Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-08-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7314, 200.308.020
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-08-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7314, 200.308.020
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 23 augustus 2022
- Datum publicatie
- 19 september 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2022:7314
- Zaaknummer
- 200.308.020
Inhoudsindicatie
Partneralimentatie. Behoefte vrouw (destijds) vastgesteld op € 1.870,- netto; financiële omstandigheden in Hongarije niet toegelicht of onderbouwd, niet gebleken dat is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens (artikel 1:401 lid 4 BW). Wijziging van omstandigheden, toepassing BigMac-index.
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.308.020
zaaknummer rechtbank Gelderland 389068)
beschikking van 23 augustus 2022
in de zaak van
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats1] , Hongarije,
verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. B. Molenaar te Wijchen,
en
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats2] ,
verweerder in hoger beroep,
verder te noemen: de man,
advocaat: mr. J.J. Bronsveld te Bergen op Zoom.
1 De procedure in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, hierna: de rechtbank, van 21 december 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, deze beschikking verder ook te noemen: de bestreden beschikking.
2 De procedure in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het beroepschrift met producties, ingekomen op 21 maart 2022;
- -
-
het verweerschrift in hoger beroep;
- -
-
een journaalbericht van mr. Molenaar van 11 mei 2022;
- -
-
een e-mailbericht van mr. Molenaar van 16 mei 2022;
- -
-
journaalbericht van mr. Bronsveld van 8 juli 2022 met producties;
- -
-
een journaalbericht van mr. Molenaar van 8 juli 2022 met producties 12 tot en met 17;
- -
-
een journaalbericht van mr. Bronsveld van 12 juli 2022 met een productie;
- -
-
een e-mailbericht van mr. Molenaar met de spreekaantekeningen.
De mondelinge behandeling heeft op 19 juli 2022 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- -
-
de vrouw, via Teams en - vanwege verbindingsproblemen - later via een telefonische verbinding, bijgestaan door haar advocaat, en
- -
-
de man, bijgestaan door zijn advocaat.
3 De feiten
Het huwelijk van partijen is [in] 2011 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Middelburg van 24 augustus 2011 in de registers van de burgerlijke stand.
Bij beschikking van 16 april 2012 heeft de rechtbank Breda bepaald dat de man met ingang van de dag dat de voormalige echtelijke woning is verkocht en geleverd, aan de vrouw voor haar levensonderhoud moet voldoen € 750,- per maand.
Bij beschikking van 24 augustus 2016 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant de beschikking van 16 april 2012 gewijzigd en bepaald dat de man met ingang van 8 december 2015 onvoorwaardelijk - dus ongeacht of de voormalige echtelijke woning is verkocht of niet - aan de vrouw een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud dient te betalen van € 706,- per maand. Hiertegen hebben beide partijen hoger beroep ingesteld.
Bij beschikking van 30 maart 2017 heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 augustus 2016 vernietigd en de beschikking van 16 april 2012 gewijzigd. Het gerechtshof heeft bepaald dat de man aan de vrouw het volgende aan partneralimentatie zal betalen:
- -
-
€ 401,- per maand van 8 december 2015 tot 13 mei 2016;
- -
-
€ 193,- per maand van 13 mei 2016 tot 8 december 2016;
- -
-
€ 312,- per maand met ingang van 8 december 2016.
De man heeft op 10 januari 2019 een verzoek tot nihilstelling van de partneralimenta-tie ingediend. De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het verzoek van de man bij beschikking van 27 juni 2019 afgewezen. De man heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking.
Bij beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 januari 2021 is de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 27 juni 2019 vernietigd en heeft het gerechtshof de beschikking van het gerechtshof van 30 maart 2017 gewijzigd en bepaald dat de partneralimentatie met ingang van 10 januari 2019 op nihil wordt gesteld. Daarnaast is de vrouw veroordeeld tot terugbetaling aan de man van hetgeen zij van hem heeft ontvangen aan partneralimentatie over de periode na 10 januari 2019. De vrouw is in deze procedure niet verschenen en heeft dus geen verweer gevoerd.