Hoge Raad, 17-09-2024, ECLI:NL:HR:2024:1216, 22/04019
Hoge Raad, 17-09-2024, ECLI:NL:HR:2024:1216, 22/04019
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 17 september 2024
- Datum publicatie
- 17 september 2024
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1216
- Formele relaties
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:577
- In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2022:9053
- Zaaknummer
- 22/04019
Inhoudsindicatie
Ontucht met twee 11-jarige/15-jarige meisjes door 62-jarige/65-jarige eigenaar van viswinkel waar meisjes werkzaam zijn, art. 249.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Verweer m.b.t. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster (feit 1) en (ontbreken van motivering verwerping) bewijsuitsluitingsverweer m.b.t. verklaringen van getuigen. 2. Verweer m.b.t. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster (feit 2) en (ontbreken van motivering verwerping) bewijsuitsluitingsverweer m.b.t. verklaringen van moeder van aangeefster. 3. Schakelbewijsconstructie. Is verklaring van aangeefster m.b.t. feit 1 redengevend als schakelbewijs voor feit 2?
Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: ‘s Hofs oordeel m.b.t. betrouwbaarheid van aangeefster is niet onbegrijpelijk. Klacht m.b.t. motivering verwerping bewijsuitsluitingsverweer mist feitelijke grondslag, nu hof m.b.t. getuige A heeft overwogen waarom het geen aanleiding ziet aan juistheid en betrouwbaarheid van verklaring van deze getuige te twijfelen en m.b.t. getuige B heeft overwogen waarom het overtuigt is dat ook deze getuige naar waarheid heeft verklaard. Ten slotte geldt m.b.t. getuige C dat uit pleitnota niet kan worden opgemaakt dat over betrouwbaarheid van gebruikte inhoud van haar verklaring verweer is gevoerd.
Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. Deze uitkomst wordt niet anders als in schriftuur opgenomen verwijzing naar “verklaringen van getuige B” verbeterd wordt gelezen als “verklaringen van getuige D”. ‘s Hofs oordeel dat deze verklaringen voor bewijs bruikbaar zijn, is niet onbegrijpelijk. CAG: ‘s Hofs oordeel m.b.t. betrouwbaarheid van aangeefster is niet onbegrijpelijk. Klacht m.b.t. motivering verwerping bewijsuitsluitingsverweer mist feitelijke grondslag, nu uit bewijsoverwegingen kan worden opgemaakt dat hof voor bewijsvoering inderdaad gebruik heeft gemaakt van verklaringen van moeder van aangeefster, maar dat dit getuige D is en niet (zoals in schriftuur genoemd) getuige B. Verklaringen van getuige B (moeder van andere aangeefster) heeft hof alleen gebruikt voor bewijsvoering van feit 1.
Ad 3. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Door hof genoemde omstandigheden zijn toereikend voor oordeel dat sprake is van dermate specifieke overeenkomsten t.a.v. context en patroon van handelen van verdachte dat verklaring van aangeefster over feit 1 als schakelbewijs kan worden gebruikt voor feit 2.
Volgt verwerping.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04019
Datum 17 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 oktober 2022, nummer 21-003780-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.W. Stoet, advocaat in ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 1 primair tenlastegelegde plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer 1].
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 11.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 2 primair tenlastegelegde plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer 2].
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 14 tot en met 20. Deze uitkomst wordt niet anders als de in de schriftuur bij de tweede deelklacht van het tweede cassatiemiddel opgenomen verwijzing naar “de verklaringen van [getuige 2]” verbeterd wordt gelezen als “de verklaringen van [getuige 4]”. Het oordeel van het hof dat deze verklaringen voor het bewijs bruikbaar zijn, is niet onbegrijpelijk.