Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-09-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8133, 21/01627
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-09-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8133, 21/01627
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 20 september 2022
- Datum publicatie
- 30 september 2022
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2021:4788, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 21/01627
- Relevante informatie
- Art. 17 lid 2 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
Wet Woz. Waardevaststelling woning.
Uitspraak
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 21/01627
uitspraakdatum: 20 september 2022
Uitspraak van de twaalfde enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 4 oktober 2021, nummer UTR 20/3657, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Blaricum (hierna: de heffingsambtenaar).
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak aan de [adres1] 14 te [woonplaats] (hierna: de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2019 en naar de toestand op die datum, voor het kalenderjaar 2020 vastgesteld op € 557.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag onroerendezaakbelasting 2020 (OZB) voor zover het betreft het eigenaarsgedeelte vastgesteld.
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de beschikking en de aanslag gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, en bepaald dat de rechtsgevolgen van de vernietigde uispraak op bezwaar in stand blijven. De Rechtbank heeft verder de heffingsambtenaar opgedragen het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden en de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 augustus 2022. Daarbij zijn verschenen en gehoord A. Oosters en K.M. Ophoven, als de gemachtigden van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar.
2 Vaststaande feiten
Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak. Het betreft een in 1987 gebouwde vrijstaande woning. De inhoud van de woning is 290 m3. De onroerende zaak is gelegen op een perceel van 433 m2. De woning heeft een overkapping/luifel en een dakkapel en er is een vrijstaande garage op het perceel.
3 Geschil
In geschil is de waarde van de onroerende zaak op de waardepeildatum 1 januari 2019.
Belanghebbende staat een waarde voor van € 506.000. De heffingsambtenaar verdedigt een waarde van € 557.000.