Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-05-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3530, 200.284.454/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-05-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3530, 200.284.454/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
3 mei 2022
Datum publicatie
5 mei 2022
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:3530
Formele relaties
Zaaknummer
200.284.454/01

Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid. Selectieve betaling.

Uitspraak

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.284.454/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden 163545)

arrest van 3 mei 2022

in de zaak van

1 [appellante1] Onroerend Goed B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats1] ,

hierna: [appellante1],

2. [appellante2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats1] ,

hierna: [appellante2],

3. [appellant3],

wonende te [woonplaats1] ,

hierna: [appellant3],

4. [appellante4]

Wonende te [woonplaats1] ,

hierna: [appellante4],

appellanten,

bij de rechtbank: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,

hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten] c.s.,

advocaat: mr. D.J. Kap, die kantoor houdt te Haren,

tegen

Kutterikuivike FLT OY,

gevestigd te Suonenjoki,

geïntimeerde,

bij de rechtbank: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna: FLT,

advocaat: mr. A.C. Rozeman, die kantoor houdt te Amsterdam.

1 De verdere procedure in hoger beroep

1.1

Het hof neemt hier de inhoud van het tussenarrest van 1 juni 2021 over.

1.2

[appellante4] is [in] 2022 overleden. Nu geen schorsing van het geding heeft plaatsgevonden, kan het geding (mede) op haar naam geacht worden te zijn voortgezet (art. 225 Rv).

1.3

Op grond van het tussenarrest heeft op 7 maart 2022 een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan een verslag (proces-verbaal) is opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt.

1.4

Vervolgens is arrest gevraagd, waarna het hof een datum voor arrest heeft bepaald.

2 Waar gaat deze procedure over?

Deze zaak betreft een geschil tussen FLT en [appellanten] c.s. over het onbetaald laten van een vordering van FLT op [appellante1] B.V. FLT vindt dat [appellanten] c.s. van dit onbetaald laten persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het hof is dat met FLT eens en zal dit na een bespreking van de feiten en de beslissing van de rechtbank toelichten.

3 De vaststaande feiten

4 De vordering en de beslissing van de rechtbank

5 De beoordeling van de grieven en de vorderingen in hoger beroep

6 Slotsom

7 De beslissing