Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-10-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9053, 21-003780-20
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-10-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9053, 21-003780-20
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2022
- Datum publicatie
- 9 november 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2022:9053
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2024:1216
- Zaaknummer
- 21-003780-20
Inhoudsindicatie
OM-appel tegen algehele vrijspraak eerste aanleg. In hoger beroep veroordeling ter zake van twee gevallen van ontucht, gepleegd met minderjarige werkneemsters van verdachte. Overweging met betrekking tot betrouwbaarheid aangeefsters en steunbewijs. Schakelbewijs. Veroordeling tot gevangenisstraf van 12 maanden.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003780-20
Uitspraak d.d.: 21 oktober 2022
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 6 oktober 2020 met parketnummer 18-233890-19 in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1946,
wonende te [woonplaats]
Het hoger beroep
De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 7 oktober 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 3.576,08, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige dient de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] dient volledig te worden toegewezen tot een bedrag van € 1.700, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. L.E. Buiting, naar voren is gebracht.