Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-08-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:6856, 21/00944
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-08-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:6856, 21/00944
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 2 augustus 2022
- Datum publicatie
- 19 augustus 2022
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2021:2882, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 21/00944
- Relevante informatie
- Art. 17 lid 2 WOZ
Inhoudsindicatie
Wet Woz. Waardevaststelling monumentaal bedrijfsgebouw.
Uitspraak
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 21/00944
uitspraakdatum: 2 augustus 2022
Uitspraak van de vierde enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats1] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 29 juni 2021, nummer UTR 20/3266, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (hierna: de heffingsambtenaar)
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 8 te [plaats1] (hierna: de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2019 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2020 vastgesteld op € 1.417.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag onroerendezaakbelasting 2020 (hierna: OZB) voor zover het betreft het eigenaarsgedeelte vastgesteld.
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de beschikking verminderd en de aanslag dienovereenkomstig verlaagd.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juli 2022. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende, bijgestaan door [naam1] en [naam2] , en [naam3] namens de heffingsambtenaar.
2 Vaststaande feiten
Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak, dat als een gemeentelijk monument is aangemerkt. Het betreft een monumentaal bedrijfsgebouw in de historische binnenstad die belanghebbende heeft verhuurd als parkeergelegenheid. De onroerende zaak bestaat uit een rond 1900 gebouwde hal met een vloer uit 1917. In de ruimte zijn 25 tot 30 stallingsplekken voor auto's. De hal is bereikbaar via een onderdoorgang bij een woning.
Belanghebbende heeft [naam4] B.V. opdracht gegeven een indicatie van de markthuur van de overdekte parkeerplaatsen te geven. [naam4] B.V. heeft op 8 september 2020 de markthuur getaxeerd op € 2.400 per parkeerplaats en heeft de totale markthuur per jaar op ongeveer € 75.000 geschat. Belanghebbende heeft in 2019 ongeveer € 52.052 huur (exclusief omzetbelasting) ontvangen.
3 Geschil
In geschil is of de heffingsambtenaar de waarde van de onroerende zaak te hoog heeft vastgesteld. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend en de heffingsambtenaar beantwoordt deze ontkennend.