Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-09-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8233, 21/00770
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-09-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8233, 21/00770
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 27 september 2022
- Datum publicatie
- 7 oktober 2022
- Zaaknummer
- 21/00770
- Relevante informatie
- Art. 17 lid 2 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
Wet Woz. Waardevaststelling woning. Gelijkheidsbeginsel.
Uitspraak
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 21/00770
uitspraakdatum: 27 september 2022
Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats1] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 28 mei 2021, nummer AWB 20/6456,
in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Arnhem (hierna: de heffingsambtenaar)
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 14 te [woonplaats1] (hierna: de woning), per waardepeildatum 1 januari 2019 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2020 vastgesteld op € 390.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag onroerendezaakbelasting 2020 (OZB) voor zover het betreft het eigenaarsgedeelte vastgesteld op € 618,93.
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de beschikking en – naar het Hof begrijpt – de aanslag gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 september 2022. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door [naam2] (taxateur). Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.
2 Vaststaande feiten
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van de woning. De woning is een in het jaar 2007 gebouwde hoekwoning met een berging en een aanbouw. De inhoud van de woning is 524 m³. De oppervlakte van het perceel bedraagt 325 m².
In een hogerberoepsprocedure voor het belastingjaar 2013 hebben partijen ter zitting een compromis bereikt over de waardering van de woning. Partijen zijn ter zitting overeengekomen dat de bij beschikking vastgestelde waarde per de waardepeildatum 1 januari 2012 van de woning moet worden verminderd tot € 244.000. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij uitspraak van 31 maart 2015 (hierna: de uitspraak van 31 maart 2015) dienovereenkomstig beslist.
3 Geschil
Niet in geschil is dat de waarde van de woning zoals de heffingsambtenaar die op de voet van artikel 17 van de Wet WOZ heeft bepaald, als zodanig juist is. Wel is in geschil of het gelijkheidsbeginsel, meer in het bijzonder de meerderheidsregel, het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel zijn geschonden.
Belanghebbende beantwoordt deze vragen bevestigend. De heffingsambtenaar beantwoordt deze vragen ontkennend.
Beide partijen hebben voor hun standpunt voorts aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Daaraan hebben zij ter zitting toegevoegd hetgeen is vermeld in het aan deze uitspraak gehechte proces-verbaal van de zitting.