Home

Hoge Raad, 16-06-2023, ECLI:NL:HR:2023:927, 22/02904

Hoge Raad, 16-06-2023, ECLI:NL:HR:2023:927, 22/02904

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 juni 2023
Datum publicatie
16 juni 2023
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:927
Formele relaties
Zaaknummer
22/02904

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Wettelijke handelsrente (art. 6:119a BW). Bestuurdersaansprakelijkheid. In Fins vonnis toegewezen schadevergoeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 22/02904

Datum 16 juni 2023

ARREST

In de zaak van

1. [eiseres 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [eiseres 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

3. [eiser 3],

wonende te [woonplaats],

4. [eiser 3] in zijn hoedanigheid van enig erfgenaam van [erflaatster],

wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

hierna: [eisers],

advocaat: J.A.J. Leeman,

tegen

KUTTERIKUIVIKE FLT OY,

gevestigd te Suonenjoki, Finland,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: FLT,

advocaat: B.F.L.M. Schim.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/17/163545 / HA ZA 18-263 van de rechtbank Noord-Nederland van 1 juli 2020;

b. de arresten in de zaak 200.284.454/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 juni 2021 en 3 mei 2022.

[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 3 mei 2022 beroep in cassatie ingesteld.

FLT heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor FLT mede door S.J. de Wijs.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van FLT begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, H.M. Wattendorff en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 16 juni 2023.