juli in de avond is de vrouw met een vriendin naar de Melkweg in Amsterdam gegaan. Haar ex-vriend was daar ook en heeft haar daar meerdere keren opgezocht. Op camerabeelden is te zien dat de man om 04.12 uur de Melkweg verlaat. Vervolgens is de man op camerabeelden in Utrecht te zien, voor de woning van het slachtoffer. Ook heeft hij, toen hij al in Utrecht was, de treintijden opgezocht van Utrecht naar Amsterdam. Hij wilde weten hoe laat zijn ex-vriendin thuis zou komen. Met een smoes heeft hij, via een buurvrouw, toegang gekregen tot de binnentuin van de woning. Nadat de man zich hier meer dan uur heeft schuilgehouden, is de man de woning en de slaapkamer van de vrouw binnengegaan.
De vrouw is door tientallen messteken om het leven gebracht. In de woning is het mes in twee delen gevonden. Dit mes was afkomstig uit de woning van de man. Ook is in de woning van het slachtoffer een deel van een bebloede latexhandschoen aangetroffen. De man heeft bekend dat hij die ochtend in de slaapkamer van het slachtoffer was, maar hij zegt dat hij niet van plan was haar te doden. In een worsteling met het slachtoffer zou de man zich hebben moeten verweren waarna zij zichzelf per ongeluk zou hebben neergestoken. De rechtbank gelooft niet dat hij uit noodweer heeft gehandeld. De man had het mes naar de woning meegenomen en had de latex handschoenen aan tijdens het steekincident. Dit duidt er volgens de rechtbank op dat de man van plan was de vrouw te vermoorden.
Uit onderzoek van deskundigen blijkt dat de man kampt met diverse stoornissen, waaronder een antisociale en narcistische persoonlijkheidsstoornis. Om die reden kunnen de feiten de man in verminderde mate worden toegerekend. De rechtbank neemt het advies van de deskundigen, om de man tbs met dwangverpleging op te leggen, over. Het gevaar voor herhaling is groot en de rechtbank wil voorkomen dat de man onbehandeld terugkomt in de maatschappij. De tbs behandeling is ongemaximeerd. Bij het opleggen van 15 jaar gevangenisstraf houdt de rechtbank meer dan de officier van justitie rekening met de stoornissen van de man die een rol speelden tijdens de stalking en de moord.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/659501-18 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 4 juni 2019
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [1987] te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,thans gedetineerd te Zwolle PPC.
1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 23 oktober 2018, 17 januari 2019, 16 april 2019, 14 mei 2019 en 21 mei 2019. De inhoudelijke behandeling van de zaak heeft op 14 mei 2019 plaatsgevonden. Het onderzoek is gesloten op de zitting van 21 mei 2019.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R.J.F. Esbir Wildeman en van hetgeen verdachte en mr. W.J. Ausma, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen namens de benadeelde partijen – de ouders en de broer van [slachtoffer] , allen bijgestaan door mr. M.J.J.F. van Raak, advocaat te Oosterhout – naar voren is gebracht. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen in het kader van het spreekrecht door de casemanager van Slachtofferhulp Nederland namens de ouders ter terechtzitting naar voren is gebracht.
2 TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is op de zitting van 14 mei 2019 op vordering van de officier van justitie nader omschreven. De tekst van de nader omschreven tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1: primair: op 11 juli 2018 te Utrecht [slachtoffer] met voorbedachten raad van het leven heeft beroofd dan wel (subsidiair) van het leven heeft beroofd;
feit 2: in de periode van 22 juni 2018 tot en met 11 juli 2018 te Utrecht, althans Nederland, [slachtoffer] heeft gestalkt.
3 VOORVRAGEN
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.