Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-02-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:781, 200.294.759

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-02-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:781, 200.294.759

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
1 februari 2022
Datum publicatie
3 februari 2022
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:781
Formele relaties
Zaaknummer
200.294.759

Inhoudsindicatie

Kinderalimentatie, ingangsdatum, draagkracht partijen, overschot aan draagkracht, verdeling draagkracht.

Uitspraak

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.294.759

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 510058)

beschikking van 1 februari 2022

inzake

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats1] ,verzoekster in het principaal hoger beroep,

verweerster in het incidenteel hoger beroep,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. J.M.G. Aalten te Den Haag,

en

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats2] ,

verweerder in het principaal hoger beroep,

verzoeker in het incidenteel hoger beroep,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. T.C.P. Christoph te Utrecht.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, locatie Utrecht, van 6 april 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, hierna ook te noemen: de bestreden beschikking.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het beroepschrift met producties 20-32, ingekomen op 26 mei 2021;

-

een journaalbericht van mr. Aalten van 12 juni 2021 met productie 33;

-

het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep;

-

het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep met producties 34-42;

-

een journaalbericht van mr. Aalten van 3 december 2021 met producties 43-50;

-

een journaalbericht van mr. Christoph van 10 december 2021 met producties 23-26;

-

een journaalbericht van mr. Christoph van 17 december 2021 met producties 27-30;

-

een journaalbericht van mr. Christoph van 20 december 2021 met producties 31-32.

2.2

De na te noemen minderjarige [de minderjarige1] is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken met betrekking tot het verzoek, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

2.3

De mondelinge behandeling heeft op 21 december 2021 plaatsgevonden.

Verschenen zijn:

-

de vrouw,

-

de man, bijgestaan door zijn advocaat.

2.4

Desgevraagd heeft mr. Aalten ter mondelinge behandeling bezwaar gemaakt tegen overlegging van de journaalberichten van mr. Christoph van 17 december 2021 en 20 december 2021 met producties, omdat deze producties eerder hadden kunnen worden ingediend en mr. Aalten deze stukken niet met haar accountant heeft kunnen bespreken. Het hof heeft daarop beslist dat op die producties wel acht wordt geslagen, omdat deze kort en eenvoudig te doorgronden zijn en mr. Aalten zonder nadere maatregel van het hof in redelijkheid voldoende moet hebben kunnen kennisnemen van die producties en zich voldoende moet hebben kunnen voorbereiden op een verweer daartegen.

3 De feiten

3.1

Het huwelijk van partijen is [in] 2008 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 19 december 2007 in de registers van de burgerlijke stand.

3.2

De man en de vrouw zijn de ouders van [de minderjarige1] , geboren [in] 2005. De man en de vrouw zijn gezamenlijk belast met het gezag over [de minderjarige1] .

3.3

Tot 1 januari 2020 woonde [de minderjarige1] bij de vrouw. Van 1 januari 2020 tot 1 februari 2020 verbleef [de minderjarige1] bij een vriend in [woonplaats1] . Sinds 1 februari 2020 woont [de minderjarige1] bij de man.

3.4

Bij echtscheidingsconvenant, door partijen ondertekend op 28 november 2007, zijn partijen ten aanzien van de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige1] (verder ook: kinderalimentatie) het volgende overeengekomen:

“De man zal met ingang van 1 januari 2008 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind aan de vrouw voldoen een bedrag ad € 795,00 per maand bij vooruitbetaling te voldoen. Deze alimentatie zal onderworpen zijn aan de wettelijke indexering als bedoeld in artikel 1:402a Burgerlijk Wetboek, voor het eerst per 1 januari 2009.

Voorts zal de man voor zijn rekening nemen de netto kosten gemoeid met het vanwege het buitenshuis verrichten van werkzaamheden door de vrouw noodzakelijk verblijf van het kind in een crèche c.q. naschoolse opvang. Met "netto" in de vorenstaande volzin wordt bedoeld dat de vrouw terzake deze faciliteiten dient te kiezen voor de (fiscaal) meest gunstige optie in het kader waarvan de vrouw tevens optimaal dient te profiteren van de fiscale en/of subsidiabele en/of andere mogelijkheden dienaangaande.

Het middels het gebruik van deze mogelijkheden en derhalve met de door de vrouw c.q. de desbetreffende instelling te ontvangen (fiscale) tegemoetkomingen verminderd bedrag komt uiteindelijk voor rekening van de man. De vrouw zal de man dienaangaande nauwkeurig informeren onder overlegging van verificatoire bescheiden.

Voorts zal de vrouw zich inspannen teneinde -indien mogelijk- terzake deze kosten tegemoetkomingen van haar (toekomstige) werkgevers te ontvangen. Ook deze tegemoetkomingen komen in mindering op het uiteindelijk netto door de man te betalen bedrag.

Indien en zodra de vrouw buitenshuis geen betaalde werkzaamheden in loondienst meer verricht, dan vervalt deze in artikel 1 lid 4 genoemde regeling om te herleven indien en zodra de vrouw vervolgens buitenshuis weer betaalde werkzaamheden in loondienst gaat verrichten.

In het kader van de in dit artikel 1 lid 4 staande regeling gaan partijen uit van een dienstverband van de vrouw van 80% zodat de genoemde opvanggelegenheid zal dienen te bestaan op vier dagen per week waarop de vrouw buitenshuis haar werkzaamheden zal verrichten. Indien en zodra de vrouw minder dan 80% buitenshuis in loondienst zal gaan werken, dan dient de vrouw de genoemde opvang dienovereenkomstig te verminderen.”

3.5

Bij voormelde echtscheidingsbeschikking heeft de rechtbank, overeenkomstig de afspraken tussen partijen, de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie voor [de minderjarige1] met ingang van 1 januari 2008 bepaald op € 795,- per maand, waarbij de indexering over 2008 wordt uitgesloten.

3.6

De vrouw is [in] 2010 getrouwd met [naam1] . De vrouw en [naam1] zijn de ouders van:

-

[de minderjarige2] , geboren [in] 2012,

-

[de minderjarige3] , geboren [in] 2014, en

-

[de minderjarige4] , geboren [in] 2015.

3.7

De man is [in] 2019 getrouwd met [naam2] . De man en [naam2] zijn de ouders van:

-

[de minderjarige5] , geboren [in] 2010, en

-

[de minderjarige6] , geboren [in] 2011.

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De slotsom

7 De beslissing