Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 09-11-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10370, 200.254.914
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 09-11-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10370, 200.254.914
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 9 november 2021
- Datum publicatie
- 11 november 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2021:10370
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2018:5594, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.254.914
Inhoudsindicatie
Verzoek verwijdering zoekresultaten Google Search. AVG of Wbp?
Belangenafweging
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.254.914
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 460439)
beschikking van 9 november 2021
inzake
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
in eerste aanleg: verzoeker,
hierna: [appellant] ,
advocaat: mr. G. Boot,
tegen:
de vennootschap naar vreemd recht Google LLC,
gevestigd te Mountain View, Californië, Verenigde Staten,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: verweerster,
hierna: Google,
advocaten: mrs. D. Verhulst en A.J. Tromp.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 14 november 2018 (gepubliceerd onder ECLI:NL:RBMNE:2018:5594).
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift (met productie),
- het verweerschrift (met producties),
- de (na verschillende aanhoudingsverzoeker van [appellant] ) op 31 augustus 2021 gehouden mondelinge behandeling, waarbij akte is verleend van door beide partijen op 20 augustus 2021 ingestuurde producties. De advocaten van beide partijen hebben aan het hand van spreekaantekeningen het woord gevoerd tijdens die mondelinge behandeling. Het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bevindt zich bij de processtukken.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft het hof beschikking bepaald.
3 Samenvatting en beslissing
[appellant] , schrijver van beroep, heeft Google in 2018 verzocht een tiental zoekresultaten te verwijderen die opkomen wanneer [appellant] naam in Google Search wordt opgegeven. Het betreft resultaten die verwijzen naar internetpagina’s die gaan over een conflict tussen [appellant] en [naam1] , een literair criticus. [naam1] heeft [appellant] beschuldigd van plagiaat en het ten onrechte voeren van academische titels. Nadat Google [appellant] verwijderverzoek had afgewezen, heeft [appellant] de rechtbank verzocht om Google te bevelen om op straffe van verbeurte van een dwangsom de verwijzingen naar de tien internetadressen (URL’s), die voortkomen uit de zoekopdracht naar zijn naam, uit de zoekresulaten te verwijderen.
De rechtbank heeft het verzoek afgewezen omdat, kort gezegd, [appellant] de stelling van Google dat de gewraakte zoekresultaten juist, relevant en niet bovenmatig zijn, onvoldoende had weersproken en ook niet vast is komen te staan dat de verwerking langer duurt dan noodzakelijk. De rechtbank oordeelde daarnaast dat het belang van Google en van internetgebruikers die mogelijk toegang willen krijgen tot de zoekresultaten, boven het belang van [appellant] gaat.
In zijn beroepschrift komt [appellant] hier tegenop. Ook het hof is van oordeel dat [appellant] verzoek niet kan worden toegewezen. De beschikking van de rechtbank zal daarom worden bekrachtigd. Het hof legt hieronder uit waarom het tot dat oordeel komt.