Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-07-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:6513, 21/01455

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-07-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:6513, 21/01455

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26 juli 2022
Datum publicatie
5 augustus 2022
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:6513
Zaaknummer
21/01455
Relevante informatie
Art. 223 lid 1 Gemw

Inhoudsindicatie

Forensenbelasting. Recreatiewoning was uitsluitend bestemd voor verhuur. Belanghebbende heeft in het geheel geen gebruik gemaakt van de recreatiewoning. Aanslag forensenbelasting ten onrechte opgelegd.

Uitspraak

locatie Leeuwarden

nummer BK-ARN 21/01455

uitspraakdatum: 26 juli 2022

Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 5 augustus 2021, nummer LEE 20/3083, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente De Fryske Marren (hierna: de heffingsambtenaar).

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft belanghebbende voor het jaar 2020 een aanslag in de forensenbelasting opgelegd ten bedrage van € 710 in verband met het beschikbaar houden van een gemeubileerde recreatiewoning aan de [adres] te [plaats1] (hierna: de recreatiewoning).

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Belanghebbende heeft voor de zitting een nader stuk ingezonden.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 juli 2022. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende, bijgestaan door zijn echtgenote, alsmede de heffingsambtenaar in de persoon van [naam1] , bijgestaan door [naam2] . Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende en zijn echtgenote hadden in 2020 hun hoofdverblijf buiten de gemeente De Fryske Marren. Belanghebbende heeft de recreatiewoning in eigendom.

2.2.

Op 25 augustus 2017 heeft belanghebbende het perceel grond in eigendom gekregen aan de [adres] te [plaats1] . Dit perceel ligt op het vakantiepark [naam3] . Een aannemer heeft daarop de recreatiewoning gebouwd. In juli 2018 heeft de aannemer de woning bouwkundig willen opleveren aan belanghebbende. Vanwege verschillende gebreken aan de woning heeft belanghebbende daarmee niet ingestemd. Na herstel heeft de definitieve oplevering van de woning plaatsgevonden op 10 juli 2020. Belanghebbende heeft toen ook de volledige set sleutels in ontvangst genomen. Vóór 10 juli 2020 was de recreatiewoning niet geschikt voor bewoning.

2.3.

Belanghebbende heeft op 21 augustus 2020 een schriftelijke verhuurbemiddelingsovereenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten met [naam4] B.V. (hierna: [naam4] ). Daarin is onder meer het volgende vermeld:

Artikel 1 - Verhuurbemiddeling

1. Eigenaar verleent hierbij aan [naam4] , die verklaart te aanvaarden het exclusieve recht om op naam van [naam4] en voor rekening en risico van Eigenaar de Recreatiewoning te verhuren aan derden gedurende:

a. het gehele jaar (“Variant 1”).

ofwel

b. Minimaal tweehonderd zesenzeventig (276) dagen per kalenderjaar (“Variant 2”).

Ofwel

b. Minimaal honderd veertig (140) dagen per kalenderjaar (“Variant 3”).

(…)

2. Indien Eigenaar de Recreatiewoning bepaalde perioden voor eigen gebruik wenst te gebruiken, dienen deze perioden, vóór 1 december van het aan dat kalenderjaar voorafgaande jaar, schriftelijk te zijn doorgegeven aan [naam4] .

3. In afwijking van het in het vorige lid van dit artikel bepaalde is reserveren voor eigen gebruik van de Recreatiewoning door Eigenaar ook mogelijk (na 1 december) voor zover de Recreatiewoning voor de periode van het beoogde eigen gebruik nog niet is gereserveerd, al dan niet in optie, voor verhuur aan derden.”

Belanghebbende heeft blijkens het laatste blad van de overeenkomst voor variant 1 gekozen.

2.4.

Met ingang van 1 september 2020 biedt [naam4] de recreatiewoning te huur aan. In 2020 is de recreatiewoning voor één week en één weekend door [naam4] verhuurd geweest.

2.5.

In het jaar 2020 hebben belanghebbende en zijn echtgenote geen gebruik gemaakt van de recreatiewoning, althans geen ander gebruik dan nodig was om deze voor verhuur gereed te maken en te houden.

2.6.

In de Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2020 van de gemeente De Fryske Marren is onder meer het volgende vermeld:

Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht

1. Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.”

3 Geschil

In geschil is of de aanslag in de forensenbelasting voor het jaar 2020 terecht is opgelegd. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend. Daarbij doet belanghebbende tevens een beroep op het gelijkheidsbeginsel. De heffingsambtenaar is de tegenovergestelde opvatting toegedaan.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing