Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-09-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7918, 21/00853
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-09-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7918, 21/00853
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 13 september 2022
- Datum publicatie
- 23 september 2022
- Zaaknummer
- 21/00853
- Relevante informatie
- Art. 17 lid 2 WOZ, Art. 22 WOZ
Inhoudsindicatie
Wet Woz. Waardevaststelling winkelpand.
Uitspraak
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 21/000853
uitspraakdatum: 13 september 2022
Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] B.V. te [vestigingsplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 3 juni 2021, nummer AWB 20/1697, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn (hierna: de heffingsambtenaar)
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 32 te [plaats1] , per waardepeildatum 1 januari 2019, voor het jaar 2020 vastgesteld op € 939.000. Tegelijk met deze beschikking is voor het jaar 2020 een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor zover het betreft het gebruikersgedeelte opgelegd.
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de beschikking en de aanslag gehandhaafd.
Belanghebbende is hiertegen in beroep gekomen bij de rechtbank Overijssel (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juli 2022. Daarbij zijn verschenen en gehoord A. van den Dool als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.
2 Vaststaande feiten
Belanghebbende is gebruiker van de onroerende zaak. Het betreft een winkelpand (bouwjaar 1902) met een winkelruimte op de begane grond (97 m2) en een opslag/magazijn op de eerste en tweede verdieping (76 m2 respectievelijk 79 m2).
Het object is gelegen aan een winkelstraat in het centrum van [plaats1] (een A1-locatie).
3 Geschil
In geschil is of de waarde van de onroerende zaak per de waardepeildatum te hoog is vastgesteld.
Belanghebbende beantwoordt die vraag bevestigend, de heffingsambtenaar ontkennend.